Joodse identiteit

Met respect voor de niet aflatende energie waarmee A.J.U. Cohen zijn ideaal - het behoud van de joodse identiteit - nastreeft, ben ik toch van mening, mede blijkens het interview in NRC Handelsblad van 22 november, dat de hierbij door hem gevolgde methode onjuist en inconsequent is.

Volgens hem kan deze joodse identiteit slechts behouden blijven door de joden in Nederland vanaf hun allerprilste jeugd zoveel mogelijk van niet-joden af te schermen, en hun op de door hem opgerichte dagschool, het Cheider, 'het joodse denken in te hameren'. Afgezien of het 'inhameren' van een bepaald gedachtengoed nog wel wenselijk wordt geacht, en eerder beschouwd kan worden als indoctrinatie, is ook niet duidelijk wat hij bedoelt met 'het joodse denken'.

Wat betreft zijn opmerking dat de leerlingen op het Cheider Hebreeuws (overigens in Nederlands-Hoogduitse uitspraak) en Jiddisch leren, “zodat ze zich door de hele wereld kunnen bewegen”, lijkt mij dat een goede kennis van de Engelse taal hen verder zal brengen. Bovendien kent het merendeel der joden in de wereld tegenwoordig noch Hebreeuws noch Jiddisch.

Tenslotte is de kop 'Joden gedenken verwerving 'gelijkstaat'', onjuist. Het verwijst naar een symposium dat in november werd gehouden, ter gelegenheid van het feit dat op 2 september 1796, dus 199 jaar geleden, de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek besloot de leden van 'de Joodse Natie' in Nederland burgerrecht te verlenen. Hoewel ongeveer de helft van de sprekers en ongeveer de helft van de deelnemers van joodse afkomst was, was het geen 'joodse' herdenking, maar was dit symposium georganiseerd door de commissie voor de Geschiedenis en de Cultuur van de Joden in Nederland, van de Koninklijke Academie van Wetenschappen, welke commissie eveneens grotendeels uit niet-joden bestaat.