Politiecultuur niet langer geborgen in eigen cultuur

ROTTERDAM, 2 DEC. “De mensen in het land begrijpen ons niet”, treurde ACO-kaderlid A. Gravekamp van Hollands Midden deze week. “We willen niet meer loon, we willen alleen houden wat we hebben.”

Niets is een werknemer moeilijker af te pakken dan een 'verworven recht'. Voor het eerst in de geschiedenis is de politie in staking gegaan, om de 'vaste onregelmatigheidstoeslag' te verdedigen. Iedere agent krijgt deze hoge, vaste toeslag, ook als hij van negen tot vijf werkt. In de laagste schaal bedraagt het maandelijks 12,5 procent van het inkomen. Minister Dijkstal wil hiervan veertig procent gebruiken om het werk op onregelmatige uren extra te belonen, veertig procent in het salaris inbouwen en twintig procent jaarlijks uitkeren.

Het gaat om een bedrag 150 tot 200 gulden dat de agenten in een periode van zo'n tien jaar geleidelijk van hun salarisstrookje zien verdwijnen. Toch vermoedt F. Denkers, als politiepsycholoog aan de Amsterdamse politie verbonden, dat het niet alleen om geld draait. “Dijkstal komt aan een recht”, denkt hij. “Stel je hebt een eigen telefoon. Ineens neemt je baas die telefoon af. Dat gaat niet om honderden guldens, het gaat om het idee. 'Altijd was ik belangrijk genoeg voor die telefoon, nu ineens niet meer'.”

Bij Binnenlandse Zaken rekende men op verzet, maar de actiebereidheid onder agenten verraste zelfs de politiebonden. Nog altijd geldt de agent als gezagsgetrouw. “Voor twee procent gaan we echt niet staken”, zei een kaderlid van de NPB deze week. Er is een stevige voedingsbodem van onvrede, anders waren de bonden ook dit jaar op een muur van onverschilligheid gestuit, zoals bij hun CAO-conflict van 1993.

Denkers wijdt de onrust grotendeels aan de naweeën van de ingrijpende reorganisatie van de rijks- en gemeentepolitie in 26 politieregio's. “Er zijn functie-wijzigingen en nieuwe indelingen. Het promotie-beleid is veranderd, het anciënniteits-principe is gedeeltelijk overboord gezet. Dienstjaren leiden niet automatisch meer tot promotie. Mensen voelen zich gepasseerd en onzeker. De introductie van het marktdenken, dat praten over targets en het produkt, bevordert ook geen gevoel van geborgenheid.”

Deels is de onvrede het gevolg van wat maatschappijhistoricus A.B. Hoogenboom, die vorig jaar promoveerde op een onderzoek naar de politie, een “cultuur van de genoegzaamheid” noemt. De politie is verstard door de onregelmatige leeftijdsopbouw. Uitbreiding van de politie is de laatste decennia met horten en stoten gegaan, op de golven van de maatschappelijke ongenoegen over misdaad en onveiligheid. Daardoor zitten er in de organisatie 'stuwmeren' van generatiegenoten, die de doorstroming van jong talent frustreren.

Hoogenboom: “De elite, die halverwege de veertig is, heeft een lange periode van voorspoed en overvloed meegemaakt en is verzadigd. De raad van hoofdcommissarissen en de beambten daaronder zijn druk zich te wapenen tegen nieuwe élan, de jongeren. Die houding slaat terug op de hele organisatie. Het middenkader kan niet doorstromen en heeft de neiging hetzelfde spel te gaan spelen met de mensen onder hen. Zo onstaat een domino-effect.” Dit probleem valt niet met wetten en regelgeving op te lossen, aldus Hoogenboom.

Volgens Hoogenboom heeft de 'cultuur van genoegzaamheid' een “cultuur van ongenoegen” in het leven geroepen. De kloof tussen het management en de lagere rangen, de streetcops, is te groot. De lagere rangen zijn ontevreden door de reorganisatie, de toegenomen werkdruk, de bezuinigingen. Hoogenboom: “Het is fascinerend dat, als je met hogere politiemensen over de reorganisatie praat, iedereen content is. Maar één deur verder, bij de rechercheurs, zien ze het nut er nog steeds niet van in. 'Waarom moet iedereen zo nodig naar een andere stoel'?”

Ook is er twijfel over de nieuwe rol van de politie. H. Geveke, die voor het Adviesbureau B en A onderzoek deed naar het imago van de politie: “Wat is een agent: een rotzooi-opruimer, welzijn-organisator, vertegenwoordiger van de overheid? Echt, hij weet het niet meer. Ik denk dat er meer visie moet komen binnen de korpsen, en bij de politiek en de samenleving.” Binnen het apparaat ziet ook psycholoog Denkers spanning tussen de 'boevenvangers', die hameren op het traditionele opsporingswerk, en de 'sociale agenten', die zich storten op doelgroepen en projecten.

Tenslotte is er de waardering en het aanzien. De IRT-affaire werkt door. “Op verjaardagsfeestjes krijgen ze te horen: 'het is een rotzooi bij jullie”, zegt Geveke. Het valt op hoe vaak in deze acties het woord 'waardering' valt. “Als het politiewerk niet gewaardeerd wordt, komt het busje niet zo”, luidt een van de slogans van de bonden. Dat raakt een gevoelige snaar. Het eindresultaat van dit alles, volgens psycholoog Denkers: “De opgekropte onvrede is omgezet in energie. En die wordt ingezet tegen Dijkstal.”

