Een echte vent werkt vijf dagen per week

‘Ik had al tien jaar gewerkt, dan wordt de drang om jezelf te bewijzen minder’ ‘Blijf je werken’, is zo’n beetje de eerste vraag als je zwanger bent’ In Nederland stellen vrouwen het krijgen van kinderen langer uit dan in de rest van Europa. Want een moeder die ook werken wil, vraagt nog steeds om problemen. Er is opvang, maar niet genoeg. Wie een parttime baan wil zet zichzelf buiten spel. Wie fulltime werkt wordt geen goede moeder gevonden. En vader moet aan zijn loopbaan denken. Over de fuik van het carrière-moederschap.

Een slimme meid begint haar zwangerschap op tijd. Het is nog net geen officiële campagne, maar wel een agendapunt van de regering; de huidige organisatie van werk en zorgtaken leidt volgens de overheid tot ongewenste ‘ontmoediging van het ouderschap’. De leeftijd waarop de gemiddelde Nederlandse vrouw kinderen krijgt stijgt, van 24,3 jaar in 1970 naar 28,3 jaar in 1993. Verwacht wordt dat die leeftijd - de hoogste in Europa - nog verder zal stijgen. In 1993 was bijna 40 procent van de vrouwen bij de geboorte van het eerste kind ouder dan 30 jaar. Volgens de Stichting Toekomstscenario’s Gezondheidszorg zal het aanal 35 + moeders de komende vijftien jaar verdubbelen. Ook het aantal vrouwen dat kinderloos zal blijven groeit, naar verwachting tot 20 procent in 2010.

Het is het logische uitvloeisel van langere opleidingen en het massaal toetreden van vrouwen tot de arbeidsmarkt. Maar de onrust neemt toe. Bij beleidsmakers en verzekeraars die vrezen dat er in de toekomst te weinig kinderen geboren zullen worden, en dat de kosten van moderne bevruchtingstechnieken en van grotere gezondheidsrisico’s voor de oudere moeder en de vrucht de pan uitrijzen. En bij de vrouwen zelf, die lang dachten dat uitstel geen kwaad kon maar nu overal lezen en horen over verminderde vruchtbaarheid vanaf je dertigste, en grotere kansen op miskramen als je eenmaal zwanger bent. Uitstel blijkt niet zelden afstel te betekenen, ongewenste kinderloosheid, met alle verdriet van dien. “Als je weet dat je kinderen wil, wacht dan niet tot je 33 bent, waarschuwt een vrouw die inmiddels 38 is, en nog steeds kinderloos is. “Het bleek in ons geval te laat. Het zou moeten kunnen, we zijn niet onvruchtbaar, maar ik geloof er niet meer in.” IVF is een optie, maar de twijfels zijn groot. “Nu heb ik er, min of meer, vrede mee. Als ik daaraan begin en het lukt ook niet - en de kans op succes is toch maar 15 procent - word ik alsnog ongelukkig. Waarom een ander wel en ik niet?”

Volgens de auteurs van het boekje Zorgen over onvruchtbaarheid, (Uitg. Eburon, 1995) is de kans op vruchtbaarheidsproblemen tussen de 20 en 28 jaar iets minder dan 10 procent groot, daarna stijgt die kans tot 25 procent bij het 35ste jaar. Als de leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen inderdaad blijft stijgen, zullen steeds meer paren dus geconfronteerd worden met vruchtbaarheidsproblemen.Kan regel niet uitvullen “Anderzijds is te verwachten dat door de ontwikkelingen in de voortplantingsgeneeskunde er in meer gevallen een medische oplossing is.”

Maar is dat ook een wenselijke oplossing? Mogelijk keert de wal het schip. Cijfers zijn er nog niet over, maar uit publicaties - in de ‘vrouwenbladen’ - blijkt dat steeds meer vrouwen kiezen voor moederschap voor hun dertigste. “Hoezo het juiste moment, het is nooit het juiste moment” is hun argument. Vraag blijft wat dat betekent voor hun loopbaanplanning. Ook voor wie niet de ambitie koestert om groot-industrieel, minister of hartchirurg te worden, maar wel wil blijven werken, als intercedente van een uitzendbureau, kleine zelfstandige, of wetenschappelijk medewerkster, blijkt de combinatie moederschap - betaald werk moeizaam te zijn.

