Vakbonden houden heel Frankrijk in gijzeling

PARIJS, 2 DEC. Als maandag de werknemers bij Renault ophouden auto's te maken en later het wegvervoer mee gaat staken, is een nieuwe fase bereikt in het sociale conflict dat Frankrijk nu ruim een week in zijn greep houdt. Dan slaat de brand over van de staat naar de privé-sector. De vakbeweging met de kleinste aanhang in de ontwikkelde wereld is dan een eind verder met het stilleggen van heel het economisch raderwerk.

Hoe kan een vakbeweging die niet meer dan acht procent van de werkende bevolking vertegenwoordigt een groot land met succes gijzelen? Het antwoord is veelvoudig. Omdat zij in het verleden zo succesvol is geweest dat haar leden voorrechten genieten waarvoor zij bereid zijn zich arm te staken. Omdat in geen enkel Westers land de economie zo sterk via de staat is georganiseerd. Omdat nergens het concept van de 'publieke dienstverlening' zo'n heilige koe is als in Frankrijk.

Het kunststuk van de Franse vakbeweging lukt ten slotte omdat de bestuurlijke klasse van het land, onverschillig of zij linkse of rechtse shirts draagt, het altijd wel handig vond de vakbondselite te vriend te houden. De enige prijs was: miljardentekorten op overheidsbedrijven en sociale zekerheid. Die wil de regering-Juppé nu eindelijk aanpakken. Voor de bonden èn voor Frankrijk een strijd op leven en dood.

De vakbeweging in Frankrijk staat borg voor een maatschappelijke tweedeling: niet tussen werkenden en niet-werkenden, maar tussen mensen die werken of gewerkt hebben in de beschutte (semi-) overheidssector en al diegenen die opereren op de vrije markt. De eerste groep werkt maximaal 37,5 jaar in een gesloten systeem met korte roosters en een menukaart aan faciliteiten. De laatste groep werkt voor bedrijven die blootstaan aan de harde werkelijkheid van de wereldmarkt.

Pag.16: Concurrenten zijn partners tegen Juppé

Het is niet de tucht van Maastricht, maar het dreigend faillissement van Frankrijk dat de regering-Juppé II ertoe brengt harde maatregelen te treffen. Bij gebrek aan een parlementaire traditie en een oppositie van betekenis, erkent de regering in de traditionele vakbeweging haar werkelijke tegenstander. Ten koste van nieuwe bonden met een recenter verworven aanhang hebben de oude centrales altijd exclusieve rechten van de staat gekregen, onder andere bij de dagelijkse leiding van de ziekteverzekering - een van de bodemloze beerputten waar de huidige crisis uit is voortgekomen. Ook al missen zij iedere representativiteit, de syndicats gedragen zich als de stem van het volk.

De eerste Franse vakcentrale werd honderd jaar geleden opgericht. Zowel de communistische CGT als de niet-communistische Force Ouvrière beweren er de natuurlijke erfgenaam van te zijn. Beide concurrerende centrales zijn dezer dagen partners in de niets-ontziende strijd tegen de regering-Juppé. Zij staan pal voor de lonen en verworven rechten van de miljoenen Fransen die bij de overheid werken. Daarmee hebben de twee syndicats eindelijk weer een doel in het leven. Want de curve van hun ledental ontwikkelt zich al jaren even schuin neerwaarts als de neus van een TGV.

De grootste centrale is tegenwoordig de constructief-linkse, ook wel als christen-sociaal aangeduide centrale CFDT. Onder leiding van de wilskrachtige Nicole Notat streeft de Confédération française démocratique du travail naar een onafhankelijke, kritische dialoog met de werkgevers, de overheid daarbij inbegrepen. De leden van deze bond hebben bij de presidentsverkiezingen in meerderheid op de socialist Lionel Jospin gestemd, maar nu is de CFDT de enige hoop van president Chirac op een terugkeer naar rede en redelijkheid.

Gisteren werd duidelijk dat de CFDT, die tot nu heeft mee-gestaakt ter bescherming van de overheidspensioenen, de koers naar een algemene staking niet verder volgt. Force Ouvrière, CGT en een aantal sterke, gespecialiseerde bonden (vooral in het onderwijs en bij de PTT) gaan vanaf nu hun eigen weg: totaal verzet tegen modernisering van de spoorwegen, Air France, de AOW, de gezondheidszorg en France Télécom.

