'Ik brul en schreeuw en lach en bid aan boord'

Zwaar gewond beëindigde hij in het voorjaar van 1993 zijn poging om binnen honderd dagen solo rond de wereld te zeilen. Half december gaat Henk de Velde (46) het nog maar eens proberen. Hij woonde de laatste twee jaar afwisselend in een caravan en in een woonboot, maar het verlangen naar de catamaran bleef. Het zeemansbloed is sterker dan de familieband.

Het is mistig en koud op deze vroege ochtend, de rode catamaran krijgt een laatste opknapbeurt. De bemanning sleutelt en overlegt met de kapitein, die weet dat hij er over twee weken helemaal alleen voor staat. Hij stelt zich in op drie maanden afzondering. Hij verheugt zich op de albatros, de dolfijn en de vliegende vis. Hij vreest de eenzaamheid aan boord. Waarom dan toch, waarom kiest hij weer voor het ruime sop? Omdat hij zeeman is.

“Op heel jonge leeftijd wilde ik al kapitein worden. Ik spaarde plaatjes van schepen. Op de lagere school ging iedereen naar de MULO, niemand ging naar het lyceum. Maar ik wilde naar de Hogere Zeevaartschool en dan was de MULO niet genoeg. Ik kreeg tenslotte toestemming. In de derde van de HBS bleef ik zitten en toen zei de rector tegen mij: nu kun je geen kapitein meer worden. Maar ik werd wel kapitein. Ik ben van school af gegaan, ik ben gaan varen en had het geluk dat je vroeger na drie jaar voor de mast ook naar de Zeevaartschool mocht.”

Nadat hij zijn sporen had verdiend in de beroepsvaart, ging Henk de Velde rond de wereld zeilen. Eerst met zijn gezin - zijn zoon Stefan werd op Paaseiland geboren - later in zijn eentje. De toerzeiler ontwikkelde zich tot een wedstrijdzeiler. Hij besloot het non-stop-solorecord aan te vallen dat de Fransman Lamazou binnen 109 dagen had bewerkstelligd. De eerste poging mislukte toen hij met averij de Nieuwzeelandse havenplaats Bluff moest binnenvaren. De tweede poging mislukte nadat hij voor de kust van Madeira tegen een onbekend voorwerp (boomstam, container?) was aangevaren. Met zwaar hersenletsel werd De Velde opgepikt door een Russisch vrachtschip.

Bijna drie jaar later is hij gereed voor de derde poging. In café De Brulboei in Amsterdam-Noord trekt hij aan een sigaartje. Hij is een beetje opgewonden, zo kort voor de start. Regelmatig onderbreekt hij het gesprek. Dan pakt hij de draagbare telefoon en overlegt hij met de onderhoudsmonteurs en zijn persoonlijke secretaresse. Hij noemt zichzelf een solistisch ingesteld gezelligheidsmens. Hij blijkt een innemend verteller. Hij praat gepassioneerd over de dichter Slauerhoff, wiens verzamelde werken hem bij elke reis vergezellen.

“De helft van de gedichten gaat over varen en eilanden, de andere helft gaat over de liefde. Die man had ook een groot liefdesverlangen, net als ik. Maar ik ben geen Slauerhoff. Ook het leuke werd bij hem zwaarmoedig, krampachtig. Ik denk dat het een zeer lastig mens is geweest. Ik ben lastiger voor mezelf dan voor anderen. Mijn ex-vrouw heeft wel eens tegen me gezegd: het is makkelijk om met je om te gaan maar moeilijk om met je te leven. Achteraf denk ik dat ze gelijk had.

“Na mijn vorige reis heb ik me negen maanden afgezonderd ten koste van mijn kennissen, want je kunt niet iedereen vrienden noemen. Ik gaf wel lezingen maar niemand wist wat ik privé uitvogelde. Ik heb veel kennissen afgestoten. Voor mij was dat niet moeilijk. Ik werd door mijn vorige reis te bekend. Ik werd overvallen, overal herkend. In elk benzinestation keken ze je aan. 'Ben jij niet die schaatser', vroegen ze dan. Leuke reacties hoor, maar ik had er geen zin in.

“Drie maanden na dat ongeluk wist ik weer dat ik ging. Ik heb het m'n zoon verteld en die huilde. Nu niet meer. Hij is inmiddels een paar jaar ouder. Natuurlijk heeft hij liever dat ik thuis blijf. Maar hij is ook trots. Hij toont veel belangstelling. En hij neemt zijn favoriete muziek voor me op. Ik houd niet van house, maar omdat Stefan het mooi vindt neem ik het toch mee. Voor de rest laat ik alles thuis. Foto's, cadeaus: het is allemaal emotionele ballast.

“Dit voorjaar had ik eindelijk goed beet, toen heb ik het contract getekend met de hoofdsponsor. C1000 is een supermarktketen. Ze hebben meer dan duizend artikelen in de winkels, vandaar die naam. En ik vond het wel een futuristische naam. De Zeeman was voor Nederland perfect, maar dat klonk in het buitenland voor geen meter. De nieuwe naam kan ik ook voor de Franse radio zonder moeite uitspreken.”

