Kafelnikov rijdt door perestrojka in een Ferrari; Profsporters profiteren van hervormingsbeleid

MOSKOU, 2 DEC. De tennissers van het Russische Davis-Cupteam zijn allemaal multi-miljonair. Kafelnikov woont in Duitsland, waar hij in een Ferrari rijdt, en heeft in Sotsji, zijn geboorteplaats aan de Zwarte Zee, een Mercedes staan. Tjesnokov en reserve Tjerkasov hebben luxe appartementen in Parijs en Moskou. Net als Sampras en Courier, staan ook de Russen onder contract bij de grote Amerikaanse management-firma's die het tennis beheersen. Ze hebben alle vier meer dan drie miljoen gulden aan prijzengeld verdiend en zijn rijkelijk voorzien van sponsors.

De profsporters die de wereldtop halen, behoren tot de nieuwe rijken in Rusland. Ze hebben het afgelopen decennium geprofiteerd van de door Gorbatsjov en Jeltsin doorgevoerde veranderingen. Tot zes jaar geleden genoten topsporters talloze privileges, zoals goedkope mooie huisvesting. Maar ze moesten het grootste deel van hun prijzengeld - meestal negentig procent - afstaan aan de sportbonden, aan de staat. Vooral bij de tennissers deed dat pijn. Pas in het voorjaar van 1989 was de toen achttienjarige tennisster Natasha Zvereva, die destijds in de top-tien stond, de eerste sporter die weigerde nog langer aan dat voorschrift te voldoen.

“Ik ben geen money-monster”, zegt Zvereva in het boek Hard Courts. “Het was gewoon onmogelijk om te tennissen en daarna al dat geld weer weg te moeten geven. Maar iedere keer als ik naar huis ging, wist ik niet zeker of ze me mijn paspoort terug zouden geven. Vaak dacht ik dat ik nooit meer zou mogen reizen.” Haar voorbeeld werd al snel gevolgd door Tjesnokov, die een contract tekende met het Amerikaanse ProServ, en door andere sporters als schaker Gari Kasparov. “Ik wist niet wat me te wachten stond”, vertelde Tjesnokov. “Het contract was gevaarlijk. Zvereva en ik zouden van het buitenland afgesloten kunnen worden.”

Zvereva en Tjesnokov behoren tot de tweede golf Russische tennissers. Kafelnikov en de Oekraïner Medvedev zijn de derde golf. In de jaren zeventig hadden Alex Metreveli ('73) en Olga Morozva ('74) de weg bereid met finaleplaatsen op Wimbledon. Maar daarna had het in de Sovjet-Unie aanwezige talent nauwelijks de kans gekregen om naar het buitenland te reizen. Tennis was, tot 1988, geen olympische sport. Tennis was bourgeois en de staat wilde niet het risico nemen dat de atleten zouden overlopen.

Tjesnokov, in 1981 de beste junior van het land, was een van de eersten die wel naar het buitenland mochten. Als zoon van gescheiden ouders groeide hij op met zijn moeder en grootmoeder in een klein flatje in een buitenwijk van Moskou. Hij leerde op jonge leeftijd schaken, maar had niet genoeg geduld voor de denksport. “Iedereen schaakt in Rusland, omdat er twee dingen zijn die we niet hebben: geld en ruimte”, zei Tjesnokov een paar jaar geleden. “Maar ik kon niet lang genoeg stilzitten. Ik wilde altijd bezig zijn. Ik tenniste, ook als de training was afgelopen. Tennis werd een ziekte. Ik sloeg thuis de ballen door de huiskamer. Mijn moeder was vaak boos.”

In 1984 mocht hij zich in het satelliet-circuit voor het eerst meten met buitenlanders. Een jaar later boekte hij zijn eerste succes en stootte hij voor het eerst zijn neus. Hij kwalificeerde zich voor Roland Garros en versloeg daar de als achtste geplaatste Eliot Teltscher. Aan de pers, die alles wilde weten van de onbekende Rus, vertelde hij dat zijn coach Tatiana Naumko heette, de vrouw die hem nu nog steeds begeleidt. Fout. Hij moest de volgende middag op het matje komen bij de ambassadeur in Parijs. Er was hem immers een andere coach toegewezen, Tatiana zat thuis in Moskou.

Dergelijke voorvallen maakten dat Tjesnokov op de tennisbaan briljante wedstrijden en grappen in opzettelijk gebroken Engels - Let's go disco - afwisselde met lusteloze nederlagen en sombere buien. Pas eind 1989, toen ook de sportbonden zich conformeerden aan de heersende perestrojka, verkreeg hij langzamerhand zijn vrijheid. De onderhandelingen met de Russische Tennis Federatie, met het Centrale Sport Comité en andere officials duurden het hele jaar. “Je moet vijftig procent inleveren”, bromden de officials in oktober. De tennisser weigerde. “Dan mag je niet naar het toernooi in Basel.” Tjesnokov stemde alsnog in met de voorwaarde. Per 1 januari 1990 mocht hij tenslotte voortaan alles houden, mits hij voor het vaderland zou blijven spelen in de Davis-Cupwedstrijden en op de Olympische Spelen.