Op zoek naar de reuzenaronskelk

DAVID ATTENBOROUGH: Het verborgen leven van de planten

320 blz., geïll., Bosch & Keuning 1995, vertaling en bewerking: Hanneke van Dijk (The Private Life of Plants 1995), ƒ49,90

De Indische neushoorn heeft zo zijn vaste gewoontes. Elke avond begeeft hij zich naar de rivier om op een van zijn lievelingsplekjes langs de oever een modderbad te nemen. Daarna zoekt hij, verkoeld en verkwikt, een modderbank in de rivier op om daar op zijn gemak zijn uitwerpselen te deponeren. Hij heeft er vrij zicht naar alle kanten en loopt dus niet het risico door een tijger te worden beslopen. Nu is de neushoorn een kieskeurige eter die van bijzondere grassoorten houdt. Graszaden die aan zijn grote maalkiezen ontsnapt zijn, komen soms onbeschadigd in de mest en vinden vervolgens op de modderbank in de rivier een ideaal 'zaaibed' in het zachte, vruchtbare slib, dat pas door de rivier is afgezet en nog niet door andere planten ontdekt. Je zou kunnen zeggen dat de neushoorn zijn eigen groententuin aanlegt, met precies die planten die hij het lekkerst vindt.

De trewiaboom, een soort euphorbia, profiteert daarvan. Deze boom bezit grote, bruine, harde vruchten, een soort aardappelen. Zacht vruchtvlees zit er niet omheen, apen en vogels talen er niet naar en een muis of ander klein zoogdier kan ze niet doorslikken, maar de neushoorn is er juist dol op. Zo belandt de jonge trewiazaailing precies op de zonnige, vruchtbare, plekjes langs de rivieroever waar hij het best kan groeien. In Zuid-Nepal zie je deze bomen dan ook volop langs de rivieroevers staan. Zonder de neushoorns zou de trewiaboom haar verspreider verliezen en op den duur langs de rivieroevers verdwijnen. Dit is maar een van de ingenieuze manieren waarop planten kunnen reizen. De befaamde Britse natuurpopularisator David Attenborough schudt met gemak nog een paar honderd van zulke voorbeelden uit zijn mouw. Samen met zijn BBC-tv-ploeg reisde hij de wereld rond om de meest bijzondere planten voor de camera te krijgen.

Zo ook de reuzenaronskelk, die diep in de oerwouden van Midden-Sumatra groeit. Het gaat om een spectaculaire verschijning, metershoog, die niettemin heel moeilijk te vinden blijkt. Zaailingen van de reuzenaronskelk produceren een groen met wit gespikkeld blad, dat wel vijf meter hoog en bijna even breed wordt. Dit enorme groene blad produceert jarenlang voedsel voor een ondergrondse knol, die langzaam maar zeker zwelt. Elk jaar opnieuw verwelkt het blad en groeit weer uit, tot het na een jaar of zeven niet meer terugkeert. Daarna zie je een half jaar lang helemaal niets, en dan ineens rijst een enorme knop in hoog tempo uit de kale grond op. Er ontvouwt zich een reusachtige bloem, die al na een dag of twee weer in elkaar stort. Wat overblijft is een grote zuil, waarop duizenden grote rode bessen rijpen, van wel 15 centimeter per stuk. Neushoornvogels nemen ze mee het bos in en verspreiden ze vele kilometers in de omgeving. Een mooie uitdaging voor een filmploeg.

Het programma The private life of plants wordt in ons land begin 1996 bij de Evangelische Omroep uitgezonden. Het bijbehorende boek is liefdevol vertaald en bewerkt door Hanneke van Dijk, en zeer de moeite waard. Het behandelt achtereenvolgens het reizen van planten in ruimte en tijd, groei en bloei, de 'strijd om het bestaan', samenleven en overleven. Je ziet hoe de reuzenbanksia de slurfbuidelmuis voor zijn karretje spant en hoe de grasboom in zijn vuurbestendige jas tientallen bosbranden kan overleven en wel 500 jaar oud wordt. Je ontdekt wonderlijke lichtgevende tropische paddestoelen, die nog onbekende nachtelijke verspreiders trachten te lokken, en fragiele, kleurige kikkertjes, die hun leven doorbrengen in kleine vijvertjes die ontstaan in het hart van een bromelia.

Zo trekt een kaleidscoop van wonderlijk natuurschoon aan de lezer voorbij. De kleurenfoto's zijn schitterend, maar er is ook veel moeite gedaan om de tekst grondig te documenteren en steeds de juiste Nederlandse namen voor planten en dieren te vinden. Bovendien zijn de recentste onderzoeksresultaten - bijvoorbeeld over acacia's die elkaar via geurstoffen waarschuwen voor vraatgevaar - in het betoog verwerkt.

Onvermijdelijk is het ondanks al die zorgvuldige documentatie toch wel een beetje een 'televisieboek' geworden, net zoals veel natuurdocumentaires kabbelt het maar voort. Afgezien van een droevige slotalinea, waarin wordt opgemerkt dat de mens nu al dit moois naar de knoppen helpt, straalt dit hele boek één en al blijmoedigheid uit. Het is één grote lofzang op de schepping.