Een echte vent werkt vijf dagen per week

Steeds meer mannen delen mee in de verzorging van de kinderen. Maar de samenleving ziet de part-time werkende 'zorgvader' als een sukkel. Hij worstelt met zijn zelfbeeld: zijn eigen vader was immers nooit thuis, of zat achter de krant. Het onvermogen van de 'onthaaste' zorgvader die geen watje mag worden en toch z'n kinderen wil koesteren.

In de wachtkamer van een randstedelijk consultatiebureau zitten twee vaders met hun baby's op schoot.

“Wij gaan een prikje halen hè Ted?” fluistert de een in het oor van zijn elf maanden oude zoon. “En dan gaan we lekker naar de dierentuin. Tsjakka!” De baby straalt.

“DKTP toch niet?” informeert de magere man die naast hem zit bezorgd.

“Jazeker,” zegt de eerste die nu fantasiewoordjes tegen zijn zoon lispelt.

“Dan zou ik maar niet naar de dierentuin gaan. Mijn meissie was helemaal van de kaart na die inenting.” Hij aait zijn dochter voorzichtig over haar blonde kruin.

“Dat meen je niet.”

“Ik heb de hele middag lopen dweilen.”

“Nou Ted, je hoort het. We gaan na het prikje direkt naar bed.”

“Je mag mijn Spock wel even lenen hoor,” biedt de magere aan en hij vist het boekwerk uit zijn aktetas die aan de buggy hangt.

De moderne pater familias noemt zich zonder schroom zorgvader. Hij werkt 29 uur en 52 minuten per week buiten de deur, wijdt zich de resterende tijd - 'gecoached' door zijn echtgenote - aan zijn twee kinderen, verricht alle huishoudelijke klussen voor zover die zich aan het oog van de toevallige voorbijganger onttrekken - dus geen ramen lappen - , is hoogopgeleid, links, niet gelovig en in negen van de tien gevallen (86 procent) een tevreden man. Zijn leven bestaat naar eigen zeggen uit the best of both worlds. Volgens de Nederlandse Gezinsraad varieert het aantal zorgvaders in ons land van honderdduizend tot 260 duizend. De resterende kleine twee miljoen Nederlandse vaders blijken zich ook steeds intensiever met hun gezinsleden te bemoeien. Afgelopen week berekende de Nijmeegse hoogleraar algemene pedagogiek Jan Gerris tijdens een symposium over gezinsonderzoek dat vaders wekelijks gemiddeld 19 uur en dertig minuten aan opvoedende activiteiten spenderen, slechts drie uur minder dan moeders. Full-time werkende vaders besteedden volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau in 1990 veertig procent van hun tijd aan huishouden en gezin - tien jaar eerder was dat nog maar 19 procent. Als het financieel wat aantrekkelijker was om op een deeltijdbaan over te stappen, zou meer dan de helft van de Nederlandse vaders korter gaan werken.

Ook al is de vraag naar geëmancipeerde mannen op de huwelijksmarkt nog altijd groter dan het aanbod, er begint zich zo langzamerhand een verandering af te tekenen. Bij een kwart van de Nederlandse huishoudens (met èn zonder kinderen) is er zowel binnenshuis als daarbuiten sprake van een gelijke werkverdeling tussen de partners. Vaders zien hun gezin hoe langer hoe meer als emotioneel kapitaal. Tachtig procent is aanwezig bij de bevalling van zijn kinderen en er is een groeiende mannelijke interesse in het volgen van ouderschapscursussen en het bijwonen van zwangerschapsgymnastiek. Ze zuchten mee, timen de weeën en werpen zich op als spreekbuis tussen de arts of vroedvrouw en de aanstaande moeder. “De vader is niet langer de onbenaderbare opvoeder,” constateert sociologe Trudie Knijn in de pas verschenen studie Changing Fatherhood; An Interdisciplinary Perspective. “Hij is niet langer degene die als vertegenwoordiger van de buitenwereld en hoofd van de familie leiding geeft aan zijn kinderen. Hij wil kind worden tussen zijn kinderen en co-ouder.” Zo'n familyman oogst thuis en in zijn direkte omgeving een hoop waardering. Hij verbetert zijn luierverwisselrecord, brengt en haalt de kinderen uit school, doet de boodschappen en bereidt in het weekend een indrukwekkende Italiaanse maaltijd, al laat hij de vuile keuken achter voor zijn eega. , Sommige vrouwen pretenderen zelfs dat hun echtgenoten wat meer doen dan ze in werkelijkheid doen,” signaleert de Utrechtse ontwikkelingspsycholoog Vincent Duindam (twee zorgdagen), “Zorgen is sociaal wenselijk geworden.”

