EU heeft politiek belang bij aanhalen van band met VS

MADRID, 4 DEC. Het is middernacht geweest, maar de Belgische diplomaat Hugo Paemen (61) toont geen enkel teken van vermoeidheid. Rustig neemt hij een slok bier in de bar van het Madrileense Ritz-hotel. Als leider van de EU-delegatie bij de GATT-onderhandeling over liberalisering van de wereldhandel heeft hij twee jaar geleden op het eind van de Uruguay-ronde vaak genoeg bijna hele nachten moeten doorhalen in soms bikkelharde confrontaties met zijn Amerikaanse tegenspelers. Sinds ongeveer maand is Paemen ambassadeur namens de Europese Unie (EU) in de VS. In Washington heeft hij, als opvolger van oud-premier Dries van Agt, de leiding over een diplomatieke vertegenwoordiging met ongeveer tachtig medewerkers. Nu is hij even terug in Europa om in Madrid de laatste hand te leggen aan de nieuwe 'Transatlantische Agenda' waarmee de EU en de VS hun onderlinge betrekkingen nieuw leven willen inblazen. Tot vlak voor het diner zaterdagavond met de Spaanse koning Juan Carlos en de Amerikaanse president Clinton zijn diplomaten als Paemen nog bezig geweest met het schuiven van punten en komma's in de tekst.

Waarom is zo'n Transatlantische Agenda eigenlijk nodig?

“De motivatie is politiek. In de Koude Oorlog was de samenwerking sterk op de NAVO geconcentreerd. Nu de Koude Oorlog is weggevallen, zijn er onzekerheden gegroeid en twijfels over de zin van de NAVO. Daarom is er politiek behoefte om te laten zien dat we de alliantie tussen Europa en de VS warm willen houden. Er zijn geen economische redenen. We hebben juist de Uruguay-ronde afgesloten en sindsdien bestaat er geen echte crisissituaties meer met de VS. Er zijn wel regelmatig kleine twistjes, maar die vallen niet onder het begrip crisis.”

Speelt ook de angst een rol dat de VS zich meer op Azië gaan concentreren?

“Dat komt er ook bij. Er ontstond het gevoel dat de Amerikaanse belangstelling voor Europa aan het verminderen was. Zowel in Europa als in de VS is men daartegen in het geweer gekomen. Vorige maand op de Transatlantic Business Dialoog in Sevilla werd ook gezegd dat de markten aan de andere kant van de Stille Oceaan belangrijk zijn voor het Amerikaanse bedrijfsleven, maar dat de basis nog steeds hier ligt. Drie miljoen Europeanen leven van Amerikaanse investeringen in Europa. Dat gaat veel dieper dan welke andere economische relatie de VS zal hebben in de wereld”.

Waarom is er geen feest in Europa, nu de banden met de VS opnieuw worden aangehaald. Heeft dat te maken met Bosnië, waar de Amerikanen het heft in handen hebben genomen?

“Er is natuurlijk frustratie bij de Europeanen dat ze de eigen problemen niet hebben kunnen oplossen. Dit keer was er geen sprake van Amerikaans imperialisme. Ze hebben de Europeanen alle gelegenheid gegeven om te laten zien dat ze onbekwaam waren.”

Welke conclusie moet je daar uit trekken?

“Dat we nog geen buitenlands beleid hebben als Unie.”

Hoe vinden de Amerikanen dat?

“De Amerikanen zijn pragmatici, realisten. Ze weten: op economisch vlak moet je met de Europese Commissie praten. Voor het overige geldt nog steeds de uitspraak van de Amerikaanse oud-minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger: wat is het telefoonnummer van Europa? We hebben nog steeds geen telefoonnummer. Voor de Amerikanen is dat wel frustrerend: zij aanvaarden een Europese werkelijkheid, nog voordat wij in Europa daar aan toe zijn. Maar ze begrijpen het wel. En af en toe proberen ze in onderhandelingen ook wel voordeel te halen uit onze verdeeldheid. Dat hoort hij het spel.”

Krijgt Europa ooit wel een eigen nummer?

“Dat ligt in de natuur der dingen. Er bestaat weerstand [tegen het gemeenschappelijk maken van het buitenlandse beleid]. Zoals zo vaak zal eerst het bewijs moeten worden geleverd dat alle andere oplossingen niet werken. Op het gebied van de handel functioneert de Unie al. Als straks de monetaire unie (EMU) van start gaat, zal dat ook een onomkeerbaar proces op gang brengen. Ik ben niet zo pessimistisch. De Europese ontwikkeling is altijd vallen en opstaan geweest.”

Maar de Intergourvermentele conferentie (IGC) van volgend jaar zal in ieder geval geen eenduidig buitenlands beleid van de EU opleveren. Hoe lang moeten we wachten?

“U moet oppassen met voorspellingen. Ik heb nog nooit zo'n deprimerende Europese top meegemaakt als in 1985 in Milaan. Tot twee uur voor het einde was die een totale mislukking. Toch werd in Milaan de aanzet gegeven tot de Europese Akte waarmee de weg werd opengelegd naar de Europese eenheidsmarkt. En de interne markt staat weer aan de basis van de EMU. Dus...”

Wat is nieuw op de 'Nieuwe Transatlanische Agenda'?

“Dat we proberen gezamenlijk beleid te ontwikkelen tegenover derde landen. En dat we erkennen dat er een aantal gemeenschappelijke problemen zijn, die we het beste gezamenlijk kunnen aanpakken. Maatschappelijke problemen die behoren tot de post-industriële samenleving die we zijn.”

U zei dat de VS en de EU onderling geen grote conflicten meer hebben.

“Ja. Er zijn wel twistpunten maar we weten hoe we die gaan oplossen. Daarover zijn internationaal afspraken gemaakt. Bovendien hecht bijvoorbeeld de staalindustrie op dit moment geen hoge prioriteit aan onderhandelingen tussen de VS en de EU over staal. De markt is goed, als het slechter gaat, trekt men wel weer aan de bel.”

Opvallend is dat de idee van een transatlantische vrijhandelszone (TAFTA) geheel van tafel is verdwenen. Komt dat door de Franse tegenstand?

“Ook meneer Kantor (de Amerikaanse onderhandelaar over handelszaken) voelt helemaal niet voor TAFTA. Het is zeer ongelukkig dat de discussie daar aanvankelijk op is gefocused. Vrijhandelszone is eigenlijk een achterhaald begrip. Het slaat op tarieven. In de Uruguay-ronde zijn afspraken gemaakt over vermindering van tarieven. Tarieven vormen niet de problemen in de handelsrelaties tussen de VS en de EU. Investeringen zijn veel belangrijker. Investeringen leiden tot handel, vroeger was dat andersom. En die werkelijkheid wordt niet meer gedekt door het begrip vrijhandelszone. Daarom is het veel belangrijker om te praten over alle belemmeringen die handelsstromen in de weg staan. De totstandkoming van een vrijhandelszone heeft niet echt prioriteit meer.”