'CTSV moet gezag verwerven bij toezicht op sociale verzekeringen'

Drie oud-politici kijken de uitvoerders van de sociale zekerheid tegenwoordig dagelijks op de vingers. Bovendien spelen hun adviezen over bijvoorbeeld de Ziektewet en de WAO een belangrijke rol als parlement en kabinet daarover met elkaar in debat gaan, zoals deze week het geval was.

Het College van Toezicht Sociale Verzekeringen, kortweg CTSV, begint een bekende klank te krijgen. “Het CTSV is een soort Rekenkamer voor de sociale zekerheid, dat bovendien ook aanwijzingen aan een uitvoerder kan geven als hij in gebreke blijft”, zegt voormalig VVD-voorzitter D. van Leeuwen. Onder haar leiding ziet het college sinds 1 januari van dit jaar toe op de activiteiten van bedrijfsverenigingen en hun uitvoeringsorganen, op de Sociale Verzekeringsbank en op het coördinerende Tica, het instituut waar het vroegere Tweede-Kamerlid F. Buurmeijer van de PvdA de scepter zwaait. Een voormalige fractiegenoot van Buurmeijer, G.J. van Otterloo, en een oud-staatssecretaris van financiën, de CDA'er M. van Rooijen completeren het CTSV-trio. Het wordt door ongeveer 200 ambtenaren bijgestaan.

Het CTSV is gevestigd in het kantorencomplex in Zoetermeer waar vroeger de Sociale Verzekeringsraad zetelde. Veertig jaar was deze raad, die in meerderheid bestond uit vertegenwoordigers van vakbonden en werkgeversorganisaties, belast met het toezicht op en advisering over de uitvoering van de sociale zekerheid, zoals de werknemersverzekeringen WW, WAO en Ziektewet. De sociale partners hebben die posities moeten opgeven. Omdat zij ook de dienst uitmaken bij de uitvoerders van deze sociale verzekeringen, de bedrijfsverenigingen, hielden ze eigenlijk op zichzelf toezicht. In de politiek is dat uiteindelijk als een verklaring gezien voor het uit de hand gelopen gebruik van de WAO, waardoor in Nederland veel meer werknemers arbeidsongeschikt werden verklaard dan in vergelijkbare landen.

De rol van bedrijfsverenigingen wordt per 1 januari 1996 verder teruggedrongen. Ze worden losgekoppeld van de uitvoeringsorganen, zoals het GAK of het Sociaal Fonds Bouwnijverheid. Met deze 'uvi's - een afkorting die al in het jargon is opgedoken - moeten ze contracten sluiten over het uitvoeren van de werknemersverzekeringen; met de dagelijkse gang van zaken hebben de sociale partners geen bemoeienis meer.

Ook op dit proces moet het CTSV 'onafhankelijk' toezicht houden. “Voor mij is die onafhankelijkheid een grote pré”, zegt CTSV-voorzitter Van Leeuwen. “Wij moeten in enkele jaren een gezaghebbende toezichthouder worden, die zijn onafhankelijkheid niet verliest en aan wiens uitspraken niet hoeft te worden getwijfeld.”

Zij werd vorig jaar door haar partijgenoot, staatssecretaris R. Linschoten (sociale zaken) benaderd voor het voorzitterschap. Vervolgens “heb ik een beetje over zijn schouders mogen meekijken” bij het benoemen van de andere twee CTSV-leden. Drie verschillende politieke partijen zijn in dit college vertegenwoordigd. “Het is belangrijk dat voor zo'n moeilijk onderwerp als het toezicht op de sociale verzekeringen voldoende draagvlak is”, zegt Van Leeuwen. “Er is sowieso een breed draagvlak voor dit college. Dat er onafhankelijk toezicht moest komen, was eigenlijk het enige punt waarover na de parlementaire enquête over de sociale verzekeringen nietgediscussieerd hoefde te worden.”

“Ik vind onafhankelijk toezicht een groot goed. De sociale partners zijn natuurlijk mensen die bepaalde belangen van werknemers en werkgevers vertegenwoordigen. Dat vertroebelde het toezicht. Wij staan los van die belangen. Dat was voor het ambtelijk apparaat hier nieuw. Dat moest wel met die belangen rekening houden en oog hebben voor compromissen. Bovendien duurden de procedures veel langer. De Sociale Verzekeringsraad kwam één maal per maand bijeen. Dan gingen er grote stapels papier naar de leden toe en kwamen ze pas een maand later weer bij elkaar. Wij zitten hier iedere dag en kunnen iedere dag besluiten nemen.”

Als oud-voorzitter van de VVD bent u van die partij die niets in bedrijfsverenigingen ziet.

“Dat is op dit moment niet interessant meer. Er is een parlementaire enquête geweest. Daaruit zijn conclusies getrokken. Vervolgens gaan we een nieuw systeem opzetten, met een scheiding tussen uitvoering en beleid. Dat ga ik mee vorm proberen te geven. Dat ik die scheiding vroeger ook al een prima zaak vond, is een prettige bijkomstigheid.”

