'Bezwaren van Moskou niet enige reden voor gebrek aan enthousiasme in Brussel'; 'Navo houdt de boot af voor O-Europa'

Polen wil in de NAVO. Het Russische verzet tegen het Poolse lidmaatschap neemt echter eerder toe dan af, en de NAVO heeft geen haast - sterker: ze houdt de boot af. Maar, zegt Polens belangrijkste NAVO-deskundige, tegen 1999 moet het toch kunnen lukken.

WARSCHAU, 4 DEC. Als Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije tot de NAVO toetreden, wordt Europa het toneel van een Koude Vrede, raakt het continent opnieuw verdeeld en zullen “de vlammen van de oorlog” weer over Europa razen. Dat is de boodschap die de afgelopen maanden in steeds scherpere bewoordingen uit Moskou komt, als het gaat om de beoogde uitbreiding van de NAVO. De retoriek van Boris Jeltsin en met hem alle andere politieke en militaire woordvoerders in Moskou liegt er niet om. Als de NAVO en de Oosteuropeanen hadden gedacht Moskou ervan te kunnen overtuigen dat het zich niet bedreigd hoeft te voelen door de uitbreiding van de NAVO, dan is nu wel duidelijk dat dat niet is gelukt en dat het ook niet zal lukken.

Prof. Longin Pastusiak haalt de schouders op: “De Russische oppositie is natuurlijk een probleem, voor Polen èn voor de NAVO. We willen de confrontatie niet. Maar als die er toch komt, moet duidelijk zijn dat Rusland geen vetorecht heeft. Polen is een soeverein land en we kijken niet wat onze buren willen. Ons besluit is niet van hun toestemming afhankelijk.”

Juist vorige maand mislukte een nieuwe Poolse poging Moskou ervan te doordringen dat de NAVO-uitbreiding geen bedreiging vormt: minister van buitenlandse zaken Bartoszewski moest bij thuiskomst melden dat men het er slechts over een ding eens was geworden: het men het niet eens was.

Amerika-deskundige Pastusiak (60) woont tussen tot het plafond doorlopende boekenkasten in een flatje in Warschau, een kleine, energieke man met een grijze crew cut. Hij studeerde - als een van de eerste Poolse studenten - in de Verenigde Staten, promoveerde en doceerde er, is hoogleraar internationale betrekkingen en schreef 55 boeken over de VS en de NAVO: een wetenschapper die “per ongeluk politicus werd”. Hij is parlementslid en (onder de straks aantredende president Kwasniewski) tweede man van de Sejm-fractie van de ex-communistische SLD en leidt de Poolse delegaties bij de Noordatlantische Raad en bij de assemblee van de Westeuropese Unie WEU.

De steeds fellere retoriek van Moskou tegen het Poolse lidmaatschap is volgens Pastusiak niet het laatste woord: die is “een tactische manoeuvre”, zegt hij, en daar ziet hij twee redenen voor. De eerste: de parlements- en presidentsverkiezingen die voor de deur staan dwingen elke Russische politicus tot een scherpe formulering van het verzet tegen de NAVO-uitbreiding. “Geen enkele politicus of partij kan zich iets anders veroorloven.”

De tweede reden, volgens Pastusiak: “Rusland wil een speciale relatie met de NAVO ten aanzien van strategische samenwerking en speciale consultatie. De Russische ambassadeur bij de NAVO, Tsjoerkin, zei me: de enige manier om het Russische verzet weg te nemen is een speciaal bilateral verdrag tussen Rusland en de NAVO, waarin wordt gegarandeerd dat de uitbreiding niet in het nadeel van Rusland uitvalt. De scherpere retoriek moet de Russische onderhandelingspositie versterken.”

Dat Rusland zo fulmineert, verbaast Pastusiak niet: “In Rusland zijn de veranderingen na 1991 natuurlijk veel minder diep dan die bij ons na 1989. Hoe dieper de veranderingen, hoe groter de mogelijkheid stereotypen - over bijvoorbeeld de vijandige NAVO - te veranderen. In Rusland bestaat nog steeds een diep wantrouwen tegen instituten als de NAVO en WEU, temeer omdat het Russische militaire establishment nog precies dezelfde is als in Sovjet-tijden.” Rusland zal zijn mening over de NAVO pas wijzigen, aldus Pastusiak, als het in het Europese veiligheidssysteem is opgenomen: dat is het belangrijkste doel van Moskou. “Rusland is heel boos als het overal buiten wordt gelaten. De NAVO en de WEU nemen alle beslissingen op het gebied van de Europese veiligheid zonder Moskou te raadplegen. De NAVO richt een Europees veiligheidssysteem in zonder Moskou erbij te betrekken. Dat wakkert het Russische wantrouwen aan.” Dat is volgens Pastusiak de reden waarom Moskou een Europese Veiligheidsraad en een grotere veiligheidsrol voor de Europese veiligheidsorganisatie OVSE eist.

