Aan A.P.W. Melkert is bijna alles veranderd

Tegenstanders noemen hem de “meest opportunistische politicus die er bestaat”. Anderen zien hem als een weldaad voor de PvdA. Maar iedereen is het er over eens dat Ad Melkert, de huidige sociaal-democratische minister van sociale zaken en werkgelegenheid, sterk veranderd is. Deze week is Melkert aan de beurt om in de Tweede Kamer zijn begroting te verdedigen.

De enige verandering die pa Melkert aan zoon Ad is opgevallen is de verdwijning van de snor, afgelopen zomer. “Volgens mij was Ad die snor gewoon zat”, zegt Melkert, kapper te Gouderak. Hoewel zijn zoon zich nog altijd laat coifferen door zijn vader was het afscheren van de snor zijn eigen daad. “Ik heb het er nauwelijks met hem over gehad”, zegt zijn vader, “maar tegenwoordig besteden we meer aandacht aan onze kleinkinderen.”

Anderen die A.P.W. Melkert (39), minister van sociale zaken en werkgelegenheid, intensiever in de gaten houden signaleren fundamenteler wijzigingen. “Er zit een duidelijke ontwikkeling in zijn optreden”, zegt oud-PvdA-voorzitter M. van den Berg, die Melkert kent uit het midden van de jaren tachtig toen beiden bij de NOVIB werkten. “Als minister maakt hij veel meer duidelijk waar hij voor staat in de politiek. Hij is minder zakelijk en solistisch bezig dan als Tweede-Kamerlid. Ik hoor veel mensen in de PvdA zeggen dat hij voor zijn partij een goede bijdrage levert aan het kabinetsbeleid.”

E. ter Veld, oud-staatssecretaris op sociale zaken, is ronduit enthousiast. “Ik dacht eerst: wat moet zo'n koude kikker als Melkert op Sociale Zaken? Inmiddels vind ik het een gouden greep. Hij heeft goed door waar het bij Sociale Zaken om draait, niet alleen om 'werk, werk, werk', maar ook om armoedebestrijding. Dat doet hij heel goed”. FNV-voorzitter J. Stekelenburg, die vaak in de clinch lag met de PvdA over het sociaal beleid, steekt zijn waardering evenmin onder stoelen of banken. “Als Kamerlid had Melkert denkbeelden waar we ons als vakbeweging nou niet direct in herkenden. Als minister valt hij ons erg mee. Tegenover de vakbeweging voert hij een beleid van paaien en afstoten. Natuurlijk is Melkert een redelijke opportunist, maar dat zijn de meeste politici.”

Als Tweede-Kamerlid ('86-'94) stond Melkert bekend als een koele, op de rechtervleugel van zijn fractie opererende politicus. Regelmatig bracht de financieel specialist het linkerdeel van de partij tot machteloze razernij als hij weer eens een pleidooi had gehouden voor het “genuanceerd” aankijken tegen de koppeling van lonen en uitkeringen of als hij meldde dat hij zich “geïnspireerd” voelde door de gedachte het minimumloon voor kostwinners te verlagen. “Wat zou ik die rechtse praatjes graag eens aftroeven” riep het toenmalig Kamerlid F. Moor dan wanhopig uit. Oud-PvdA-Kamerlid R. Hummel achtte Melkert moeilijk in staat het sociaal-democratische gedachtengoed op de achterban over te brengen. “Als hij een zaal overhitte arbeiders zou moeten toespreken, slaan ze hem neer”, voorspelde Hummel eens.

Dergelijk ongerief is Melkert tot nog toe bespaard gebleven. Het PvdA-Kamerlid W. van Gelder was enkele weken geleden getuige van Melkerts strenge doch rechtvaardige optreden op een partijbijeenkomst over werkgelegenheid. Daar klaagde iemand die van een banenpool overging naar een 'Melkert'-baan dat hij nu ook avonduren moest gaan draaien. Van Gelder: “Melkert legde uit dat dat er nu eenmaal bijhoorde. Dat avondwerk vond hij geen enkele reden om dan maar niet door te stromen.” Enigszins tot Van Gelders verbazing merkte hij “dat de zaal het een goed verhaal vond en Melkerts benadering accepteerde.”

FNV-voorzitter Stekelenburg weet wel een reden waarom Melkert tot nog toe de verwachte agressie bespaard is gebleven. “Hij is veel communicatiever en heeft meer humor dan veel mensen denken. Bovendien heeft Melkert snel bijgeleerd. Zijn eerste persconferentie bij de Stichting van de Arbeid zat vol bijzinnen en wollig taalgebruik. Hij is zich daarna veel helderder gaan uitdrukken.” Volgens M. van den Berg duidt de groei van Melkert “op een groot vermogen de functie die hij op dat moment heeft volledig uit te buiten”, reden voor iemand die met hem samenwerkte in de Atlantische Commissie om te zeggen: “Ik kan me Melkert niet voorstellen als minister-president, maar wel als iemand die het al twee jaar is.”

