JAVIER SOLANA; Hondstrouw en goed gehumeurd

MADRID, 2 DEC. Onvoorwaardelijke trouw aan de partijleider en een onverwoestbaar goed humeur. Dat zijn de meest in het oog springende eigenschappen van Javier Solana, de Spaanse minister van buitenlandse zaken en naar alle waarschijnlijkheid opvolger van Willy Claes als secretaris-generaal van de NAVO. Met Solana (53 jaar) vertrekt de laatste minister die vanaf 1982 deel heeft uitgemaakt van alle kabinetten onder het premierschap van Felipe González.

Samen met González keerde hij zich begin jaren tachtig nog fel tegen een Spaanse lidmaatschap van de NAVO. En met González maakte hij bij de volksraadpleging in 1986 een spectaculaire ommezwaai pro-NAVO. Afgezien van zijn goedlachse inslag geldt Solana politiek vooral als een enigszins fletse partijmuis. Nooit trad hij op de voorgrond door zijn uitgesproken meningen of spectaculaire beleidsdaden.

De 53-jarige fysicus Solana sloot zich al op 22-jarige leeftijd aan bij de jeugdafdeling van de socialisten. Hij behoorde tot het selecte groepje politici van de clandestiene oppositiepartijen die al voor de dood van Franco werden ontvangen door de toenmalige prins Juan Carlos. Vermomd met een valhelm liet hij zich het Zarzuela paleis binnensmokkelen als de duo-passagier op de motor van een bankier.

Uit een geslacht van professoren en geschiedschrijvers geldt de Madrileen Solana als een man met een ruimere culturele achtergrond dan de uit Sevilla afkomstige González. Anders dan zijn partijleider spreekt Solana Engels als gevolg van de vijf jaar (1966-1971) die hij doorbracht aan universiteiten in de Verenigde Staten.

De kritiek op het lidmaatschap van de NAVO - in 1982 verkregen onder de centrum-rechtse UCD-regering - was een van de strijdpunten waarmee de socialisten in het hetzelfde jaar aan de macht kwamen. De anti-NAVO houding van de socialisten verwaterde echter gaandeweg. Felipe González kon kiezen: lid blijven van het Westen of terugzakken in een nieuw internationaal isolement. De premier koos voor de eerste optie en zette zijn positie op het spel om de rest van zijn partij mee te krijgen. Solana zette zich met de rest van het socialistische partijkader in om de beloofde volksraadpleging over het onderwerp in een duidelijk ja voor de NAVO te laten eindigen.

Zoals Spanje nooit deel heeft uitgemaakt van het militaire commando van de NAVO, zo is de beoogde secretaris-generaal geen defensie-specialist. Solana wisselde zonder zichbare inspanning achtereenvolgens het ministerschap van cultuur en woordvoering voor dat van onderwijs en uiteindelijk buitenlandse zaken. González deed nooit tevergeefs een beroep op Solana.

De nieuwe NAVO-chef geldt dan ook als een van de betere versies van de klassieke bewindvoerder uit de González-klasse. Modern, kort geknipt baardje, vlotte bril, niet al te saaie pakken en een fijn gevoel voor public relations door middel van informele omgangsvormen met de pers. Een lichte verstrooidheid (als minister wel eens aangetroffen met twee verschillende schoenen aan zijn voeten) maakt zijn verschijning er niet minder beminnelijk op. Een diplomaat die eerder de dialoog dan de confrontatie zoekt en er eerlijk voor uit komt dat zijn generatie niet bestaat uit politieke straatvechters.

Spanje glimt van trots bij de aanstaande benoeming van haar minister van buitenlandse zaken, wat wordt gezien als een bevestiging van de internationale rol die het land nog altijd kan spelen. Een beloning ook voor de ruimhartige militaire inzet van Spanje bij vredesoperaties onder de vlag van de Verenigde Naties.

Zelfs de conservatieve oppositiepartij Partido Popular - normaal gesproken nooit te beroerd om het kabinet onderuit te halen - toonde zich onvoorwaardelijk ingenomen met de Spaanse inbreng. Dissonant in het koor vormde slechts de leider van de linkse oppositie, de communist Julio Anguita, die meende dat Spanje de eer te beurt valt uitgerekend op een moment dat de NAVO “op zijn laatste benen loopt”.

De benoeming is opmerkelijk te noemen. Afgezien van de Spaanse status binnen de NAVO, heeft het land tot dusver altijd een wat gereserveerde houding aangenomen ten aanzien van de Atlantische verbondenheid. Traditioneel zweeft Spanje tussen bewondering en weerzin waar het de Verenigde Staten betreft. Dat de Spaanse vloot eind vorige eeuw verpletterend werd verslagen door de Amerikanen - wat in het verlies van Cuba, Puerto Rico en de Filippijnen resulteerde - mag dan inmiddels door de rest van de wereld vergeten zijn, Spanje bewaart er nog pijnlijke herinneringen aan.

Van groot belang worden de zeer vriendschappelijke relaties geacht die Solana onderhoudt met de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher. De plooibaarheid van de nieuwe secretaris-generaal speelt daarbij naar alle waarschijkheid evenzeer een rol. De expliciete steun van Christopher aan zijn Spaanse ambtgenoot smoorde de van Britse zijde opborrelende bezwaren tegen het anti-NAVO verleden van de kandidaat. Morgen arriveert Christopher samen met president Clinton in Madrid voor een tweedaags bezoek in het kader van het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie.

De benoeming van Solana heeft voor de binnenlandse politiek in Spanje vergaande gevolgen. De vertrekkende minister van buitenlandse zaken werd de afgelopen weken aanhoudend genoemd als een mogelijke opvolger van Felipe González als de lijsttrekker bij de komende verkiezingen. Hoewel niemand zich goed voor kon stellen hoe hij de huidige premier en partijleider als stemmentrekker kon vervangen, werd Solana als enige mogelijkheid naar voren geschoven.

De vraag is of de socialistische partij er nog in slaagt op korte termijn met andere kandidaten te komen. Het gemak waarmee de regering een mogelijke plaatsvervanger van González uitwuift plaatst het vermeende voornemen van de premier om een stapje terug te doen in een bedenkelijk daglicht. De kans dat González alsnog toegeeft aan het algemene koor binnen zijn partij om zich wederom kandidaat te stellen lijkt in ieder geval aanmerkelijk vergroot. Naar verwachting zullen de socialisten hierover de knoop doorhakken na afloop van de Europese top van staats- en regeringsleiders die over twee weken in Madrid wordt gehouden.