Zelfs als Rusland zijn speciale bilaterale relatie met de NAVO heeft, zijn er volgens Pastusiak geen garanties dat Moskou minder confronterend over de NAVO zal gaan praten. “Metternich heeft gezegd: elk land heeft tenminste één vijand nodig - om de binnenlandse cohesie bij spanningen te versterken. Als in de toekomst in Rusland binnenlandse chaos uitbreekt - à la Tsjetsjenië - zal Moskou de NAVO als buitenlandse bedreiging opvoeren als alibi om in eigen land de orde te herstellen.”

Ook de buurlanden Wit-Rusland en de Oekraïne vormen een probleem voor de Poolse toetreding. Wit-Rusland wil zich liever vandaag dan morgen bij Rusland aansluiten, de Oekraïne heeft dezelfde eisen jegens de NAVO als Moskou. Beide landen zijn tegen de Poolse toetreding.

Pastusiak: “Polen kan geen lid van de NAVO worden als de Oekraïne niet net zo'n speciale relatie met de NAVO krijgt als Rusland. De Oekraïne is simpelweg te groot om buiten beschouwing te worden gelaten. Dat zou een enorm vacuüm en veel onzekerheid scheppen. Nu bestaan er in Europa drie soorten landen: veilige landen - de leden van de NAVO -, halfveilige landen - de landen die deelnemen aan het Partnership for Peace-programma - en onveilige landen, die niets hebben. Dat is op de lange duur gevaarlijk, en die situatie moet geleidelijk worden rechtgezet.”

Niet alleen de oosterburen van Polen liggen dwars, ook de NAVO zelf doet moeilijk, vindt Pastusiak: “De NAVO houdt duidelijk de boot af.” De Russische bezwaren spelen daarin ongetwijfeld een rol. Maar er spelen meer factoren mee.

Pastusiak: “Ik word in Brussel voortdurend geconfronteerd met het argument dat de NAVO effectief was in tijden van een reële bedreiging en dat nu de Koude Oorlog voorbij is, ook de dreiging van de Sovjet-Unie en het communisme is verdreven. Waarom, zo wordt gezegd, zou je dan de NAVO uitbreiden? Dat is een argument waar wij niet zoveel mee kunnen doen. We kunnen er alleen op antwoorden, dat het belangrijk is het gebied van de Europese stabiliteit uit te breiden.”

Een ander bezwaar dat in Brussel wordt ingebracht, is dat van de consensus: meer leden bemoeilijken die consensus en verzwakken het beslissingsproces. Verder, zegt Pastusiak, hebben de zuidelijke NAVO-landen bezwaar tegen de Poolse toetreding. “Zij zeggen: de grootste bedreiging komt nu uit het zuiden, uit het Midden-Oosten, de regio van het moslim-fundamentalisme en de illegale immigratie. Ze eisen daarom een versterking van de zuidflank. Ze vragen ons: zijn Poolse soldaten bereid desnoods aan de kusten van de Middellandse Zee te sterven in een conflict waarbij de NAVO is betrokken? Wel, daartoe zijn die Poolse soldaten bereid. Kijk naar de Tweede Wereldoorlog, en kijk op welke verre fronten de Polen zijn gestorven.”

Daarnaast, zegt Pastusiak, vrezen die zuidelijke landen ook financiële nadelen, omda ze profiteren van een speciaal NAVO-fonds voor de versterking van hun strijdkrachten. Ze zijn bang dat dat geld straks naar het Oosten gaat.

Tenslotte krijgen de Polen, Tsjechen, Slowaken en Hongaren in Brussel nogal eens te horen dat hun landen instabiel zijn en dat er te veel potentiële conflicten liggen om in de NAVO te passen. “Vooral de Britten roepen dat. Zij zeggen: de NAVO is er om stabiliteit te garanderen, en kan dat niet als de zone wordt uitgebreid met landen waarin de stabiliteit niet is gegarandeerd.” De Britten, zegt Pastusiak, zijn zeer sceptisch over de Poolse toetreding, samen met de zuidelijke NAVO-landen; de Amerikanen en de Duitsers zijn de grootste voorstanders.

Ondanks al deze bezwaren is Pastusiak “voorzichtig optimistisch” dat Polen nog deze eeuw, in 1999, lid kan worden van de NAVO. De belangrijkste voorwaarde: Rusland moet zijn bezwaren inslikken. En dat zal nog veel moeite kosten: “Als alleen Hongarije lid zou willen worden, zou Moskou daar niet zoveel bezwaar tegen maken. Maar Polen is het grootste Oosteuropese land en het ligt het meest strategisch.” Polen, zegt Pastusiak, is voor de Russen de kern van het hele probleem.

    • Peter Michielsen