Geveke: “Dijkstal haalt de zweep er over, waardoor de bonden op hun beurt ook hun spierballen tonen.” Voor de politiebonden was het een cultuurschok dit jaar. Was men gewoon bij aanvang van het CAO-overleg een stevig pakket van eisen op tafel te leggen waar Binnenlandse Zaken dan iets van af trachtte te knabbelen, ditmaal was het tegenspeler Borghouts van het departement die met eisen kwam. Niet meer dan een half procent loonsverhoging. Het functionele leeftijdsontslag een jaar verhogen. De nieuwe uren van een 36-urige werkweek maar voor 70 procent herbezetten. En als toppunt het verdwijnen van de vaste onregelmatigheidstoeslag, al tien jaar lang een heet hangijzer bij de politie.

De hardere houding van Binnenlandse Zaken kent meer dan een oorzaak. Belangrijk is het instellen van het sectorenoverleg. Over de ambtenaren-CAO's onderhandelt men nu in acht verschillende sectoren, zoals onderwijs, defensie, zorgsector. Vroeger ging dat centraal, waarna de sectoren de afspraken zoveel mogelijk in hun voordeel probeerden uit te leggen. Het onderscheid tussen werkgever en werknemer was door dit gezamelijke belang nogal vaag.

Onder minister Dales kwam men binnen het departement tot de conclusie dat die rollen duidelijker gescheiden moesten worden. En Binnenlandse Zaken stelt zich nu tegenover de politiebonden als een echte werkgever op. Met harde eisen, die al onderhandelend worden afgezwakt.

Maar de politiebonden lijken haast verontwaardid over de nieuwe mores van Binnenlandse Zaken en willen van geen wijken weten. Arbitrage van de commissie Albeda wordt afgewezen, omdat men dan wel eens in het midden zou kunnen eindigen. De vakbondstaal - meestal toch al opgewonden - klinkt nu soms bijna bloeddorstig.

Bij het departement heerst de overtuiging dat het politie-apparaat vastgeroest is en een schokbehandeling kan gebruiken. Nu de reorganisatie een feit is, moet het apparaat in snel tempo gemoderniseerd worden. Sommigen zien de 'rigide dienstroosters' als belangrijkste euvel. Daardoor zouden er onvoldoende agenten op straat zijn als daar behoefte aan is. Het probleem ligt vooral tussen tien uur 's avonds en drie uur 's nachts, wanneer Nederland de kroeg verlaat.

Een hogere vergoeding voor onregelmatig werk kan de zaak versoepelen. Een verhoging van de vergoeding voor overwerk en het intact laten van de vaste onregelmatigheidstoeslag, die elke agent krijgt, is te kostbaar. Want ook de politie, een overheidssector die bij vorige bezuiningingsrondes nogal is ontzien, zijn de marges nu smal. En men moet keuzes maken.

Er zijn andere overwegingen om de vaste onregelmatigheidstoeslag af te schaffen. De organisatie werkt inefficiënt. Iedereen die een dag met de politie op surveillance is geweest, kan dat beamen. Zo namen we eerder dit jaar waar hoe de surveillance van twee agenten in het Rotterdamse district Maashaven slechts twintig minuten duurde. Vier jongetjes, die in winkelcentrum Keizerswaard hadden geprobeerd een paar walkmans te stelen, moesten mee naar het bureau. De agenten waren de rest van de ochtend bezig met de verwerking in de computer. “Ook heel leuk werk”, zei de één, terwijl hij met twee vingers de gegevens intikte.

Een oplossing voor dit soort tijdsverspilling is het aantrekken van meer burgerpersoneel, met name in de administratie. En daar zit de vaste onregelmatigheidstoeslag weer in de weg. Die vaste toeslag is namelijk alleen bedoeld voor opsporingsambtenaren: zij is niet aan functie, maar aan status gebonden. De 7.000 burgers binnen het politieapparaat krijgen hem niet. Zolang de vaste onregelmatigheidstoeslag er is, blijven er daarom scheidslijnen tussen agenten en burgers. En van die situatie wil Binnenlandse Zaken af in het streven naar 'vermaatschappelijking' van de politie.

Voor agenten is de hoge vaste onregelmatigheidstoeslag echter spaargeld, dat hen nu dreigt te worden afgenomen. De vaste toeslag is een typische 'life time guarantee'-maatregel, erkennen ook de bonden. Jonge agenten, die veel op straat zijn, worden matig beloond voor overwerk en incourante uren. Later, als ze achter het bureau belanden, gaat de hoge vaste toeslag in hun voordeel werken. Binnenlandse Zaken wil van haar kant de gesloten politiecultuur openbreken. Dit soort regelingen gaan uit van een leven binnen het korps, terwijl personeel ook op oudere leeftijd moet in- en uitstromen. Met name de uitstroom - bijvoobeeld naar de particuliere beveiligingssector - is nog onvoldoende.

De politiebonden hebben nog een een geheel eigen motief voor harde actie. Bij de reorganisatie van de politie is in de regio's druk onderhandeld tussen de korpsleiding en de plaatselijke kaderleden. Hoewel de bonden met de dreiging de reorganisatie te saboteren voor vele duizenden politie-ambtenaren een hogere salarisschaal hebben bedongen, hebben de kaderleden hun lokale belangen vaak ondergeschikt moeten maken aan de centrale politiek van de politiebonden. Dat heeft in veel regio's kwaad bloed gezet.

Gevolg is dat de bonden nu de hete adem van de nieuwe, regionale bonden in hun nek voelen. In Amsterdam bestaat al jarenlang de Amsterdamse Politie Vakorganisatie, maar ook de politie in Gelderland-Zuid en Haaglanden hebben inmiddels eigen bonden, terwijl er in Rotterdam-Rijnmond een in oprichting is.

Een landelijk CAO-conflict onderstreept het belang van landelijke politiebonden. Dat is misschien zelfs in het voordeel van Binnenlandse Zaken. Want het is overzichtelijker met vier tegenspelers aan tafel te zitten dan met 26.