Straf

Het aantal kindopvangplaatsen is in de afgelopen jaren sterk gestegen, tot ruim 100.000, maar er is nog altijd een tekort van 50.000 bij de kinderdagverblijven en van 70 tot 80.000 bij de peuterspeelzalen. De wachttijden lopen soms tot twee jaar op.

Weinig werkgevers staan te juichen als een werkneemster zwanger wordt, en een deeltijdcontract wordt vaak met grote tegenzin toegestaan. “Je kunt je carrière wel schudden,” is de teneur van artikelen in tijdschriften als Vrouw en Bedrijf en Opzij, waarin vrouwen verslag doen van hun ervaringen. Ze werden bij fusies als eerste ontslagen, omdat ze parttime werkten of ouderschapsverlof opnamen. Ze kregen na het ouderschapsverlof weliswaar dezelfde functie terug, maar in een andere vestiging van het bedrijf. Ze hadden werkgevers waarmee geen redelijke deeltijduren waren af te spreken, waardoor voltijds werken toch nog voordeliger werd. Of ze hadden werkgevers die verwachtten dat hetzelfde werk werd gedaan in een driedaagse, in plaats van vijfdaagse werkweek. Het is een litanie van ‘onhoudbare situaties’ en moeizame juridische procedures, waarin wel het gelijk werd gehaald, maar de verhoudingen voorgoed verstoord waren, zodat niet zelden ontslag restte.

Toch blijven steeds meer vrouwen werken na de geboorte van hun eerste kind. Hield begin jaren ’80 nog vier van de vijf vrouwen daarmee op na de geboorte van het eerste kind, in ’91-’92 waren het er nog maar twee van de vijf, zo blijkt uit CBS-cijfers die zijn gepubliceerd in Leven en werken in Nederland 1995. Wel gaat meer dan de helft van de vrouwen die blijven werken, minder uren werken. Per saldo komt het er op neer dat slechts 7 procent van moeders met kinderen jonger dan vijf jaar 35 uur of meer werkt. Ter vergelijking; bij de mannen is dat 84 procent.

In de ons omringende landen is het voor vrouwen veel normaler om fulltime te werken, en om te blijven werken als er kinderen komen. In bijvoorbeeld Frankrijk, Denemarken, Zweden, Duitsland en Engeland is het aandeel voltijds werkende vrouwen veel hoger. In Zweden blijft bijna 27 procent van moeders met kinderen jonger dan 6 jaar voltijds werken, en veel vrouwen met jonge kinderen hebben er een werkweek tussen de 20 en 35 uur. In de Verenigde Staten werkt een derde van de moeders meer dan 35 uur, een percentage dat oploopt tot ruim 40 procent als het kind vier of vijf jaar oud is. In Nederland keren dus drie van de vijf vrouwen na het zwangerschapsverlof terug naar de werkvloer, meestal in deeltijd. Maar uit deze cijfers blijkt niet hoeveel vrouwen na enige tijd alsnog hun baan opgeven. Marjo Giljam (37) besloot een jaar na de geboorte van Kasper (2) in plaats van drie dagen nog maar een dag in de week te gaan werken. “Ik was voortdurend moe, moe, moe en werd steeds sjachrijniger, kreeg last van hardnekkige keelonstekingen, en kwam zelfs in het ziekenhuis terecht.” Ze heeft geen spijt dat ze haar baan bij het Centrum voor Beleid en Management van de Universiteit in Utrecht opzegde - op een dag in de week studentenbegeleiding na. “Ik had al tien jaar gewerkt, dan wordt de drang om jezelf te bewijzen minder. En waar doe je het dan voor? Een nog grotere auto, een nog groter huis? Ik ben veel tevredener, heb weer energie. Met Kasper, die hele nachten doorhuilde en veel ziek was gaat het nu hartstikke goed.” Vader Hans, die rond half vier is thuisgekomen, knikt instemmend: “Mijn werk is mijn hobby; als het nodig is zou ik wel minder gaan werken, maar hele dagen met hem thuis, dat zou ik wel een straf vinden.” De omgeving reageerde overwegend positief op Marjo’s beslissing. “Veel vriendinnen zouden het ook ideaal vinden; sommigen kunnen hun werk niet opgeven vanwege het geld, anderen durven niet omdat ze bang zijn dat ze niet meer aan de slag komen, en ook willen ze niet financieel afhankelijk zijn van hun man. Maar ik zie er veel zo rondlopen als ik een jaar geleden, doodmoe, veel ziek.”

