Toonkunst (2)

Het artikel 'Componisten af van meerjarige beloning' gaat over de inmenging van de staat in de bezigheden van componisten, maar gaat voorbij aan de kern van het conflict.

De staatsinmenging gebeurt door het door de regering in stand gehouden 'Fonds voor de Scheppende Toonkunst'. Dit grijpt in in het normale, moreel verantwoorde proces van competitie tussen nieuwe muziekstukken en corrumpeert dat proces.

Als de staat werkelijk een vriend van het componistenbedrijf wil worden, zou ze niet moeten sleutelen aan het in crisis verkerende systeem, maar alle commissies als die van het Fonds afschaffen die - onder de bedriegelijke schijn van staatsonpartijdigheid - nieuwe muziek beoordelen. En daarnaast, daarmee erkennen dat het onmogelijk is een nieuw muziekstuk te beoordelen als dat niet een paar maal is uitgevoerd, en de werking is beproefd.

De oordelen van de commissies van het Fonds kunnen dus niet gebaseerd zijn op muzikale factoren. In tegenstelling tot literatuur en schilderkunst kunnen nieuwe partituren slechts door vakgenoten bekeken worden en is dus kwaliteitsbeoordeling niet alleen onmogelijk, maar ook nog geheim, namelijk oncontroleerbaar door de openbaarheid. Onvermijdelijk vloeit daaruit voort het ontstaan van kwalijke belangenverstrengeling.

Dus: alleen staatssteun na uitvoeringen bij herhaaldelijk geconstateerde werking van een stuk. Dan kan de staat zich niet achter commissies verschuilen. Financiële steun wordt dan net zo'n openbare en controleerbare zaak als steun aan orkesten die iedereen kan horen. Een stimulans voor echte creativiteit!