Specialisten lopen wel degelijk grote bedrijfsrisico's

'Er is dus totaal geen ondernemersrisico', schrijft D. Post over de medisch specialisten (NRC Handelsblad, 22 november). Dit risico is er echter wel degelijk.

Om te beginnen moet een specialist als hij met een praktijk begint een kostbare investering doen die hij terugkrijgt op het einde van zijn loopbaan, als alles goed gaat. Het is echter helemaal niet zeker dat dit gebeurt. De praktijk kan voortijdig moeten worden stopgezet, om gezondheidsredenen bijvoorbeeld, en dan kan voortzetting van de praktijk een onzekere factor zijn indien er geen opvolger te vinden is.

Aangezien in diverse medische disciplines een tekort is aan specialisten (onder andere bij de gynaeologen en KNO-artsen) is deze kans niet denkbeeldig. En wat te denken van het niet denkbeeldige gevaar van een ziekenhuissluiting, waardoor een praktijk moet worden beëindigd, of met een mindere praktijk genoegen moet worden genomen (onder andere in Kampen en in de Haagse regio).

Een medisch specialist kan zich bovendien nooit volledig indekken tegen de risico's van een tegenzittende gezondheid, aangezien de premies voor voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid dermate oplopen, dat altijd een eigen risico ingecalculeerd moet worden.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de oudedagsvoorzieningen. Weliswaar is er een verplichte pensioenvoorziening, maar ondanks de hoge premies is het eruit voortvloeiende pensioen verre van riant te noemen. De specialist zal dus uit eigen middelen gedurende zijn korte produktieve periode voorzieningen moeten treffen ter aanvulling. Al met al gaat het hier om zeer wezenlijke risico's.

Post slaat eveneens de plank mis waar hij suggereert dat de specialisten niet eens voor de eigen hulpkrachten hoeven te zorgen. Deze hulpkrachten worden immers door het ziekenhuis aangesteld op grond van landelijke afspraken en normen, die zich in de loop der jaren hebben uitgekristalliseerd.

Een jaar of twintig geleden was het nog zo dat elke specialist het ziekenhuis jaarlijks moest betalen voor de voorzieningen waarvan hij gebruik maakte; het ging hier dan met name om de poliklinische voorzieningen. Aangezien noch de bedragen, noch de voorzieningen genormeerd waren, was dit een jaarlijks voor alle partijen ergerniswekkend gevecht.

Om hier een eind aan te maken werden er later andere vormen gevonden om de ziekenhuizen te vergoeden. Onder meer werd er een bepaald percentage van de verwijskaarten in een fonds gestort van waaruit de ziekenhuizen hun geld kregen. En momenteel is het zo, dat het ziekenhuis geld kan declareren bij de verzekeraar voor diverse poliklinische verrichtingen die een specialist doet om zo onder andere inrichting en personele bezetting van de poliklinieken te garanderen op basis van de normenrapporten. Er is aldus een duidelijk verband tussen de werkzaamheden van de specialist en de aanwezige hulpkrachten. Dat betekent echter niet dat alle hulpkrachten hieronder vallen. Dat wil zeggen dat typistes en secretaresses niet voor rekening van het ziekenhuis komen voor zover ze zich met verslaggeving bezighouden. Ook andere hulpkrachten komen voor rekening van de specialist, in de KNO- praktijk geldt dat onder anderen voor de meeste hulpkrachten die zich bezighouden met het doen van gehoortesten. Bij andere disciplines zijn er weer andere uitzonderingen.

En dan zijn er nog de mensen die zich bezighouden met het verzenden en innen van de specialistenrekeningen, ook die komen ten laste van de specialist. Overigens: een bepaald percentage van de particuliere rekeningen blijkt uiteindelijk niet inbaar, ook een ondernemersrisico van belang.

Tenslotte wil ik mijn ongenoegen uiten over de passage waarin staat: “Vast staat dat minister Borst zal aandringen op het moderniseren van de ziekenhuissituatie, het invoeren van een geïntegreerd medisch-specialistisch bedrijf, etcetera”.

Kan collega Post mij een ziekenhuis in Nederland aanwijzen dat géén op moderne leest geschoeid geïntegreerd medisch- specialistisch bedrijf is? Kom nou, dat zijn de ziekenhuizen toch al jaren en jaren, en dat is zeker niet afhankelijk van een loondienstrelatie.