Supermom

Muriel (30) werkt bij de afdeling research van de KPN in Den Haag. In de koffiepauze is het een weerkerend thema; wel of geen kinderen. “Dansende eierstokken, noemen wij het. Je kunt nog zo plannen en rationeel bedenken dat het misschien beter is om geen kinderen te willen hebben; op een dag gaat het toch rammelen in die buiken. Maar onderdruk het zo lang mogelijk, en laat je chef het niet horen, want je carrière kun je vergeten; dat is hier letterlijk gezegd tegen mensen. Vanaf het moment dat je parttime wil werken ben je niet interessant meer. En wat zie je; de mannen buffelen door, de vrouwen komen niet vooruit in hun werk.” Als een ‘sappige wortel’ wordt haar een loopbaanplanning voorgehouden die de komende jaren alle inzet van haar zal vragen. Maar vriend Marcus wil ‘heel graag’ kinderen, en niet pas over vijf jaar. “Hij wil geen oude vader zijn - en soms zegt hij bij wijze van grap dat hij een vriendin gaat zoeken die wel moeder wil worden.” Voor hem, als beginnend advocaat, is het zo goed als onmogelijk om minder te werken. “Zijn laatste bod was dat hij dan zaterdags naar kantoor gaat, zodat hij vrijdag kan oppassen. Maar wanneer zien wij elkaar dan nog?” Er is maar een oplossing; part time werk moet normaler worden, voor zowel vrouwen als mannen, denkt Muriel. “Er is nog geen werkcultuur waarin het normaal is dat werkende vrouwen en mannen ook kinderen hebben. Er is geen traditie. We kunnen niet te rade gaan bij onze moeders, dus je vraagt het aan collega’s, en je zoekt de antwoorden in de Viva, ‘twaalf redenen om toch moeder te worden’. Er zijn zoveel maren, strategie voert de boventoon, en dat is eigenlijk absurd. Kinderen krijgen moet toch ook een beetje romantisch zijn?”

Voor Marischka Setz (31) was het geen kwestie van kiezen. Ze werkt fulltime (50 tot 55 uur per week) als Manager Marketing en Verkoop bij de bedrijfsservice van PTT post. Voor haar en haar man Bart (30, consultant) stond vast dat ze zou blijven werken na de geboorte van dochter Floor, die nu anderhalf jaar oud is. Floor gaat vijf dagen in de week naar de crèche, van half negen tot vijf. “Klokslag vijf haal ik haar op, dan gaan we samen naar Albert Heijn. Tot half acht, als Floor naar bed gaat, is de tijd voor haar. We eten met z’n drieën, niet zij vlugvlug een hapje en dan wij, maar samen. Na het journaal ga ik vaak nog wat werken.” Een Spartaanse dagindeling. “Natuurlijk ben ik wel eens doodmoe, maar meestal ben ik na een dag werken voldaan en gelukkig dat ik naar Floor kan. Ze is een vrolijk wijffie, zelden ziek.” Evengoed krijgt ze ‘minstens twee keer per week een preek’, omdat ze geen goede moeder zou zijn. “Maar kijk naar mij, mijn moeder heeft ook altijd gewerkt, en ik ben er niet slechter van geworden. Ik heb een heel goede relatie met mijn ouders. Als ik dat ook met Floor kan opbouwen ben ik een gelukkig mens.”

Dat moeder thuis hoort te blijven is een opvatting die weer aan populariteit lijkt te winnen. Vanuit de Verenigde Staten waaien de maternal correctness en de nieuwe supermom over; in de Elle vernederlandst tot ‘missiemoeder’. De Maternally Correct woman (MC) geeft haar veelbelovende baan op en keert terug naar het aanrecht en de babykamer. Ze streeft bovendien naar meer status voor het moederschap als beroep.

Macha

Moeders die voor hun kinderen kiezen zijn goede moeders. Zijn we weer terug bij af? Lieke Koets van het vrouwen werving en selectiebureau De Jong & Van Doorne-Huiskens kan zich niet voorstellen dat de Amerikaanse trend - fulltime moederen - in Nederland doorzet. “We hebben er zo lang over gedaan aan het werk te gaan, we zouden wel gek zijn dat weer op te geven,” zegt ze in het laatste nummer van Vrouw en Bedrijf.