De politicus Melkert heeft de nodige omzwervingen achter de rug. Al vroeg, tijdens zijn studie politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, raakte hij tot verbazing van het a-politieke thuisfront betrokken bij de Politieke Partij Radicalen (PPR). Hij was er op zowel Amsterdams als landelijk als jongerenniveau actief. Wellicht had Melkert tot de top kunnen doorstoten ware het niet dat hij door de radicalen te weinig radicaal werd bevonden. Bovendien, zo zei het toenmalig PPR-Kamerlid H. Waltmans enkele jaren geleden in deze krant, stokte Melkerts opmars “toen hij een keer in een interview had opgemerkt dat de kunst van onderhandelen is je buurman verneuken.”

In 1981 verliet Melkert de PPR om enkele jaren later lid te worden van de PvdA. Die beschikte over de macht, zou hij later zeggen, om idealen om te zetten in de praktijk. In 1986, op zijn 30ste, werd Melkert Tweede-Kamerlid. Een verhuizing met zijn gezin - zijn Chileense vrouw en hun twee dochters -, van Scheveningen naar de polderstad Almere waar hij via de kieskring Flevoland in de Tweede Kamer kon komen, had hij er graag voor over.

Terstond ontwikkelde hij zich tot 'allesvreter', die uiteenlopende onderwerpen behandelde als de bestrijding van een algenplaag in de Noordzee en de bemoeienis van Nederland met de emigratie van Russische joden. “Kan het dan nooit genoeg Melkert zijn”, kreunden sommige van zijn fractiegenoten. Zijn brede aanpak correspondeerde met zijn gevarieerde nevenactiviteiten. De oud-NOVIB-man was commissaris bij de ziektekostenverzekeraar, AZIVO Holding, adviseur van de solidariteitsorganisatie met Latijns-Amerika CLAT-Nederland en in 1990 vice-voorzitter van de Atlantische Commissie. Daar leerde hij alles over nucleaire strategieën en high tech wapens. “NOVIB en Atlantische Commissie is een combinatie van circuits die je niet zo vaak tegenkomt”, zegt Max van den Berg. Toch acht de NOVIB-directeur de combinatie niet verrassend, omdat het om een internationale organisatie ging. Per slot had Melkert als voorzitter van de Council of European National Youth Committees al van zijn internationaal-politieke belangstelling blijk gegeven. Van den Berg: “Melkert beweegt zich gemakkelijk in internationale circuits. Hij trekt veel tijd uit voor dingen als de sociale top in Kopenhagen en de vrouwenconferentie in Peking.”

Al in 1989 - na drie jaar Kamerlidmaatschap en als 33-jarige - werd Melkert getipt als opvolger van minister Nijpels van milieu. Uiteindelijk ging die post naar een ander PvdA-Kamerlid, Hans Alders. Maar Melkert veroverde een andere post die zijn relatie met de huidige premier en PvdA-leider Kok zou definiëren: financieel specialist van zijn fractie. Kok verkoos Melkert boven concurrenten als Willem Vermeend en Frans Leijnse. Tweede-Kamerleden van de PvdA verklaren Koks keuze uit een combinatie van een goede chemistry tussen hem en Melkert - beiden praktisch en zakelijk ingesteld - en Koks waardering voor het feilloos politiek en machtsinstinct van het Kamerlid.

Als financieel woordvoerder tijdens het derde kabinet Lubbers ontwikkelde Melkert zich tegenover Kok niet alleen tot schaduw-minister van financiën in de PvdA-fractie. In de steeds getourmenteerder relatie tussen de partijleider en de PvdA-parlementariërs opereerde hij ook als het loodsmannetje van de vice-premier: hij vormde oog en oor van Kok in de fractie maar verdedigde ook, waar hij kon, diens positie. Tegen uitdrukkelijke fractie-afspraken, maar met toestemming van Kok, woonde Melkert regelmatig het wekelijks bewindsliedenoverleg van de PvdA bij.