De echte zorgvader onderscheidt zich in één opzicht van de familyman: hij schrikt niet terug voor onzichtbaar huishoudelijk werk, al heeft 45 procent een natuurlijke afkeer van poetsen. Uit een onderzoek dat Duindam, gespecialiseerd in modern ouderschap, dit jaar verrichtte onder 182 zorgende vaders bleek dat hun corvee naast bovengenoemde 'showtaken' bestaat uit koken, afwassen, stofzuigen, keuken schoonmaken, reparaties in huis, 's nachts voor de kinderen uit bed en de kinderen laten plassen. Als typisch vrouwenwerk geldt: het huishouden coördineren, kinderen troosten, ouderavonden bezoeken, kinderen aankleden, strijken en de ramen lappen. Al zijn inspanningen ten spijt, de zorgvader staat maatschappelijk nog steeds te boek als een watje. Een 'luxe pandabeertje' heet hij bij het CDA, duplicaat-moeder in kringen van sceptische gezinssociologen, Groene Persil-man onder trendwatchers en 'pathologische Oedipus' in het psychoanalytische discours. Linda de Mol zei vorig jaar in Elsevier dat ze geen huisman als echtgenoot wil. Christien Brinkgreve heeft nog nooit een jongen gezien die trots was op zijn stofzuigende vader en volgens Dorien Pessers verliest een dweilende man elke erotische aantrekkingskracht. Het is kortom niet gemakkelijk om onverstoorbaar door te vaderen als zijn seksappeal daar zoveel schade van ondervindt. Laat staan dat hij vrijwillig zijn baan offert aan het zorgvaderschap.

Softie

Bij de geboorte van zijn eerste zoon Ravian (7 jaar en vernoemd naar de tijd-ruimte-agent uit de Pep) besloot Theo Arp (39) een zorgdag in te voeren. Hij werkte als baliebeambte op de afdeling Huisvesting van de gemeente Amersfoort en vond die functie betrekkelijk eendimensionaal. Toen zijn vriendin Wendela aan een vierdaagse baan begon, nam hij ouderschapsverlof op. “Kinderen zijn maar zo kort echt klein. Ik wilde ze ook leren kennen.” Zijn mannelijke collega's vonden het maar raar dat hij “in de luiers ging”, zoals ze dat noemden. “Je bent een softie,” riepen ze hem toe. “Een vent werkt vijf dagen.” Theo Arp heeft zijn mannelijkheid nooit aan zijn baan ontleend. “Ik heb me niet afgevraagd: mis ik nu carrièrekansen?”, maar ik ben geloof ik ook niet zo ambitieus. Huisman worden leek me altijd al relaxed.” Als het gaat om het versterken van je seksapeal, kun je beter gaan zorgen, is zijn ervaring. “Je krijgt als zorgvader relatief gemakkelijk eer voor je werk. Moeders uit de buurt juichten me toe als ik met de kinderwagen voorbijliep en mijn broer Bert was sprakeloos toen hij zag hoe handig ik Ravian een nieuwe luier omdeed.”

Ravian was als peuter hyperactief en veeleisend. Hij moest voortdurend tot de orde worden geroepen, terwijl Wendela met zware rugklachten - overgehouden aan de bevalling - boven in bed lag. Theo goochelde met flesjes melk en kreeg onder toeziend oog van zijn vriendin het huishouden in de vingers. “Ik ben eigenlijk veel meer dan Wendela een zorgend type. Veel netter en bovendien beschouwt zij het als een belasting om een hele dag met de kinderen alleen te zijn. Zodra die twee elkaar in de haren vliegen, is ze bekaf. Wendela is een toegewijde kostwinner.”