Wordt u niet argwanend bekeken als lid van een partij die niet veel op heeft met het maatschappelijk middenveld?

“Ach, de voorzitter van de PvdA, Rottenberg, zei laatst dat de VVD zo 'versociaaldemocratiseerd' is. De VVD is altijd sociaal bewogen geweest, maar heeft er ook altijd op gelet dat het sociale systeem werkte voor diegenen voor wie dat echt nodig was. Het vet dat op het systeem zat, moest weg.”

Wat trof u aan bij de bedrijfsverenigingen?

“Nogal wat onderlinge verschillen. Sommige bedrijfsverenigingen hebben goed ingespeeld op de toekomstige veranderingen, andere niet. De richting waar we met de uitvoering heengaan, is duidelijk. Ze hadden de tijd over de toekomst na te denken. Dat is niet overal gebeurd. De bedrijfsverenigingen moeten zich duidelijk positioneren als opdrachtgevers tegenover de uitvoeringsinstellingen.”

Kunt u aantonen dat het toezicht is veranderd en verbeterd?

“We hebben de bedrijfsverenigingen meteen na onze komst laten weten welke van hun besluiten we hier ter goedkeuring wilden hebben. Daar is nogal wat fuss over ontstaan. We werden met argwaan bekeken. Voor sommigen was het een duidelijk bewijs dat er nu een echte toezichthouder zat, anderen vonden het gewoon lastig. We hebben er meteen bij gezegd dat ze geen toestemming kregen voor besluiten die in strijd met de wet zijn. Dat was in het verleden wel anders. Daarmee sloegen we meteen een piketpaal die irritaties opriep. Maar ja, toezicht is een noodzakelijk kwaad. Men moet streng zijn en rechtvaardig. Een toezichthouder zit er niet voor niets. Als hij gaat wheelen en dealen, bouwt hij geen positie op en wordt er straks een loopje met hem genomen.

“De rooie draad in onze filosofie is: eigen verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsinstellingen. Doen ze het goed, dan hebben ze geen last van ons. Maar ze zijn nog niet allemaal zo ver. We hebben onszelf zo'n drie jaar gegeven. Dan moet alles volgens Bartjes verlopen.”

De uitvoering van de sociale zekerheid - de uitkeringen zelf dus niet meegerekend - kost vier miljard gulden per jaar en alleen van de werknemersverzekeringen al drie miljard. Kan dat minder?

“Dat weet ik niet. We hebben als college de opdracht gekregen de uitvoeringskosten zichtbaar te maken. Natuurlijk om te bekijken waar de hoge kosten zitten en of ze niet naar beneden kunnen. Daarom gaan we doelmatigheidsonderzoeken doen. Waarbij we zullen moeten vaststellen wat dat precies is, doelmatigheid. Zitten de administraties goed in elkaar? Wordt er efficiënt gewerkt? Je moet allereerst een doorsnee krijgen van al die instellingen om te kijken of de basis in orde is.”

Is de sociale zekerheid doelmatig georganiseerd en al voldoende gekoppeld aan het werkgelegenheidsbeleid?

“Dat bedrijfsverenigingen, sociale diensten en arbeidsbureaus meer met elkaar moeten samenwerken, staat als een paal boven water. Ze moeten allemaal gaan werken voor de arbeidsmarkt. ”

Het gaat zo voorzichtig, het opzetten van die - wettelijk verplichte - samenwerking.

“Ja, het gaat heel voorzichtig. Het duurt inderdaad wel lang. Pas volgend jaar november wordt er gekeken naar de resultaten van experimenten met de samenwerking en wordt er een volgende stap gezet. Er zijn ook heel veel belangen mee gemoeid. Van de bedrijfsverenigingen bijvoorbeeld die in sectorcommissies moeten worden omgezet. Niemand weet hoeveel er blijven en hoeveel er verdwijnen.”

Dat zijn bureaucratische belangen, de eigen posities. Niet de belangen van werklozen.

“Je kunt niet zomaar de boel op zijn kop zetten en een chaos laten ontstaan. Er gaat natuurlijk voor het personeel zelf een enorme dreiging van al die veranderingen uit. Bij het GAK moet nog een derde van de werknemers er uit. Dus ik begrijp best dat mensen met argusogen naar dit proces kijken. Het gaat vaak om mensen die er al lang zitten. Die gaan niet een, twee drie naar een andere baan. Dat is best moeilijk.”

Vindt u dat er in Nederland genoeg wordt gedaan aan de bestrijding van fraude in de sociale zekerheid?

“Het is begonnen, er worden meer controleurs ingeschakeld. We zullen de druk op de ketel houden. Fraudebestrijding kan nog wel beter, denk ik. Hier is het de komende jaren een prioriteit en dat is niet voor niets. Mijn vroegere partijleider Hans Wiegel werd in de jaren zeventig verguisd als hij over misbruik begon. Het heeft een hele tijd geduurd voor je erover mocht praten. Die tijd is voorbij. We zijn het er in het algemeen over eens: misbruik kun je gewoon niet tolereren.”