Kleurenfoto's

JEFFREY ETHELL: There once was a war

224 blz., Viking Studio Books 1995, ƒ56,70

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak stond de kleurenfotografie nog in de kinderschoenen. De introductie in 1936 van Kodachrome, de eerste handzame kleurenfilm met zijn gecombineerde emulsielagen voor rood, groen en blauw, had weliswaar voor een doorbraak gezorgd, maar de film was nog zeer gevoelig voor temperatuurschommelingen en diende uiterst nauwgezet ontwikkeld te worden terwijl ook de houdbaarheid allesbehalve optimaal bleek. De drie jaar later op de markt gebrachte verbeterde versie kon slechts een deel van de bezwaren wegnemen, en het materiaal bleef dan ook allesbehalve geschikt voor professioneel gebruik laat staan voor gebruik in oorlogssituaties.

Professionale fotografen gebruikten zwart-wit en dit zijn dan ook de tinten waarin het visuele beeld van de oorlog bewaard is gebleven. Dit betekent echter niet dat er niet in kleur werd gefotografeerd, want ook menig onder de wapenen geroepen amateurfotograaf nam zijn camera mee. Hun foto's vonden echter zelden een publiek gebruik en werden bij thuiskomst opgeslagen in familiealbums en in de spreekwoordelijke schoenendoos op zolder.

Daaruit beginnen ze nu gestaag aan weer te voorschijn te komen. In Nederland is dat vooral het werk van de onderzoekers van het Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie en het Nederlands Fotoarchief, in Amerika van de verzamelaar Jeffrey Ethell die met 20.000 foto's inmiddels de grootste collectie WO II-kleurenfoto's ter wereld bezit.

In There Once Was A War heeft hij ruim 200 van die (Amerikaanse) foto's bijeengebracht, gegroepeerd naar de legeronderdelen waarin ze werden gemaakt: marine, landmacht, luchtmacht. Dat de laatste van die drie daarbij relatief veel aandacht krijgt (mede door een inleiding bestaande uit een tweegesprek tussen test-piloot Chuck Yeager en oorlogsvlieger Bud Anderson) laat zich verklaren uit Ethells beroepsmatige activiteiten als straaljagerpiloot.

Dat de soldaten in hun hoedanigheid van fotograaf tot het amateurgilde behoren valt af te leiden uit het feit dat ze fotografeerden als de omstandigheden dat toelieten. Er wordt veel gesleuteld aan motoren, gekaart in de mess en gerommeld rond de landingsstrip. Ook anderszins passen de foto's naadloos in het universele idioom van het vrolijk, private memorabele moment: tanks in de besneeuwde Alpen, bommenwerpers in een sfeervol ondergaande zonnetje, lachende kameraden op een buitgemaakte tank, sight-seeing in de straten van het bevrijde Parijs. De spanning en ontbering de in het zwart-witte oorlogsbeeld zo de boventoon voeren zijn in deze foto's vaak opvallend afwezig.

Oorlogshandelingen legden de kleurenfotografen slechts bij uitzondering vast - die speelden ze hooguit na als ze tijd hadden. Zo bevat het boek een veelzeggende foto van optrekkende soldaten in St. Malo, gemaakt in juni 1944. Het is een op het eerste gezicht heroïsch beeld, maar hoe langer je er naar kijkt, hoe minder het klopt. Een soldaat ligt op de grond alsof de kogels hem om de oren vliegen, maar de companen achter hem staan erbij alsof ze toevallig in zijn een-akter verzeild zijn geraakt.

Door dit alles heeft There Once Was A War (en wat een vreselijke titel!) veel weg van Bob Evers op Avontuur. De foto-onderschriften doen daar nog een schepje bovenop: generaal Patton was een prima kerel, de Shermantank onverwoestbaar en 'onze' vlammenwerpers deden hun werk o zo efficiënt. Het boek heet af te willen rekenen met het idee dat de Tweede Wereldoorlog enkel gefotografeerd werd in zwart-wit. Door zijn inhoud slaagt het daarin, maar het bewijst vooral dat de toevoeging van kleur de werkelijkheid niet altijd realistischer maakt.