Zorgtaken staan slecht aangeschreven. Ging een moeder in de jaren vijftig nog door voor ontaard als ze een centje bijverdiende, tegenwoordig is ze uitleg verschuldigd als ze besluit na de eerste bevalling haar baan op te zeggen. Scoren met een schoon huis is er niet meer bij. Toen het vak verzorging enkele jaren geleden op de middelbare school werd geïntroduceerd, bestookten woedende schooljongens de landelijke dagbladen met ingezonden brieven. Alsof zo'n pretvak je positie op de arbeidsmarkt verbeterde.

Geen wonder, zegt psycholoog Vincent Duindam, dat mannen zich twee keer bedenken voordat ze hun maatschappelijke positie opgeven voor thuiszorg. “Er bestaat een diep gewortelde angst bij beide seksen dat een papa die stofzuigt een doetje wordt. Dat hij zich onder druk van het feminisme als een soort surrogaatmoeder gaat gedragen en dat de hartstocht verdwijnt. In de praktijk blijkt er echter geen verhouding te bestaan tussen een symmetrische taakverdeling en wat er in bed gebeurt. Erotiek is een spel met fantasie en een moderne vader verplaatst zich moeiteloos in steeds weer een andere rol. Nu eens die van baasje, dan die van huisman, dan die van minnaar. Hij is zekerder van zijn mannelijkheid dan de gemiddelde macho.”

Minder mobiel

Met de komst van Laura (4) leverde Theo Arp - die inmiddels bij de gemeente Amersfoort werklozen begeleidde - nog een dag in. Ravian had de eerste maanden borstvoeding gehad, maar Laura kreeg op Theo's verzoek alleen de fles. “Dat is het middel dat je als man rest om contact te krijgen.” Nog steeds gaat hij af en toe met zijn kinderen in bad, troost ze als ze met een kapotte knie thuiskomen en kan eindeloos met ze 'tutten': dobbelen, Duplo-torens bouwen, Memory spelen en dan verliezen. “Lekker rustig in mijn eentje met de kids. Je moet het helemaal zelf uitzoeken. Duizend-en-een beslissingen nemen over de meest lullige dingen als mogen ze één televisieprogramma zien of twee?' en kan ik 's morgens vroeg chagrijnig met een bakje koffie boven de krant gaan hangen?”. Gisteren vroeg ik een vriend of hij meeging naar een concert. 'Nee ' zegt hij, 'Ik moet oppassen.' Zo'n zinnetje klinkt mij vreemd in de oren. Oppassen? Hoezo, het is toch zijn eigen kind?”

Dat Ravian en Laura de hele dag praten, vragen en gillen, drijft Theo wel eens tot wanhoop. Toen hij ouderschapsverlof opnam, had hij gehoopt af en toe een plaatje te kunnen draaien of een riedeltje op zijn gitaar te spelen. Het is er allemaal niet bij. “Ik vraag me wel eens af hoe ouders kunnen studeren met twee kinderen om zich heen. Je bent minder mobiel, want denk maar niet dat je ze in noodgeval even ergens kunt parkeren. En ze breken de hele dag in je hoofd in. Soms kun je je eigen gedachten niet meer volgen. Ik ben er heel duidelijk in: als Wendela en ik een gesprek voeren, dan houden Ravian en Laura hun mond.”

Het grootste probleem voor zorgvaders is de omschakeling van een prestatiehouding naar een tijdloos kindertempo. 'Onthaasting' heet dat verschijnsel in pedagogisch jargon. Menige vader is geneigd na thuiskomst nog even naar de zaak te bellen en als de kinderen toch voor tv-programma Klokhuis zitten, kan hij best dat beleidsplan in zijn tekstverwerker invoeren. Volgens Wim Meuffels, hulpverlener bij de Utrechtse afdeling van het FIOM - een instituut dat bijstand verleent aan alleenstaande en aanstaande ouders - kunnen niet alle moderne vaders beantwoorden aan de verwachtingen die ze van het co-ouderschap koesterden. Hun ideaalbeeld van de vader van de Bauknecht-billboards die zijn zoon koestert, blijkt een idee-fixe. Ze storten in of zoeken hulp bij mannengroepen als Code M, SOMAN of de Dwaze vaders. Het is Meuffels opgevallen dat alle 25 probleemvaders die zich de afgelopen vier jaar bij het FIOM meldden, zogenaamde feministische mannen waren. “Ze denken graag met hun dikwijls dominante vrouwen mee om het ze naar de zin te maken. Het zijn dienstbare mannen die vroeger in een moeizame verhouding tot hun moeder stonden en tegelijkertijd op hun onderdanige vader neerke ken. Zodra ze datzelfde patroon in hun gezin herkennen, draaien ze door. Ik probeer ze te laten terugdenken aan prettige vaderfiguren uit hun jeugd. Aan hun opa of de vader van een vriendje.”