Dat het vakbonds-Nee-front is gespleten, is te danken aan de wilskracht van één vrouw. Zij wordt de 'dame de fer' genoemd. De 47-jarige Nicole Notat, doet in de verte inderdaad denken aan Margaret Thatcher in haar pre-premier-jaren. Notat is zeker vastberaden en ambitieus. Bovendien heeft ook zij een scherp beeld van wat er niet deugt aan de wereld waarin zij opereert. En zij deelt de onverschrokken moed, het plezier zelfs om openlijk tegen heersende wijsheden in te gaan.

Door het reddingsplan-Juppé voor de sociale zekerheid in grote lijnen te steunen heeft zij zich de woede van de hardliners in haar achterban op de hals gehaald. Notat moest de grote stakingsmars door Parijs van afgelopen dinsdag vervroegd verlaten omdat leden van de eigen CFDT haar naar het leven stonden.'Zitten wij tegenwoordig bij een rechtse vakbond', vroegen zij verbijsterd. Notats antwoord is moediger dan de huidige halfhartige kritiek van Lionel Jospin, eerste secretaris van de Parti Socialiste: in het plan van Juppé zitten veel elementen waar socialistische regeringen in de jaren '80 vergeefs voor hebben gepleit. Niet alleen werkenden, maar alle Fransen krijgen toegang tot een gezondheidszorg-voor-iedereen. Dat is nauwelijks een rechtse maatregel. Notat zegt: daar hebben we altijd om gevraagd; moeten we er nu tegen zijn omdat het door een rechtse regering wordt voorgesteld?

De indrukwekkende actiebereidheid bij de Franse spoorwegen, de energiebedrijven, de post en vanaf maandag bij de telefoon, de uitvoeringsbureaus van de sociale zekerheid en een nog steeds op de overheid georiënteerd bedrijf als Renault onttrekt de gestage neergang van de vakbondsaanhang aan het gezicht. Was Frankrijk in de jaren van het Euro-communisme nog een vakbondsland bij uitstek, de veertien jaren van socialistisch presidentschap hebben daar mee afgerekend.

Van 4,4 miljoen leden in 1948, via 2 miljoen leden in 1968, zakte de CGT in de jaren '80 onder de miljoen. Dit voorjaar bekende president Louis Viannet in bedekte termen dat jarenlang te hoge cijfers waren opgegeven. Als hij nu nog 600.000 betalende leden heeft, is het mooi. Daarmee is de eens machtige Confédération Général du Travail de tweede centrale van het land geworden. Tegenvoeter en gelegenheids-kameraad FO is derde met 400.000 leden maar een onevenredig grote stem omdat haar voorzitter, 'Monsieur Non', Marc Blondel bij tijden geniaal balanceert op de grens tussen bestuurdersvriendelijkheid en harde actie. Notats CFDT is met 630.000 leden de koploper.

Als volgende week de vliegende verliesmakers Air France en Air Inter mee gaan staken, dan bewijzen alle daar langs elkaar heen opererende bonden dat zij werkelijk denken dat Frankrijk zich kan afsluiten van de buitenwereld. De Franse staat wordt dan sterk in de verleiding gebracht Lufthansa te vragen haar hopeloze vliegbelangen maar over te nemen.

De bondsbonzen van Air France bevinden zich in goed gezelschap. Terwijl de vakbeweging bij de verdediging van haar doelen het Franse volk kilometers laat lopen, ontbreekt de noodzakelijke uitleg regelmatig. Het communistische 'Syndicat du Livre', dat een monopolie heeft op de verspreiding van dagbladen in Parijs, houdt om de haverklap werkonderbrekingen. De zelfstandige kioskhouders, die gedwongen lid zijn van deze bond, worden niet van te voren op de hoogte gesteld, noch krijgen zij schadevergoeding. In hun supreme bediening van het vermeende eigen belang onthoudt de distributie-bond Frankrijk zijn nieuws en zijn opinievorming. Liever tv-nieuws waar de bonden nog wat voorstellen.