Een sekte onder vuur

STUART A. WRIGHT (red): Armageddon in Waco. Critical Perspectives on the Branch Davidian Conflict

394 blz., University of Chicago Press 1995, ƒ33,20 (pb)

Op 28 februari 1993 bestormde het Bureau of Alcohol, Tobacco, and Firearms (BATF) het huizencomplex van de Branch Davidians in Waco, Texas. Deze religieuze groepering zou in het bezit zijn van een grote hoeveelheid wapens, hetgeen de federale autoriteiten van Texas als een ernstige bedreiging voor de openbare orde beschouwden. De aanval werd afgeslagen. Daarbij vielen ten minste tien doden, waaronder vier agenten van de BATF. De Davidians verschansten zich, waarna de FBI de zaak overnam en begon met de belegering van de sekte. In de daarop volgende anderhalve maand werd vruchteloos onderhandeld met de leider van de beweging, David Koresh. Op 19 april was het geduld van de FBI ten einde. De federale politiemacht ramde de muren van het complex. Om nooit opgehelderde reden ontstond brand en in de daarop volgende vuurzee kwamen Koresh en 73 van zijn volgelingen om het leven. Voor de autoriteiten was het een uitgemaakte zaak: de sekteleden hadden de brand zèlf gesticht, zij kozen bewust voor zelfmoord.

Destijds is er veel en op velerlei toonaarden geschreven over deze kwestie. In NRC Handelsblad gaf onder meer de theoloog Nauta commentaar op de gebeurtenissen. Volgens hem behoorden de volgelingen, die “hun zelf gekozen dood ingingen”, tot de “onderlaag van de Amerikaanse samenleving, het menselijk wrakhout dat meedeinde op de golfslag van de Amerikaanse cultuur”. Hun “religieuze ijver” was “eerder een teken van twijfel en verwarring dan een blijk van overtuigde gebondenheid aan een theologisch idee”.

De Tilburgse hoogleraar was niet de enige die de aanleiding tot de tragedie in psychopathologische termen verwoordde. Wie afgaat op de beschouwingen die gedurende die week in de nationale en internationale pers verschenen, moet concluderen dat David Koresh en zijn volgelingen ten prooi waren gevallen aan collectieve waanzin. Het fundament van deze zienswijze werd gevormd door de drie pijlers van de sekte-stereotypes: de charismatische leider als kwade manipulator, de gedweeë volgelingen als labiele armoedzaaiers en een geloofssysteem dat de toets van de gevestigde theologische opvattingen niet kan doorstaan. Voor de afloop van het drama werd veelvuldig verwezen naar de massale zelfdoding in 1978 van de leden van People's Temple in Jonestown, Guyana, een gebeurtenis die als model voor nagenoeg ieder exces in de religieuze periferie was gaan dienen. Om aan het uitzichtloze beleg in Waco een einde te maken, hadden de autoriteiten weliswaar enkele tactische blunders gemaakt, maar in wezen werd Koresh, net als Jim Jones vijftien jaar daarvoor, als de hoofdschuldige van de catastrofe beschouwd.

De bundel Armageddon in Waco veegt de vloer aan met deze opvattingen. Ten grondslag aan de tragedie lag een opeenstapeling van vooroordelen temidden van een moeras van onbegrip, aldus de essentie van de vijftien artikelen onder redactie van godsdienstsocioloog Wright. De Amerikaanse overheid wordt regelrechte incompetentie verweten en de media worden gekritiseerd omdat ze zich slaafs onderwierpen aan de officiële woordvoerders. Met de aanduiding van de beweging als cult - net zo pejoratief als het Nederlandse sekte - werd de kiem voor het drama gelegd. De omschrijving werd voor het eerst gebezigd toen een voormalige aanhanger Koresh beschuldigde van mishandeling en seksueel misbruik van kinderen. Daarna werden in ijltempo de Branch Davidians gestigmatiseerd als een kwaadaardig sociaal gezwel dat zo snel mogelijk moest worden uitgesneden.

Onbetrouwbaarheid In werkelijkheid kunnen vele vraagtekens gezet worden bij de aantijgingen tegen Koresh; niettemin stond het modieuze karakter ervan borg voor het mobiliseren van de Amerikaanse publieke opinie. Het was niet voor het eerst dat getuigenissen van ex-aanhangers door de mand vielen, iets dat in kringen van wetenschappelijke onderzoekers al langer bekend was. De auteurs zijn dan ook uiterst kritisch over de handelwijze van minister van justitie Reno, die zich in haar besluitvorming voornamelijk liet adviseren door een netwerk van pseudo-deskundigen, veelal voormalige aanhangers van religieuze bewegingen.

Sinds de hoogtijdagen van groeperingen als de Children of God, Hare Krishna, Scientology en de Moonies, heeft zich uit het leger van teleurgestelde ex-leden een wrokkig contingent 'experts' gevormd dat ten strijde trekt tegen elke vorm van religieus sektarisme. Op de achtergrond wordt hierbij ook een belangrijke rol gespeeld door het Cult Awareness Network, een organisatie die te beschouwen is als waakhond voor 'gezonde' godsdienst annex uitzendbureau voor sekte-deprogrammeurs. De argumentatie van deze oppositie berust voor een belangrijk gedeelte op uiterst omstreden theorieën over gedragsmanipulatie, zoals hersenspoeling. Door Koresh te criminaliseren en zijn volgelingen tot slachtoffers te bestempelen, werd het probleem in Waco tot de klassieke en overzichtelijke psychopathologische proporties teruggebracht. Daarmee was de constructie van de maatschappelijke consensus voltooid.

De schrijvers van Armageddon in Waco proberen de platitudes te ontmythologiseren die over de Branch Davidians naar voren zijn gebracht. Zoals de opvatting dat sekten louter worden bevolkt met maatschappelijke verschoppelingen, die een uitweg zoeken uit de dagelijkse kommer en kwel. In werkelijkheid bestond 90 procent van Koresh' volgelingen uit voormalige Zevendedagsadventisten die waren uitgekeken op hun kerkgenootschap, dat zich al jaren geleden had geschaard in de rijen van de doorsnee religieuze instituties.

De Davidians wilden terug naar de spirituele euforie van de vorige eeuw, de gloriedagen waarop met extatische spanning werd uitgekeken naar apocalyps en paradijs. Ze verlangden ernaar oog in oog te staan met een levende en provocerende profeet, iemand die de collectieve vervoering van weleer kon doen herleven en hen voorging in de ontsluiering van de geheimen van de aangekondigde eindtijd. Die kwam dan ook.

In dit boek wordt ook betoogd dat de voor de hand liggende vergelijking tussen Jonestown en Waco volstrekt mank gaat. Het zal wel nooit opgehelderd worden of de brand door de Davidians was aangestoken of het gevolg was van de rookgranaten van de FBI. In het algemeen nuanceren de auteurs het agressieve potentieel van apocalyptische bewegingen. In het zicht van het jaar 2000 sluiten zij verdere fatale religieuze ontsporingen echter niet uit, tenzij er lessen worden getrokken uit Waco - en er een beroep op hun deskundigheid wordt gedaan. Het veelvuldige gelamenteer in de trant van 'waarom hebben jullie ons er niet bijgehaald' is een minpunt in deze overigens voortreffelijke bundel.