Vietnams verscheurde ziel in een intrigerend gebarenspel

Voorstelling: Sécheresse et Pluie. Concept, choreografie, toneelbeeld: Ea Sola; teksten: Nguyên Duy; muzikale arrangementen: Dô Tung, Sola; licht: Niki Cook; geluidsband: Grégroire Bouillier. Gezien: 30/11 Rotterdamse Schouwburg, Rotterdam.

De laatste jaren groeit in ons land de belangstelling voor kunst uit Vietnam: voor Vietnamese films, beeldende kunst, fotografie en zowel traditionele als hedendaagse popmuziek. En niet te vergeten de Vietnamese literatuur die hier wordt vertaald uit het Frans, Duits of Engels. Maar die opleving lijkt te zijn voorbijgegaan aan de theaterkunst. Lijkt, want nu is er van de Vietnamees-Franse theatermaakster Ea Sola Sécheresse et Pluie, een voorstelling die slechts één avond speelde in de Rotterdamse Schouwburg. Met die produktie schaart Ea Sola zich bij de jonge kunstenaars die op zoek zijn naar een nieuwe esthetica, waarin de historie en het heden zijn vervlochten, een combinatie van de verfijning van vroeger en de rauwe werkelijkheid om zo de traumatische ervaringen van deze eeuw te verwerken.

Ea Sola verliet voor de val van Saigon met haar familie het Zuiden van Vietnam om uiteindelijk in 1978 in Parijs aan te komen. Als straat-artieste leerde Sola daar performers kennen als François Evangilisti en de Butoh-dansers Takuya Ishide en Min Tanaka (Tanaka is hier vooral bekend door zijn optreden bij de Nederlandse Opera, onder meer in de nieuwe Zauberflöte). Vanaf 1985 werkt Sola als danseres, choreografe en theatermaker. Een autodidact die zich heen en weer geslingerd voelt tussen twee culturen.

Sinds enkele jaren keert Sola regelmatig terug naar haar geboorteland, waar overheersing en oorlog de eeuwenoude cultuur vrijwel uitwisten, voor onderzoek naar de traditionele vormen van het Hat Chéo-theater, een rurale kunst die in de 13de eeuw in het noorden ontstond waarin muziek, zang, dans en gesproken woord samengaan. Die elementen heeft zij verwerkt in haar eigentijdse produktie Sécheresse et Pluie.

Hiervoor trok zij naar de deltagebied van de Song Koi en haalde daar 13 plattelandsvrouwen tussen de 50 en 76 jaar over om aan haar project mee te werken. Het zijn geen professionele danseressen, maar gewone dorpelingen die in hun jeugd de overgeleverde dansen van de eigen gemeenschap hebben geleerd. Hun ongekunsteld optreden geeft een extra dimensie aan de voorstelling.

Sécheresse et Pluie (droogte en regen), begint met het bekende beeld van een poëtisch, nevelig berglandschap. Vanuit de mist doemen schimmige gestalten op, die de beeltenis dragen van historische figuren. De bewoners van nu kunnen niet ontsnappen aan het gestolde leven van toen. Hun bewegingen zijn traag, de gezichten staan streng boven de sobere, zwart-witte kostuums. De schuifelende passen worden begeleid met percussie, lier en luit bespeeld door muzikanten en zangers die aan weerszijden van het toneel zijn opgesteld.

Op het speelvlak meten de zon (Pham Van Mon) en de regen (Ngô Thanh Hoai) al zingend hun kracht boven het hoofd van Doan Thi Kêt, als de anonieme mens. Gebukt onder de elementen plant en oogst een rij boeren de rijst. Zij dragen een strohoed tegen de hitte en beschermen zich met plastic tegen de regen. Dagelijkse handelingen als roeien, jagen en spinnen zijn vervat in een intrigerend, formeel gebarenspel.

Het is een verdienste van Sola dat Sécheresse et Pluie geen echt folkloristisch karakter heeft. Daarvoor zijn die elementen te voorzichtig gedoceerd, is de beweging te gestileerd, gaan haar bedoelingen te diep en is de voorstelling te ontroerend. Zij toont de verscheurde ziel van Vietnam, want achter de grimas schuilt de verbijstering. In elke familie valt minstens een oorlogsslachtoffer te betreuren. Aan het einde hangen de portretten van de omgekomen verwanten boven de knielende vrouwen. Een huiveringwekkend beeld.