Kok tegen hardere norm begroting in muntunie EU

DEN HAAG, 2 DEC. De Nederlandse regering is het “ten dele” eens met de opvattingen van de Duitse minister Waigel (financiën) over de stabiliteit van de Economische en Monetaire Unie (EMU) na 1999. Premier Kok zei dat gisteren na afloop van de ministerraad dat het kabinet de gedachte van 'stabiliteitscriteria' steunt. Een deel van de uitwerking gaat echter te ver, aldus Kok.

Waigel wil dat na de invoering van de EMU een stabiliteitsraad toezicht houdt op het financiële beleid van de deelnemers. De criteria voor toetreding - onder meer met betrekking tot de staatsschuld, het financieringstekort en de hoogte van de rente - zouden ook moeten gelden als de EMU al in werking is getreden. Bij overtreding zouden automatisch boetes moeten volgen tot 0,25 procent van het bruto binnenlands produkt.

Waigels's idee van de stabiliteitsraad is bij de Nederlandse regering niet in goede aarde gevallen. Volgens Kok leidt de oprichting van zo'n instelling al snel tot “ingewikkeldheden” in relatie tot andere Europese instellingen als de Europese Raad, de Europese Commissie en de toekomstige Europese Centrale Bank.

Ook de door Waigel bepleite verlaging van de financieringstekorten tot één procent van het bruto binnenlands produkt (de EMU stelt 3 procent als maximale toelatingsnorm), gaat het kabinet te ver. “Dat maakt Europa niet uit”, zei Kok. Het zelfde geldt voor een strengere norm voor de collectieve uitgaven.

De Tweede Kamer gaf vorige week al te kennen moeite te hebben met de voorstellen van Waigel. Volgens de parlementariërs vereisen die aanpassingen van het Verdrag van Maastricht.

Over de naam van de nieuwe Europese munt hebben de lidstaten nog geen besluit genomen. Dat geldt ook voor andere praktische zaken als de vraag of staatsleningen na de in werking treding van de muntunie per 1999 al direct in de nieuwe gemeenschappelijke munt moeten worden uitgeschreven, of dat dit ook nog enige tijd in de eigen valuta mag plaatsvinden, alsmede het precieze tijdstip waarop begin 1998 moet worden vastgesteld welke lidstaten kunnen deelnemen aan de muntunie die per 1999 van start moet gaan. Frankrijk wil zo'n besluit vroeg in 1998, Duitsland zou enkele maanden willen wachten tot betrouwbare gegevens over de staatsfinanciën van de deelnemers over 1997 binnen zijn. De ministers van financiën kwamen er afgelopen maandag tijdens een bijeenkomst in Brussel niet uit, en schoven de besluiten door naar de Europese top, die over twee weken in Madrid wordt gehouden.