'Een dier is een metafoor op pootjes'

Midas Dekkers (Amsterdam, 1946) is publicist en programmamaker. Voor de VARA maakt hij het populair wetenschappelijk programma Midas over mensen en dieren.

“Als klein jongetje wilde ik altijd professor worden. Ik trok me terug op mijn zolderkamertje en liep in een witte jas, gekregen van de slager, wat teksten te prevelen en in boeken te neuzen. Ik had een heleboel jampotjes met chemische stofjes. Daar deed ik alleen zelden proefjes mee. Dat was zonde van die stofjes. Wel plakte ik op alle potjes etiquetten met doodshoofden. Dat was leuk. Wetenschap is ook leuk. Ik heb vier jaar van mijn leven besteed aan de zuidoost-Aziatische zoetwaterkogelvissensystematiek.

Dat heb ik met erg veel plezier gedaan. En ik zou zeker aan de noordwest-Afrikaanse zoutwaterkogelvissensystematiek zijn begonnen, ware het niet dat de vorm waarin de wetenschap is gegoten me zo tegen de borst stuit. Tegenwoordig zitten wetenschappers niet meer in ivoren torens opgesloten, maar zijn ze geheel en al gevangen in een systeem van subsidies, tweede geldstromen sponsors en een strijd om de macht. Ik heb dat nooit begrepen. Mannetjesapen hebben groot gelijk dat ze met elkaar knokken om de topaap te zijn. Want de topaap heeft het meest te eten en het meest te neuken. Maar als ik kijk naar de topapen bij bedrijven of universiteiten: De lunches komen hen de oren al uit. En ik neem aan dat het seksleven van hun jongste bediende veel interessanter is dan het hunne. Het enige wat die mensen nog hardmaken zijn hun standpunten. Nee, professortje is net als vadertje en moedertje. Het is een heel leuk spelletje, maar je moet het niet willen worden.

Het uitgangspunt van mijn programma is: Vragen zijn veel aardiger dan antwoorden. 'Papa waarom is de lucht blauw?', vraagt een kleine jongen aan zijn vader. 'He, dat heb ik me in geen jaren meer afgevraagd', denkt papa dan. 'Hoe zat dat ook alweer?' Maar wat is de pest? Die nieuwsgierigheid vermoorden we in het onderwijs. Daar word je namelijk uitgelegd dat de lucht blauw is omdat de atmosfeer verdeeld is in een aantal lagen en dat de stand van de planeten onderling er ook wat mee te maken heeft. Halverwege de school denkt zo'n kind: 'Het interesseert me al geen fuck meer. Die lucht zal wel blauw wezen.' Dat geldt voor bijna alle vragen. Als ik op straat loop, zie ik allemaal moedeloze mensen. Dat komt omdat ze geen vragen meer hebben. Dus wat doe je binnen een populair wetenschappelijk programma: Je stelt vragen waarover geen concensus bestaat, maar waarover je wel lekker kunt suffen. Komt mijn poes later in de hemel? Of: Gelooft een geit in God? Ik vind het heerlijk om het over de dood en God te hebben. Niet uit imponeergedrag of om zondig te wezen, maar omdat dat toch vragen zijn die mensen werkelijk bezighouden. Zo vind ik ook dat als je een programma over dieren maakt, je het altijd over mensen moet hebben. Dieren an sich zijn absoluut niet interessant. Het interesseert me geen fluit of op dit moment een neushoornvogel ergens in het oerwoud in een boom zijn jongen zit te voeren. De neushoornvogel interesseert me pas als in een chique restaurant opeens neushoornkogelbiefstuk verkrijgbaar is, of als alle neushoornvogels homoseksueel blijken te wezen.

Als je een programma maakt, moet je er in de allereerste plaats voor zorgen dat je de mensen amuseert. Anders kijken ze niet en heb je het programma voor niets gemaakt. Infotainment heeft alleen zo'n slechte naam gekregen doordat een hoop programmamakers denken dat infotainment via de sandwich-formule moet. Heb je net iets aardigs gezegd over paradijsvogels, en hups, dan komen er alweer vrouwen met veren in hun reet van de trappen afgedaald om een liedje te zingen met een verkeerde man met een verkeerde snor. Maar informatie is vaak al leuk genoeg om mensen te boeien. Je vertelt ze bijvoorbeeld hoeveel liter zweet ze in hun leven uitzweten. Of dat als ze alle momenten optellen dat ze met hun ogen knipperen, ze een half jaar van hun leven helemaal niets zien. Als je een verhandeling houdt over dat poepen eigenlijk minstens zo lekker is als eten, dan houd je de aandacht beter vast dan wanneer je de stelling van Pythagoras gaat uitleggen. Je moet eerst twee of drie buitengewoon grappige verhalen vertellen. Dan zetten de mensen hun zieltje wagenwijd open - want ze willen nog meer grappen horen - en stellen ze zich kwetsbaar op. Als ze zo helemaal openstaan, dan kun je er alles ingieten wat je wil. Want ik ben natuurlijk best echt verontwaardigd over bio-industrie en vivisectie. De manier waarop mensen met dieren omgaan is hemeltergend.

Midas is bij uitstek een familieprogramma. Kleine kinderen zien plaatjes van leeuwen en poezen langskomen. Oudere kinderen identificeren zich met de dieren omdat ze net als zij op de laagste trap van de maatschappelijke ladder staan. En ogenschijnlijk vertel ik een verhaal over het leven van de dieren, maar voor wie dat aardig vindt geef ik tussen neus en lippen dooraangrijpingspunten voor filosofietjes weg.

Dat is heel iets anders dan de manier waarop natuurprogramma's normaal gesproken als familieprogramma gelden - als een soort geruststelling: de natuur is wreed maar o zo mooi. Altijd wordt in natuurprogramma's het perspectief van de overwinnaar gekozen. Als je een programma ziet over uilen, dan vertelt de warme stem van de commentator hoe uilen met hun grote ogen 's nachts alles nog kunnen zien en dat ze door een speciale constructie van hun vleugels geluidloos kunnen zweven zodat de muizen geen schijn van kans maken. Even later zie je inderdaad papa uil met een muis in zijn bek bij de kleine uiltjes aankomen waar mama uil al onder de schermlamp zit te wachten. Een en al kneuterigheid. Niet voor niets dat al die programma's door de EO en de NCRV worden uitgezonden. Maar wat je dus niet ziet is de slachting in het muizennest. Er zijn wel programma's over muizen. Maar daarin wordt dan verteld dat de muizen dankzij hun scherpe gehoor het minste geluidje weten op te vangen zodat zij voortdurend weer aan de genadeloze uilen weten te ontkomen. Het is net de Bijbel. De natuur is een groot vat met volstrekt tegenstrijdige verhalen en daar pik je uit wat de toehoorders op dat moment het meest gerust zal stellen. Een dier is een metafoor op pootjes en een wandelend cliché. Als ik in een natuurpogramma een leeuw en een gezelle zie, weet ik al precies wat voor muziek eronder is gezet. Als het niet al gewoon panfluit is natuurlijk.''