Nacht van wraak op een recensent

Voorstelling: Lang leve de opera, musical van Ivo de Wijs en Joop Stokkermans. Spel: Jasperina de Jong en Lieuwe Visser. Muziek o.l.v. Rutger Laan. Decor: Herman van Elteren. Regie: Lodewijk de Boer. Gezien: 30/11 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 13/4.

“Het spóókt niet in de opera,” zingt Lieuwe Visser bij de opkomst in zijn musicaldebuut, met meer dan een knipoog naar het pathos van Henk Poort in The Phantom of the Opera. Hij staat, net als het beroemde spook van Lloyd Webber, met een gleufhoed op in het halfdonker, omhuld door nevelslierten - en de belichting (van Pelle Herfst) maakt hem even geheimzinnig. Maar hier is een man aan het woord, die na een vernietigende recensie is ontslagen en na elven nog ronddoolt in het al bijna onttakelde Rossini-decor. En hij heeft wraak genomen op de recensente die hem zo heeft beschadigd; zij is gevangen in een kist.

In de nacht die de ontslagen zanger en de boosaardige recensente samen doorbrengen in het opera-theater, speelt zich Lang leve de opera af, de tweepersoonsmusical die Ivo de Wijs (tekst) en Joop Stokkermans (muziek) schreven voor de opmerkelijke combinatie Jasperina de Jong en Lieuwe Visser. De type-casting is voortreffelijk: zij is gewend ieder woord een komische of emotionele lading te geven en stond in 1975 al bij de Nederlandse Opera in Orpheus in de onderwereld, terwijl hij, de bas-bariton van concertzaal en muziektheater, over een in zijn vak vrij zeldzaam relativeringsvermogen blijkt te beschikken en een licht timbre dat de tekst alle recht doet. Samen vormen ze een ideaal duo op hoog niveau, beiden bereid met hun fabelachtige zangtechniek ieder woord en elke noot te laten fonkelen.

Wat moest Ivo de Wijs met die nacht van twee antagonisten aanvangen? Natuurlijk speelt hij het spel van aantrekken en afstoten, maar hij schiep in de zangteksten ook ruimte voor een veelheid aan verbale grappen: een ironisch nummer over ergerlijke verschijnselen in het opera-publiek van tegenwoordig (“de sponsors met hun wettige Walküren”), een hilarisch operette-duet in het potsierlijkste Duits dat er bestaat (“das ist Wien und da machen wir Spasz”), een slim lied over de vele talen die tijdens opera-repetities moeten worden gesproken, cabareteske parodieën, waaronder zelfs een enigszins uit de toon vallende, gezongen discussie over de oorzaak van de werkloosheid, een nostalgisch walsje over “het geluk van grote glazen grenadine” en een paar ragfijne liedjes, waarvan De seizoenen een klassieker behoort te worden. Alleen een overtuigende afronding voor het verhaaltje heeft hij niet gevonden.

En bij al die royaal rijmende, strak metrische teksten vol binnenpretjes en poëtische eenvoud (“nu ligt de wereld voor me open / het pad begint waar ik begin te lopen”) schreef Joop Stokkermans de feestelijke muziek - een schat aan pastiches op de greatest hits uit het opera-repertoire, met alle vereiste dramatiek, maar ook een paar beeldschone chanson-melodieën. Hooguit zou ik er de volle klank van een groot orkest bij wensen; een viermanscombo moet het nu eenmaal stellen met het schralere geluid van de toetsenborden. Maar het is al in geen jaren meer gebeurd dat ik na afloop van een Nederlandse musical neuriënd de zaal verliet, en nu was het eindelijk weer eens zo ver.

Jasperina de Jong en Lieuwe Visser spelen hun voorstelling op een toneel met één monumentaal zetstuk, in een enscenering van Lodewijk de Boer. Zijn regie van Faya, eerder dit najaar, was naar mijn smaak te ingetogen om werkelijk doel te treffen, maar hier triomfeert de precisie van het kleine gebaar en de onderkoelde theatraliteit. Zo te zien was het De Boer te doen om twee acteurs - en vanuit die twee rollen wordt er gezongen. De stereotype musical-manieren zijn hem vreemd; bij het mooiste duet zitten beiden zelfs ietwat onderuitgezakt in fauteuils met lakens eromheen, alsof ze alleen maar wat voor zich uit zaten te mijmeren.

Een origineel en fijnzinnig vertoon van virtuositeit, dat is, denk ik, de beste manier om Lang leve de opera te beschrijven. Het is één van de kleinste Nederlandse musicals die ooit ten tonele zijn gevoerd, maar tegelijk één van de beste.