Het is volgens Jeroen Jansz geen toeval dat al die zorgvaders uit zijn omgeving na verloop van tijd rapporteren dat ze eigenlijk niet goed weten wat ze met dat kind aanmoeten. Hij verricht als theoretisch psycholoog, verbonden aan de Rijksuniversiteit Leiden onderzoek naar identiteitsvorming en -ontwikkeling. “Ze lopen met idealen in hun hoofd van een mannelijk vaderschap waaraan ze niet kunnen tippen. Een Bill Cosby is te grappig en de Bauknecht-vader weer veel te mooi. De feministische beweging heeft zo hardnekkig aan het patriarchaat geknaagd dat het gezag dat mannen zelf hebben om te bepalen wat mannelijkheid is, fundamenteel is aangetast.” Dat de vader van nu in een crisis verkeert, heeft alles te maken met zijn eigen traditionele opvoeding. Hij beweegt zich in het vage gebied tussen macho en watje - wordt sinds kort ook wel wacho genoemd - wil dolgraag een vanzelfsprekende, dagelijkse relatie met zijn kinderen opbouwen, maar botst tegen zijn onvermogen op. Hij heeft, zo concludeert Jansz, het nooit geleerd.

“Zijn eigen vader was er overdag nooit. Samen met zijn moeder wachtte het zoontje gespannen op het moment dat de sleutel in het slot werd gestoken. Dan ging papa met hem ravotten of ze gingen samen aan tafel. Alles gebeurde in de korte tijdsspanne tussen kwart over vijf en bedtijd, tegenwoordig beter bekend als het kwaliteitsuurtje. Het jongetje identificeerde zich in grote mate met die onaantastbare vader. Hij vormde zichzelf aan de hand van beelden die werkelijkheidswaarde hebben, maar niet echt zijn.

“Dat gebeurt onbewust nog steeds. Als ik 's morgens na het ontbijt naar de universiteit vertrek, zegt mijn zoontje van drie met een scheef koppie: 'Ga jij naar je échte werk?' Soms mag hij mee. Dan stap ik met hem rond in het grote gebouw dat hem een zeker ontzag inboezemt en dan is hij teruggetrokken en stil. Natuurlijk is het leuk als mijn kleine me bijzonder vindt, maar hij moet me ook zien als ik met een schort aan hutspot klaarmaak.”

Terwijl meisjes zich identificeren met een moeder van vlees en bloed, een moeder die vol toewijding bij de thee schoolverhalen aanhoort en even later bits uitvalt, denken jongetjes in stereotypen waarop ze nooit goed vat op krijgen. “Meisjes zijn veel realistischer,” zegt Jeroen Jansz. “Ze adoreren Candy Dulfer of Madonna, kleden zich identiek, willen ook een saxofoon, al zijn ze er zich tegelijkertijd van bewust dat die dames een sensueel spel spelen. Jongens zijn in de puberteit veel serieuzer in hun identificatie. Ze schamen zich ervoor dat ze Bon Jovi-fan zijn, maar kunnen als ze eenmaal een idool hebben gevonden daar moeilijk afstand van doen.”