Bij zijn vorige recordpoging merkte hij dat de catamaran gebreken vertoonde. Het oude schip werd na het ongeluk grondig gerepareerd en aangepast aan de wensen van de zeiler. De Zeeman had de neiging voorover te duiken, het drijfvermogen was gering. Daardoor moest De Velde eerder reven (zeil inkorten), wat weer ten koste ging van de snelheid. De boot is nu drie meter langer. De boeg is 15 centimeter uit elkaar getrokken. De koolstof mast is drie meter langer en lichter dan de oude aluminium mast. Het zeiloppervlak is aanmerkelijk toegenomen. Hij onderkent de theorie dat een snellere boot tot meer gevaar kan leiden.

“De vorige reis was veiliger. Ik neem nu meer risico met het materiaal. Aan de andere kant denk ik dat dit schip lekkerder op het water ligt. Deze boot begint pas te werken als hij 25 knopen vaart. Bij de vorige was dat al bij 18 knopen. De Zeeman was een beetje een tuimelaar. Deze blijft rechtdoor gaan.

“Voor mij is gevaar een relatief begrip. In die honderd dagen op zee loop je misschien vijf dagen gevaar. Dan praat ik vooral over harde wind. De angst voor ijsbergen is toch minder groot. Gedurende tien dagen zit je in een gebied waar je ijsbergen kunt treffen. En dan nog zie je ze niet elke dag. En 's nachts kun je er maar beter niet aan denken. Dat lukt mij aardig. Ik slaap snel in, gewoon omdat ik weet dat ik niet zonder slaap kan.

“Als je het gevaar op zee vergelijkt met het gevaar op de weg, dan valt het allemaal reuze mee. Ik heb een motor en een auto en dat is linker dan een boot. Als je 200 kilometer per uur rijdt, heb je niks meer in de hand. Je hebt met zoveel anderen te maken, je bent niet alleen op de snelweg. Een auto is een geaccepteerd gevaar. Ik heb wel eens gezegd: je vriend wordt dood gereden en in een auto ga je naar zijn begrafenis.”

De Velde leeft van zijn boeken en ook van de vele lezingen die hij geeft. De provinciale zeilvereniging heeft evenveel belangstelling voor een stoer zeemansverhaal als de grootstedelijke rotary-club. Van de lucratieve IJsselmeer-tochtjes betaalt hij het onderhoud van de catamaran, de verzekering van het schip en het zeer prijzige communicatiesysteem aan boord. De Velde zal de komende race voor het eerst gebruik maken van satellietverbindingen. Alles bij elkaar kost het project nog geen miljoen gulden, een schijntje vergeleken bij de Whitbread-projecten.

“Ik ben een heel ander soort zeiler dan de meest wedstrijdzeilers. Ik voel me meer een zeeman dan een sportman. Zo'n Roy Heiner is met hele andere dingen bezig dan ik. Ik geloof dat ik hem niks meer kan leren en hij mij niks. Heiner vaart op een zondagmiddag een paar keer om een boei. Dat is niks voor mij. Daarvoor ben ik toch te veel avonturier.

“Ik geef ook mijn lezingen, vertel mijn levensverhaal. Die openhartigheid is misschien wel een nadeel. Mijn concurrenten uit Frankrijk zijn een soort Formule I-coureurs. Die laten niets los over hun privéleven, ze zijn helemaal gefocust op de boot en het record. Maar ik schrijf ook boeken. Ik wil dat stuk emotie, die romantiek graag in het boek verwerken. Ik let ook op een dolfijn of een albatros. Ik zou dat nooit willen missen.

“Dat ik aanvankelijk heb gezegd nooit meer uit te zullen varen, was geen reactie op het ongeluk maar op de dagen dat ik vermist was. Toen wist niemand waar ik was en of ik er nog was. Die dagen ga je twijfelen. Het ongeluk was min of meer de limit. Echt angst heb ik er niet door gekregen. Het enige wat in de loop der jaren sterk is veranderd, is het besef dat ik mijn wereldje nog niet wil missen. Ik wil mijn vrienden nog niet missen, mijn kroegie, mijn woonboot.

“Vanaf de dag van vertrek heb ik de drang om weer zo snel mogelijk thuis te zijn. Na een week begin je dingen te missen, behalve als het allemaal heel goed gaat. Dan ben je in een roes. Als ik een tragere start heb dan de vorige keer, is er nog niks aan de hand. Maar het zou voor mij persoonlijk niet goed zijn. Dan word ik somberder.

“Ik ben een emotioneel mens, ik brul en schreeuw en lach en bid aan boord. Allemaal hardop. Vervolgens luister ik naar een antwoord, maar niemand die het je geeft. Op zee hoor je alleen maar je eigen echo. Dat is heel raar. Het antwoord krijg je pas als je weer aan wal bent. Dat noem ik de waarheid van de wal en de waarheid van de zee. Dan moet je het allemaal zelf doen, ook al heb je een team achter je staan.

“Op zee word je veel gemakkelijker één met het materiaal. Je hebt niet te maken met de gevoelens van de medemens, zijn gedachten en zijn meningen. Die kun je niet vormen, die moet je accepteren. Terwijl je op een boot niks hoeft te accepteren. Het vervelende alleen is dat ik mijn leven niet kan blijven teren op een stuk materiaal. Ik verlang naar een gezin, naar een partner die me begrijpt. Voor haar zou ik die reis willen maken, nu doe ik het voor mezelf en voor de jongens die voor een hongerloontje aan mijn boot hebben gesleuteld.”

    • Jaap Bloembergen