BRUCE HORNSBY OVER Staccato

Bruce Hornsby: Hot House (BMG 7863 66584). Soloconcert 5/12 Melkweg Max, Amsterdam.

“In een rockband met een drummer heeft de pianist geen keuze tussen hard of zacht spelen. Ik móet de toetsen wel met een flinke attack te lijf gaan, want anders hoort niemand wat ik doe. De piano is en blijft een akoestisch instrument, dus heb ik mezelf een staccato-techniek aangeleerd die wordt bepaald door de kracht waarmee ik mijn vingers op het klavier laat hameren. Ik denk dat ik sterkere spieren heb dan de gemiddelde klassieke pianist. Hier, voel maar. Ik knijp je nu in je arm en als het moet, blijf ik dat gedurende het hele interview doen.”

De Amerikaanse singer/songwriter Bruce Hornsby werd in 1986 beroemd met The way it is, een sociaal bewogen lied met een zwaar aangezette staccato-piano. Na een bijdrage aan het tribute-album Deadicated nam hij als gastmuzikant deel aan de laatste tournee van The Grateful Dead, de archetypische hippie-rockgroep die eerder dit jaar na de dood van gitarist en bandleider Jerry Garcia werd opgeheven. Garcia is nog te horen op Hornsby's recente solo-album Hot House met een geslaagde fusie van de Amerikaanse oerstijlen jazz, country en rhythm & blues.

“Ik ben de enige toetsenman die levend uit The Grateful Dead is gekomen, want de drie pianisten vóór mij kunnen het niet meer navertellen. Ik wil niet beweren dat ik hun muziek drastisch heb veranderd, maar ik denk wel dat het door mijn bijdrage wat energieker werd. Dat was ook wel nodig, want Garcia kon regelmatig niet meer op zijn benen staan, na een leven van excessen met drugs. Er waren hele slechte avonden bij, maar ook concerten waar alles op zijn plaats viel en de hele groep boven zichzelf uit steeg. De Deadheads, trouwe fans die ons overal achterna reisden, noemden mij 'Spiderfingers' omdat ze nog nooit iemand met zoveel spankracht in de vingers hadden zien spelen.

“Toen de piano werd uitgevonden, bestond er natuurlijk nog geen rock'n'roll. Toch kun je er een flink geluidsvolume mee bereiken, want in rumoerige dranklokalen moest de muziek boven het lawaai uit komen. De piano was daar beter op toegesneden dan de banjo of de gitaar. Ik ken dat, want ik ben ook in café's begonnen. Een harde speelstijl sluit een warm geluid niet uit. Op mijn eerste plaat met mijn toenmalige groep The Range klonk de piano nog wat blikkerig, maar ik weet nu precies met welke dynamiek ik mijn songs moet aankleden. Ik kàn wel zacht en subtiel spelen, maar van tijd tot tijd voel ik de aandrang om er eens lekker op los te meppen.”