Oedipus en Antigone volmaakt geregisseerd bij het RO Theater; Liefdesverklaring aan klassieke tragedie

Voorstelling: Oedipus/Antigone van Sophocles door RO Theater. Vertaling/bewerking: Guus Baas; decor: Judith Lansink; kostuums: Floor Maas; licht: Bernd Wouthuysen; regie: Peter de Baan; spelers: Fedja van Huêt, Peter Tuinman, Joop Keesmaat, Geert de Jong e.a. Gezien 30/11 RO Theater, Rotterdam. Te zien t/m 17/12 aldaar. Inl 010- 4046888

Het is niet verwonderlijk dat Peter de Baan ooit in zijn carrière Oedipus en Antigone zou regisseren. Er zijn nauwelijks twee stukken uit het oersterke, eeuwenoude en klassieke repertoire te bedenken die zó met De Baans verleden als politiek theatermaker harmoniëren als deze beide. Over macht en machteloosheid gaan Oedipus en Antigone, over identiteit en het verlies daarvan, over politieke en goddelijke wet; over ouders en kinderen; en uiteindelijk draait het allemaal om die ene wezenlijke vraag: 'Wie is de mens?'

Van Oedipus als grootse koning is geen sprake bij het RO Theater, waar Peter de Baan een zo goed als volmaakt drieluik regisseert. We zien achtereenvolgens Oedipus, Oedipus in Kolonos en Antigone. De troon van Oedipus is niet meer dan een caféstoel waarvan de rugleuning is afgezaagd; er is slechts een spoor van goudgele verf te bekennen. Later, als koning Oedipus oud, blind en eenzaam is, toont zijn troon zwarte brandplekken. In het majestueuze decor van Judith Lansink, bestaande uit afgeknotte pilaren, zijn de personages desolate schimmen. Het lichtontwerp van Bernd Wouthuysen maakt van de toneelbeelden op onnavolgbare wijze schilderijen; zoals de zusjes Antigone en Ismene op een gegeven moment staan, met alleen wat schijnsel op hun van angst verstrakte gezichten, dat is als een schilderij van Munch. Ze luisteren naar hun oom Kreon die het doodvonnis uitspreekt over Antigone, omdat ze haar broer tegen zijn wil in waardig wilde begraven.

Er rust een vloek op het huis Labdacus van koning Laios, Oedipus' vader. Het is door godenhand door elkaar geschud en niemand zal er ooit rust vinden. In De Baans visie is iedereen een vertwijfelde. Tegelijkertijd spreekt uit de acteerstijl een groot vertrouwen in geluk, in harmonie. Die twee krachten weten de acteurs trefzeker tegen elkaar uit te spelen.

Ongemeen spannend is de jonge Oedipus (Fedja Huêt) die zoekt naar de waarheid over het orakel: is hij de moordenaar van zijn vader en slaapt hij met zijn moeder? Geert de Jong als Jocaste tracht haar opstandige zoon en minnaar mooi en teder te temperen, maar haar wanhoopsgebaren drukken niets dan vergeefsheid uit. In Kolonos, het tweede deel, is Oedipus (Joop Keesmaat) blind; zijn dochters Antigone en Ismene begeleiden hem door een landschap vol herfstbladeren. In het eerste deel vertolkte Keesmaat de rol van burger annex koor, dat zal hij in het derde deel, Antigone, ook doen. Zo vervlecht de regie de rollen met elkaar en besef je als toeschouwer hoe doorgecomponeerd deze drie tragedies zijn.

Antigone ten slotte, is het stuk van het onoverkomelijke dilemma. Koning Kreon (Peter Tuinman) spreekt het doodsoordeel over zijn nichtje uit, de verloofde van zijn zoon Haimon. Beiden plegen zelfmoord op hun 'stenen bruidsbed', net nadat de koning zijn besluit heeft herroepen. In het slotbeeld legt Kreon zijn zoon over een klein gipsen tafeltje, het minuscule bureau van waaruit hij de wereld dacht te regeren. Kreon is de moordenaar van zijn zoon Haimon, zoals aan het begin Oedipus zijn vaders moordenaar is. Dezelfde acteur die de jeugdige Oedipus speelde, is nu Haimon.

De Baan geeft aan de acteurs vernuftige dubbelrollen mee. Hiermee bereikt hij niet alleen een grote eenheid in de drie tragedies, hij laat zien hoe alles met alles samenhangt - in een fatale constellatie. Alleen de rol van Kreon blijft toebehoren aan dezelfde acteur. Hiermee ondersteunen De Baan en zijn vertaler/ dramaturg Guus Baas een visie die in de klassieke filologie al geruime tijd opgeld doet: Oedipus noch Antigone is de hoofdpersoon, maar Kreon is dat. Want hij staat als koning immers op het dramatische snijpunt tussen het goddelijke gezag, het wettelijke gezag en de wil van het volk van Thebe.

Het spel van de acteurs is volstrekt naturel. De opkomst van de boden was, heel trefzeker, vanuit de zaal. Wij, de toeschouwers, waren de Thebanen, en die mogelijkheid buitten de spelers uit door ons rechtstreeks aan te spreken en te betrekken in de handeling. Dank zij de soepel vloeiende taal en het geconcentreerde acteren kwam de voorstelling heel dichtbij, terwijl we toch naar een klassieke tragedie keken van zo'n vijf eeuwen voor Christus. In alle opzichten is de voorstelling als een liefdesverklaring aan de onweerstaanbare geliefde, die de klassieke tragedies zijn. Geen roekeloze ingrepen, geen cynisme, geen relativering. Hoe ingewikkeld het verhaal over de vloek op het geslacht van Oedipus ook mag zijn, het RO Theater vertelt het ons in opperste eenvoud - een eenvoud die meeslepend is. De voorstelling reist niet; ze staat alleen in Rotterdam. Wie haar mist, doet zichzelf een van de zuiverste en intiemste voorstellingen van dit seizoen te kort.