Jongens en mannen hebben rigide ego-grenzen, heeft psycholoog Vincent Duindam geconstateerd. Terwijl vrouwen zich over het algemeen gemakkelijker in een ander kunnen verplaatsen en ook gemakkelijker over zich heen laten lopen, voelen mannen zich eerder in hun mannelijkheid aangetast. “Een jongen die hoofdzakelijk door zijn moeder is opgevoed, omdat zijn vader letterlijk of emotioneel - achter de krant - afwezig was, definieert mannelijkheid als niet-vrouwelijkheid. Dat is geen positieve concrete, maar een negatieve definitie die hun mannelijke identiteit aan het wankelen brengt. “Machismo is het overschreeuwen van de angst dat je eigenlijk een vrouw bent. Je wordt als volwassen man geacht controle over de situatie te houden en geen blijk te geven van emotionele zwakte. Bovendien maakt een hetero zich onsterfelijk belachelijk als hij zich tooit met vrouwelijke kledingstukken. Toen ik laatst inderhaast met de roze peignoir van mijn vrouw aan de deur voor de postbode openmaakte, zag ik mijn buurman die het tafereel gadesloeg door de grond gaan van schaamte. Jurkangst heet dat. Die angsten zitten heel diep en gaan een leven lang mee. Daarom is het zo moeilijk voor welwillende vaders om zorgtaken te vervullen.” Wildeman Er zijn steeds meer verdwaalde mannen die zich aansluiten bij een mytho- poëtische mannenbeweging. Zoals jongens uit indianen- en papoea-stammen in het volwassen leven worden ingewijd door middel van initiatieriten, zo kunnen deze moderne mannen-in-crisis deelnemen aan een ritueel om zo de man in zichzelf te ontdekken. De Nederlandse afdeling van De Wildeman - een uit Amerika afkomstige New Age-beweging geïnspireerd op het sprookje van Iron John - organiseert weekendtrainingen voor politie-agenten, artsen, leraren en managers om het begrip man weer een positieve lading te geven. “We zijn er zo aan gewend om badinerend over mannen te praten,” vindt Wildeman-mentor Ton van der Kroon. “Oh wee als je een vrouw kwetst of discrimineert, maar een man mag voortdurend worden geschoffeerd. We lachen om zijn onbeholpenheid. Kijk naar de titels van de boeken van Yvonne Kroonenberg: 'Een man om het af te leren' en 'Alles went behalve een vent'.” Door ademhalingsoefeningen, rebirth-technieken en een rollenspel - “Ik probeer de inwijding zo dicht mogelijk bij de gewone man te houden. Trommels en zweethutten zijn hartstikke leuk, maar die werken vervreemdend in een politiecorps” - leren de deelnemers weer verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen mannelijke aard. “Een man met alleen vrouwelijke kwaliteiten is soft. Hij moet een soort balans tot stand brengen tussen zijn mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. Hij moet zijn penetrerende energie weer gaan benutten, de leeuw in zich loslaten, zoals ze dat bij Drum shag zeggen.”

Emoties

Psycholoog Jeroen Jansz beschouwt de Wildemanbeweging als een soort aspirine tegen een gekwetst ego. “Met grote truien aan in grote bossen met grote stokken op grote trommels slaan, maximaliseert misschien de testosteron-gestuurde agressie, maar het geheel suggereert een duidelijkheid die er juist per definitie niet is. Jongens hebben nooit echt geleerd met hun emoties om te gaan. Je kunt dat gebrek niet ongedaan maken door in een mannenbeweging je diep verborgen kern op te rakelen. Er bestaat geen sleutel tot een veranderingsprogramma. “De familyman moet leren om zich in verschillende rollen te verplaatsen: op een trendy feestje spiegelt hij zich aan de Egoïste-man van Chanel - charmant, goed gekleed en geparfumeerd. Maar de volgende ochtend vroeg staat hij met zijn handen in het afwaswater om zich vervolgens in driedelig grijs naar zijn afdelingsvergadering te spoeden. Het is een soort ontwikkelingstaak voor mannen. De zorgvader is de eerste die dat multi-rollenpatroon aardig onder de knie heeft. Nu maar hopen dat zijn zoon geen vervelend testosteron-gestuurd machootje wordt.”Theo Arp kan zich mateloos ergeren aan vaders die hun zoons niet tot de orde roepen. Ze treden nauwelijks op als de jongens een grote mond opzetten of hun zusje in elkaar slaan. “Die kinderen ontsporen zonder duidelijke grenzen, terwijl ze zich juist moeten kunnen schurken aan papa. Ik heb regelmatig aanvaringen met Ravian, maar als hij 's nachts na een nare droom naar beneden komt, klimt hij wel bij mij op schoot. Een vader moet zijn zoon behoeden voor een al te grote desillusie. Eerst bestaat Sinterklaas niet, vervolgens blijkt god dood te zijn en dan is je pa ook nog een lul. Daar komt zo'n jongen toch nooit overheen?”