Adepten van het powerfeminisme, zoals Milou van Hintum in haar boek Macha Macha , doen nogal eens schamper over vrouwen die zowel kinderen als een carrière willen. Egoïstes zijn het volgens hen, en dan ook nog zeuren omdat de combinatie zo zwaar is. ‘Niet klagen maar dragen’ lijkt nog steeds het devies. Toch is het niet te veel gevraagd om dezelfde keuzemogelijkheden te hebben als de mannen. Het is zelfs speerpuntbeleid van de overheid. ‘Doorbreking van de structurele ongelijke machtsverhouding tussen mannen en vrouwen’, en ‘vergroting van de economische zelfstandigheid van vrouwen’, heet het in het Beleidsplan Emancipatie dat al uit 1985 dateert. En ‘speerpunten’ van het beleidsprogramma Emancipatie ‘met het oog op 1995’ zijn “herverdeling van onbetaalde arbeid en vergroting van de zorgverantwoordelijkheid voor mannen.”

Over mogelijke oplossingen wordt al twintig jaar veel gezegd en geschreven, en zeker is er al veel ten goede veranderd. Er is meer kinderopvang, maar het is nog niet genoeg - vooral ontbreekt het aan 24-uurs-opvang. Cao’s voorzien in de mogelijheid van deeltijdwerk, maar in de praktijk blijken er veel haken en ogen aan te zitten. Bovendien willen mannen er niet aan. En grote werkgevers roepen dat er juist langere werkweken moeten komen, wil Nederland met het buitenland kunnen blijven concurreren. Er zijn flexibeler werktijden mogelijk, maar vaak niet op tijden dat het nodig is, voor negen uur ‘s morgens, na half vier, in schoolvakanties. Langere zwangerschapsverloven - zoals in veel andere geïndustrialiseerde landen - en een calamiteitenverlof staan nog op het verlanglijstje. Ook de huidige wet op het ouderschapsverlof, in werking sinds 1 januari 1991, heeft tot nu toe nog niet het gewenste effect. Volgens de wet kunnen werknemers met jonge kinderen een half jaar in deeltijd werken (minimaal twintig uur), met de garantie dat ze na de verlofperiode terugkeren in hun oorspronkelijke functie. Bij de overheid wordt 75 procent van het inkomen doorbetaald, in de marktsector is het verlof onbetaald. Daar wordt er dan ook nauwelijks gebruik van gemaakt, en al helemaal niet door mannen. Ook bij de overheid wordt vooral door vrouwen ouderschapsverlof opgenomen. Sinds 1991 maakte 38 procent van de ambtenaren van die mogelijkheid gebruik; 27 procent daarvan bestond uit vrouwen. Er is dan ook nog steeds een mentaliteit te veranderen. Oscar, 28 jaar, een paar maanden vader, is zo gek op zijn dochter dat hij er wel vier wil. “Ik werk al minder,” zegt hij trouwhartig. “Een kind krijgen is zo ingrijpend dat je minder opgaat in je werk.” Maar dat betekent in zijn geval dat hij minder overuren maakt. Een deeltijdbaan zou zijn wetenschappelijke carrière te veel hinderen. Zijn vrouw heeft een half jaar zwangerschapsverlof - ze wonen in Canada - en zal straks natuurlijk in deeltijd gaan werken. Dat is zo logisch als wat. “Vrouwen zitten anders in elkaar, die willen zorgen.” Einde discussie. Een andere jonge vader - hij is journalist - zou best een dag minder willen werken, maar “toe nou, je weet zelf toch dat dat niet kan, dit werk vergt fulltime inzetbaarheid.” Dus werkt de moeder van zijn kind, niet helemaal tot haar tevredenheid, geeft hij toe, nog maar drie dagen. Op de vraag hoe zijn vrouwelijke collega’s die op een dag kinderen krijgen het dan moeten oplossen, blijft hij het antwoord, grijnzend, schuldig. Hij is geen uitzondering. Uit een CPB-rapport van enkele jaren geleden blijkt dat meisjes hun beroep met gezinsactiviteiten combineren, jongens gaan ervan uit dat zij fulltime zullen werken, ook als ze een gezin hebben.