Melkerts steun voor Kok blijkt onder meer uit het vorig jaar gepubliceerde boek Regerenderwijs. De toenmalige fractievoorzitter Th. Wöltgens verhaalt daarin over het tumult dat in de fractie ontstond over de inmiddels beruchte toespraak op 1 mei 1992 van vice- fractievoorzitter F. Leijnse. Daarin keerde de meerderheid van de fractie zich tegen een belangrijk onderdeel van de WAO-ingreep van het kabinet. Het was één van de weinige momenten dat Melkert zijn zelfbeheersing verloor, zo blijkt uit Wöltgens verslag. “In een vergadering van het fractiebestuur zijn onder anderen Flip Buurmeijer en Ad Melkert woedend tegen mij uitgevaren over mijn 'coup' tegen Kok. Dat was het enige moment tijdens mijn fractievoorzitterschap waarop ik het gevoel had dat er door fractieleden aan mijn stoelpoten werd gezaagd. De zagers beriepen zich daarbij op Kok en zijn boosheid.”

Wöltgens verdween naar Kerkrade en 'zager' Melkert werd minister in het kabinet-Kok. In de PvdA wordt de komst van de financieel specialist naar het kabinet in verband gebracht met Koks wens om over een partijgenoot te beschikken in de zogeheten sociaal-economische zeshoek op wie hij blind kan varen. Dat geeft Kok de gelegenheid zich als premier boven de partijen te verheffen. Volgens FNV-voorman Stekelenburg verloopt de samenwerking tussen de twee gladjes. “Bij het overleg in de SER kun je zien dat Kok en Melkert hun zaken onderling goed hebben afgestemd.”

De issues waarmee Melkert als Kamerlid de linkervleugel van zijn partij schrik aanjoeg zijn grotendeels uit het zicht verdwenen. In het kabinet met VVD en D66 zou de PvdA-politicus met 'rechtse' gedachten niet opvallen, sterker nog, in grote politieke moeilijkheden geraken. Minister Melkert heeft zich, anders dan als Kamerlid, sterk gemaakt voor de koppeling van lonen en uitkeringen dit jaar, en doet dat ook voor volgend jaar. Melkert, die tijdens de vorige kabinetsperiode de kritiek van de toenmalige minister van sociale zaken B. de Vries op de Algemeen Verbindend Verklaring van CAO's deelde, houdt die nu in stand. Ook de gerichtheid op de middenklasse die Melkert eerder bepleitte als manier om zijn partij te moderniseren, heeft plaatsgemaakt voor zorgen over de onderklasse en de noodzaak die bij het arbeidsproces te betrekken.

Voormalige tegenstanders van Melkert uit de PvdA-fractie noemen dit alles het zoveelste bewijs dat “Melkert de meest opportunistische politicus is die er bestaat”. Volgens Stekelenburg is er iets anders aan de hand. Melkerts rol als minister van sociale zaken brengt hem volgens de FNV-voorman als vanzelf in de positie van tegenhanger tegen liberaliseringsvoorstellen van andere ministers zoals Wijers en Zalm. Als voorbeeld noemt Stekelenburg Melkerts nota over flexibilisering van de arbeidsmarkt die “een redelijke balans” vormt tussen werkgeverswensen en werknemersbelangen.

Gebleven is Melkerts drang deel te nemen aan het algemene politieke debat. Enige tijd geleden deed hij D66 en een deel van de PvdA-fractie opschrikken met de mededeling dat het referendum een instrument was uit de jaren zestig. “Als geneesmiddel voor de problemen van de jaren negentig zou het referendum meer verdovend dan verlichtend kunnen uitpakken”, zei Melkert op een bijeenkomst van de JOVD. Hij had het politieke klimaat juist ingeschat: niemand schilderde Melkert als verliezer af toen het kabinet even later toch tot invoering van het correctief referendum besloot. Integendeel, politici als Hans Wiegel lieten zich vervolgens in dezelfde trant uit als Melkert.

Met graagte en sarcasme wierp Melkert zich op de discussie over het basisinkomen die dit voorjaar losbrandde. Toen een prominent lid van D66 zei dat zijn partij het basisinkomen zeer serieus nam en er zelfs een congres over had georganiseerd, riposteerde Melkert: “Maar dat betekent nog niet dat er over is nagedacht.”

In een uitzending van Brandpunt, enige tijd geleden, reageerde hij assertief op CDA-leider Heerma. Naar aanleiding van diens pleidooi voor een minister voor familiezaken zei Melkert: “Er is al een gezinsminister. Die staat voor u.” Over het CDA-pleidooi voor een actievere gezinspolitiek was de minister kort: “Daar zit niets achter. Het is niets nieuws.” Om er met een brutale variatie op Markus 10:14 (“Laat de kinderen tot Mij komen”) aan toe te voegen: “Laat iedereen tot mij komen die mijn beleid wil ondersteunen.” Heerma had er even niet van terug.