'Hockeysters moeten weer leren schaven'

Met de grootste moeite plaatste de nationale vrouwenhockeyploeg zich vorige week voor de Olympische Spelen. Gebrek aan mentale en fysieke hardheid werd de Europees kampioen bijna fataal. “Ze moeten leren vechten. Harder trainen, smeriger zou ik bijna zeggen.”

ROTTERDAM, 2 DEC. Het oordeel van de bondscoach loog er niet om. In een poging het teleurstellende optreden van het nationale team te verklaren, stelde Tom van 't Hek na afloop onomwonden vast dat het zijn ploeg had ontbroken aan strijdlust en karakter. De gemakzucht van zijn hockeysters was volgens de ontstemde maar opgeluchte coach exemplarisch voor het heersende topsportklimaat in Nederland. “We denken in Nederland al gauw dat we goed zijn”, sneerde de oud-international.

Terecht of niet, feit is dat zijn selectie op het olympisch kwalificatoernooi in Kaapstad slechts ternauwernood plaatsing afdwong. Pas in het afsluitende duel tegen Duitsland ontworstelden de hockeysters zich uit de mentale wurggreep die in de zes voorgaande duels een verlammende uitwerking had op het spel van de Europees kampioen. De vrouwen overwonnen net op tijd hun vormcrisis en versloegen de reeds geplaatste tegenstander met 3-2. Door de overwinning kwalificeerde de ploeg zich ten koste van China, met een voordelig doelsaldo van nul tegen min één.

De wedstrijd tegen Duitsland kon niet verhullen dat aansluiting bij de wereldtop voorlopig nog even op zich laat wachten voor de ploeg die zich eind juni na het behalen van de Europese titel op de weg terug waande. “Die titel gaf vertrouwen na vijf magere jaren waarin niets was gewonnen”, zegt Marjolein Bolhuis, voormalig spits van het Nederlands team en tegenwoordig manager van de nationale vrouwenploeg. “Tegelijkertijd zijn de meesten er vanaf dat moment toch te makkelijk over gaan denken. Zo van 'die trein loopt wel en ons kan niks gebeuren'. Het besef dat ze er wel degelijk iets voor moesten doen, daar ontbrak het aan. Pas met het mes op de keel werden ze wakker.”

Volgens Bolhuis zijn de tegenvallende prestaties op het plaatsingstoernooi een indirect gevolg van het beladen verleden. “Door de onderlinge ellende en de trammelant met de technische staf lagen de excuses de afgelopen jaren soms al vooraf voor het oprapen. Het lag nooit aan het spel of de speelsters zelf, altijd lagen de oorzaken buiten het veld. Dit keer was alles naar wens en waren ze plotseling op zichzelf aangewezen. Dat creëerde een druk waar de meesten niet één-twee-drie tegen bestand waren.”

Bolhuis maakte in de jaren tachtig deel uit van de gouden generatie. De bevlogen en technisch vaardige selectie onder leiding van bondscoach Gijs van Heumen reeg de successen aaneen. Jarenlang domineerde de Oranje-ploeg het internationale vrouwenhockey. “Wij vochten als leeuwen. Gingen met de 'over-mijn-lijk-mentaliteit' het veld in. Godsamme, hier die bal en ik geef 'm niet meer af. Dat werk. Wij moesten net zo goed schaven en teerden niet puur en alleen op onze techniek.”

Die bezieling en inzet zag Bolhuis tot haar ontsteltenis in Zuid-Afrika alleen terug in de laatste en allesbeslissende wedstrijd. In de voorgaande zes duels bleken de nerveuze hockeysters fysiek en mentaal niet of nauwelijks opgewassen tegen het robuuste en grotendeels op kracht gebaseerde spel van ploegen als Zuid-Korea. “Ze liepen steeds achteruit. Dan kom je natuurlijk nooit voor het doel van je tegenstander. Ja, ik heb zo nu en dan met gekromde tenen zitten toekijken.”

Ook Richard Charlesworth keek als aandachtig toeschouwer zijn ogen uit in Kaapstad. De coach van wereldkampioen Australië verbaasde zich over de geringe fysieke weerbaarheid en minieme strijdlust van de ploeg van collega Van 't Hek. “Wat Nederland in de wedstrijd laat zien, doet Korea in de warming-up”, schamperde Charlesworth.

Aanvoerster en linkerspits Wietske de Ruiter (25) trekt zich de kritiek aan. “We zijn vergeten de beuk d'r in te gooien. Technisch en tactisch was het niet dramatisch, maar op het mentale en fysieke vlak zijn we de afgelopen maanden te weinig leergierig geweest. Dat neem ik mezelf kwalijk”, klinkt het schuldbewust uit de mond van de 114-voudig international, in Kaapstad met vijf treffers topscorer van Oranje. “Als je dat met Groot-Brittannië vergelijkt. Geen wonderploeg, maar wel eentje die alle remmen durft los te gooien. Niet nadenken, maar doen. Bij ons was het meer andersom.” Ook het gebrek aan een leider, een aanjager binnen de lijnen, deed zich voelen. De Ruiter: “Misschien heb ik te weinig het voortouw genomen. Toen ik in '89 bij het Nederlands team kwam, hielden de ouderen je wel scherp. Als je op een training verzaakte, werd je helemaal strontziek van dat gezeur. Pas nu besef ik de waarde van dat gemekker en van die veeleisende trainingsarbeid.”

De moeizame kwalificatie heeft de hockeysters tot nadenken aangezet. De roep om meer passie en strijdlust weerklinkt net als bij de voetballers nu ook bij de hockeysters. Maar hoe? De Ruiter stellig: “Iedereen moet in eerste instantie maar eens goed naar zichzelf kijken. Daarnaast: fysiek scherper en intensiever trainen. Niet dat we nu met z'n allen à la minuut het krachthonk in moeten. Maar dat er iets moet gebeuren is iedereen wel duidelijk.” Bolhuis: “Ze moeten leren vechten. Dus harder trainen, smeriger zou ik bijna zeggen.”

Want van duels in de hoofdklasse wordt een international nauwelijks iets wijzer, ook al wordt vaak beweerd dat Nederland over de sterkste competitie ter wereld beschikt. “Maar als de helft van het team meedoet, lukt het ook nog wel. Bovendien zijn die technische foefjes in de hoofdklasse allemaal leuk en aardig, op internationaal vlak komt even wat meer kijken”, meent De Ruiter. Ook Bolhuis constateert een diepe kloof tussen het nationale en internationale hockey. “Dat niveauverschil moet je compenseren door keiharde trainingen. Al zal het Nederlandse vrouwenhockey het altijd moeten winnen op creativiteit en niet zoals China en Korea op de fysieke strijd.”

Zowel begeleidingsteam als spelersgroep troost zich met de gedachte dat de bodem van het dal in Kaapstad is bereikt. De Ruiter: “Beter daar dan in Atlanta. Het was een harde maar goede les. We weten weer waar we staan.” Bolhuis: “Dit toernooi vergeten ze nooit weer. Het was de beste ervaring die ze zich hadden kunnen wensen.”