De indruk word nog wel eens gewekt dat het vooral de vrouwen zijn bij wie ‘de eierstokken gaan dansen’, en dat zij dus ook de zwaarste consequenties moeten dragen van het grootbrengen van nageslacht. “Alsof niet ook mannen broeds worden,” zegt Michele Taverne (31), net als collega Muriel werkzaam bij KPN. Haar man (31), personeelsfunctionaris bij DHL, is degene die verliefd in kinderwagens kijkt. “Tijdens etentjes, waar het gesprek steeds vaker over dit onderwerp gaat, zitten de jongens te kwijlen over baby’s.” Michele heeft ‘geen moederdrang’, maar hoopt, in het belang van de relatie, dat dat nog komt. “Ik ben bang voor de macht van het moedergevoel; om mij heen zie ik dat vrouwen als ze eenmaal moeder zijn toch stoppen met werken, ook als ze dat niet van plan waren. Maar mijn werkplezier zou ik niet willen missen.”

Tropenjaren

Zolang het voor mannen lastiger en sociaal minder geaccepteerd is om minder te werken zullen vrouwen, in het belang van hun kinderen, eerder - een deel van - hun baan opgeven. Ook omdat ze vaak minder verdienen. Het gemiddeld bruto inkomen van mannen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar is twee keer zo hoog als dat van vrouwen, zo becijferde het CBS, terwijl het opleidingsniveau in deze leeftijdsgroep nagenoeg gelijk is, bij vrouwen zelfs iets hoger ligt.

Floor, kinderarts (27) heeft gekozen voor éérst voor de gezinsplanning, dan de carrière. “Het kwam gisteren niet uit, het komt morgen niet uit, we beginnen gewoon, dachten we begin dit jaar.” Ze is nu hoogzwanger van haar eerste kind. Haar man Erdogan (32) is advocaat. “Ik wil huisarts worden, maar dat is een zware opleiding die moeilijk valt te combineren met zwangerschappen en baby’s. Op de UvA moet je zelfs als je aangenomen wordt voor de opleiding tekenen dat je op dat moment niet zwanger bent. Als je klaar bent met de opleiding moet je een praktijk opbouwen of je inwerken in een maatschap, en dat is eigenlijk nog moeilijker te combineren. Als ik dat éérst allemaal wil, en pas daarna kinderen, ben ik ver in de 30. Dat vind ik te oud.” Nu wil ze zodra haar zwangerschapsverlof afgelopen is weer werk zoeken, liefst als verloskundige-gynaecologe in het ziekenhuis. Pas als ze 30 of 31 is - en het gezin compleet - wil ze de huisartsenopleiding gaan doen. Dat zullen toch nog ‘tropenjaren’ worden, beseft ze, en “als het niet lukt moet ik concessies doen. Maar er zijn zat mogelijkheden om te werken. Ik kan nog verzekerings- of consultatiebureau-arts worden, banen die prima parttime te doen zijn.” Toch verwacht ze problemen. “Als een man te laat is op zijn werk omdat hij eerst nog opvang voor zijn kind moest regelen vinden collega’s dat meestal vertederend. Als een moeder om die reden te laat komt is het al gauw; werk en kind, dat gaat ook niet samen.” Ook realiseert ze zich dat het haar zwaar zal vallen om de opvoeding grotendeels uit handen te geven. “Diep in mijn hart denk ik dat het voor een kind beter is dat er altijd één ouder thuis is. Maar moet ik daarom andere mogelijkheden uit sluiten? ‘Blijf je werken’, is zo’n beetje de eerste vraag die aan je gesteld wordt als je vertelt dat je zwanger bent. En aan mijn zus die twee kinderen heeft wordt regelmatig gevraagd, ‘moet jij werken?’ Denk maar niet dat zulke vragen ooit aan mannen worden gesteld.” Ze is even stil en zegt dan fel: “Maar het zou toch àchterlijk zijn voor mij om niet meer te werken? Ik heb jarenlang ambitieuze opleidingen gevolgd, daar heb ik in geïnvesteerd, daar heeft de samenleving in geïnvesteerd. Daar ben ik dus iets aan verplicht.”

Naschrift (1 augustus 2017): De achternaam van Muriel is om privacyredenen uit dit stuk verwijderd [red.].