Inkatha werkte in '85 samen met leger Z-Afrika

KAAPSTAD, 2 DEC. Inkatha-leider en minister van binnenlandse zaken Mangosuthu Buthelezi heeft persoonlijk in 1985 het Zuidafrikaanse leger om hulp gevraagd bij de oprichting van een paramilitaire eenheid van Inkatha-leden. Het verzoek werd op het hoogste politieke en militaire niveau besproken en ingewilligd.

Dit blijkt uit de dagvaarding van 65 pagina's, die gisteren voor de rechtbank in Durban is overhandigd aan de Zuidafrikaanse oud-minister van defensie, generaal Magnus Malan, en negentien mede-verdachten. Onder hen zijn vier oud-generaals, een oud-vice-admiraal, hoge legerofficieren, politiemensen en de vice-secretaris-generaal van Inkatha. De twintig worden verdacht van betrokkenheid bij de moord op dertien zwarten in 1987 in KwaMakhutu in de provincie KwaZulu/Natal, waar Buthelezi destijds aan de macht was.

Buthelezi heeft volgens de dagvaarding in 1985 om steun gevraagd in een reeks gesprekken met de hoofddirecteur van de militaire intelligentiedienst en chef-staf voor intelligentie. Zij legden het verzoek voor aan minister Malan, de havik in de regering van president P.W. Botha. Het leidde tot een geheime militaire operatie - codenaam Operatie Marion - om Inkatha te steunen in de strijd tegen het Afrikaans Nationaal Congres. De oorlog tussen de twee grootste zwarte groeperingen laaide in het midden van de jaren tachtig op in KwaZulu/Natal, en heeft aan meer dan tienduizend mensen het leven gekost.

Tweehonderd Inkatha-leden kregen militaire training in de Caprivi strip in Namibië. Bij terugkeer zouden ze volgens Buthelezi zijn ingezet ter bescherming van hemzelf en andere Inkatha-leiders. Maar volgens geweldsdeskundigen in de provincie zijn de 'Caprivi tweehonderd' als doodseskaders betrokken geweest bij talloze aanvallen op ANC-aanhangers. De vice-secretaris-generaal van Inkatha en een van de verdachten in het proces, M.Z. Khumalo, zou volgens de dagvaarding hebben gevraagd om een “operatie” omdat de Caprivi-soldaten “rusteloos” waren. Daarna volgde de aanval met automatische geweren op de woning van een ANC-activist in KwaMakhutu, waarbij vooral kinderen en vrouwen de dood vonden.

De aanklagers houden de twintig verdachten verantwoordelijk voor “de planning, training, goedkeuring en levering van wapens en transport” die tot het bloedbad heeft geleid. Het is voor het eerst dat justitie poogt de zogeheten Derde Macht, de geheime samenwerking tussen elementen in leger en politie en Inkatha in de strijd tegen het ANC, tot op het hoogste niveau bloot te leggen. Oud-minister Malan waarschuwde deze week opnieuw dat de zaak tot grote onrust in het land kan leiden. Zijn verdediging luidt dat het leger niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor soldaten die het opleidt.

Het proces begint op 4 maart volgend jaar in Durban. Minister Buthelezi wordt mogelijk als getuige opgeroepen. Malan en zijn 19 mede-verdachten hebben als uitwijkmogelijkheid een bekentenis voor de Waarheidscommissie. Deze begint binnenkort onder voorzitterschap van aartsbisschop Desmond Tutu met een onderzoek naar de misdaden uit het apartheidsverleden. De commissie kan besluiten lopende rechtszaken op te schorten en kan mensen voordragen voor amnestie. Malan heeft laten weten dat hij niets te bekennen heeft, maar zei wel bereid te zijn indien nodig vragen van de commissie te beantwoorden.

    • Peter ter Horst