'We klopten op de deur, boem boem, maar niemand deed open'; De eerste toeristen van Sarajevo

SARAJEVO, 2 DEC. Het gaat goed met Sarajevo. Het afgelopen weekeinde arriveerden zelfs de eerste toeristen. Ichiro (21) en Yuichiro (24) zijn alles wat men zich altijd heeft voorgesteld bij Japanners op vakantie. Met hun fleurige rugzakjes en nylon jasjes lopen de jongens langs de versmolten resten van wat eens de torenflat van het Joegoslavische reisbureau UNI-tours was. “So sad”, zegt Ichiro. “Very sad”, kaatst Yuichiro terug, terwijl ze zich om de beurt opstellen voor een foto.

Hier zette de bus uit Split hen zaterdagvond af. “We surprise”, knikken ze als ze weer terugdenken aan de eerste schok. Het Holiday-Inn-hotel bleek een verwrongen hoop staal zonder ramen. Maar dat was het niet. Het was de prijs van de kamers die hen schokte. “Zo duur”, zeggen Ichiro en Yuichiro, weer lachend. Toen zijn ze de stad maar ingelopen. Tot ze een kerk zagen, de servisch-orthodoxe kerk, zo blijkt later. “We hebben geklopt. Boem, boem. Maar niemand deed open”, zegt Yuichiro nog steeds verbaasd.

Hoe komen twee jonge Japanse studenten op rondreis door Europa in Sarajevo terecht? “Heel goedkoop”, verklaart Ichiro. Ze logeerden in een pension in Boedapest. Daar zeiden ze dat Sarajevo de goedkoopste plek van Europa was. Toen hoorden ze op televisie: in Sarajevo is vrede. “Dus we gaan naar Sarajevo”, straalt Yuichiro.

Twintig uur in de bus. Van Boedapest via Zagreb naar Split. Daarna de bus over de berg Igman, die dankzij de 'snelle reactiemacht' de enige openbare verbinding met Sarajevo vormt. Hun zonnige gezichten betrekken even wanneer ze praten over die reis. “Zo bang”, huivert Ichiro. “Heel bang”, beaamt Yuichiro. Maar de Serviërs schieten toch niet meer op de berg Igman? Hun ogen worden wijd van verbazing. Serviërs? Op die berg? “Smalle weg. Veel sneeuw. Zo bang dat bus in afgrond viel”, verklaren ze.

Eenmaal hersteld vervolgen de jongens hun toeristisch uitstapje. Op de markt komen de fototoestellen weer uit de rugzakjes. Klik, de vrouw die chocolade en gesmokkelde sigaretten verkoopt. Klak, daar die doos met lieve konijntjes. Wanneer de verkoopster aanbiedt om een van de konijntjes voor hen te slachten, slaan ze verschrikt de hand voor hun mond. Nog veel verschrikter kijken ze wanneer een oude soldaat hun vertelt dat op die plek - daar bij die krater - drie maanden geleden een Servische raket neerkwam. De jongens sluiten hun ogen. “So sad”, zegt Ichiro. “Very sad”, zegt Yuichiro en vergeet van de weeromstuit een foto te maken.

Nieuwsgierig dringen de marktmensen om hen heen. Voor hen is het een teken, de komst van deze Japannertjes met hun fototoestellen en hun naïviteit. Het betekent dat er weer iets van het oude leven terugkomt. “Een week geleden was dit nog ondenkbaar”, zegt een van de vrouwen, en gaat even met haar hand over hun stekelige haar.

In een koffiebar oefenen Ichiro en Yuichiro wat ze tot nu toe in Sarajevo hebben geleerd. Voordat ze hier kwamen wisten ze niets van moslims en Serviërs en andere mensen. Nu weten ze meer. “Dat iedereen hout moet hakken zoals zigeunermensen”, zegt Ichiro. “En dat er heel veel moslimmensen zijn doodgegaan door de Serviërs”, zegt Yuichiro. Verlegen roeren ze in hun thee. Hun ouders hebben ze niet verteld dat ze hier zijn. “Anders heel boos”, zegt Ichiro. Misschien vertellen ze het later wel.

Maar nu zijn ze hier. “En alle moslimmensen zijn heel aardig. Ze zeggen: Japanse mensen goed. Behalve Akashi.” Opnieuw klinkt hun verbaasde lach. Dat de Japanse VN-gezant in ex-Joegoslavië zo weinig populair was hadden ze nooit gedacht. Maar nu hebben ze ook dat begrepen: “Serviërs zijn vijand van moslimmensen, en Akashi aardig tegen Serviërs”, klinkt de analyse. Misschien was het een ongelukje dat ze hier kwamen, maar nu vinden ze het jammer dat ze al gauw weer wegmoeten. Want helaas blijkt Sarajevo 'very very expensive'. Ze knikken elkaar toe en rekenen voor: voor een appel betalen ze één Duitse mark, en 80 mark voor het kamertje dat ze huren. “Aardige moslimmensen heel duur”, is hun conclusie.

Maar ze hebben nog geen idee hóé duur. Na hun vruchteloze poging onderdak te krijgen in de orthodoxe kerk nam de manager van hotel Bosnia hen onder zijn hoede. Hij verhuurde hun een kamer in zijn huis, en gaf instructies met niemand te praten. Voor 500 mark per vraaggesprek - vooruit aan de manager te betalen - 'verhuurde' hij de jongens vervolgens aan journalisten. “U begrijpt, ik maak kosten om die Japanners in mijn huis te laten logeren.” Ichiro en Yuichiro loeien verbaasd wanneer het hun wordt verteld. Ze begrijpen het niet, totdat ze begrijpen hoe rijk ze deze 'aardige moslimmens' met hun aanwezigheid in drie dagen hebben gemaakt.

Die middag hebben Ichiro en Yuichiro nog één laatste wens. Voordat ze morgen vertrekken willen ze één keertje de sluipschuttersboulevard bezoeken. Daar gaan we, met hoge snelheid in de taxi. De jongens kijken hun ogen uit. Ze kijken naar de remise vol uitgebrande trams. En naar de groententuintjes die overal tussen de flats zijn aangelegd. “Vroeger bomen, nu kool”, vatten ze de oorlogseconomie van Sarajevo bondig samen. Op het uiterste puntje van de stad houden we stil. Daar gaan ze weer met hun camera's. Vrouwen met opgestroopte mouwen scheppen in een berg met kolen. Klik. Ichiro wenkt een paar kinderen en gaat er lachend tussen staan. Klak. Nu is het de beurt van Yuichiro.

“Serviërs”, vraagt Ichiro en wijst naar de huizen verderop. “Frontlijn”, knikt de taxichauffeur. “Brrr”, rilt Ichiro. “Beetje bang”, zegt Yuichiro. “Niet echt vrede hè”, concluderen ze.

Nog even lopen ze rond tussen de stukgeschoten flats en de uitgebombardeerde auto's. Een oude vrouw is op zoek naar eten tussen de hopen vuilnis. Zwijgend kruipen de jongens even later terug in de taxi. “Zoveel kapot”, verzucht Ichiro. “Ook auto's kapot”, zegt Yuichiro. Wat denken ze nu van Sarajevo, wil de taxichauffeur weten. “Net als Kobe”, zeggen de jongens. Wanneer ze terug zijn in Japan zijn zullen ze een brief aan de regering schrijven, besluiten Ichiro en Yuichiro. “En dan doen we al onze foto's erbij.”

    • Marjon van Royen