Conflict in kabinet over uitzendwerkers

DEN HAAG, 2 DEC. Binnen het kabinet is een conflict ontstaan tussen de PvdA enerzijds en de VVD en D66 anderzijds over de rechtspositie van uitzendkrachten.

Minister Melkert (PvdA, sociale zaken) wil dat alle uitzendkrachten een vast dienstverband krijgen bij het bureau dat hen uitzendt. De ministers Zalm (VVD, financiën), Wijers (D66, economische zaken) en Sorgdrager (D66, justitie) zijn hier fel tegenstander van. Zij vrezen dat dit de “doodsteek” is voor het uitzendwezen en de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Dit hebben bronnen rond het kabinet gisteren na afloop van de ministerraad bevestigd.

Minister-president Kok kondigde aan dat het kabinet het eens is geworden over de nota 'Flexibilisering en zekerheid' van minister Melkert. Dit stuk zal maandag naar de Tweede Kamer worden gezonden. Melkert wil per se dat zijn nota verschijnt voordat hij zijn begroting, dinsdag, in de Tweede Kamer verdedigt.

Bronnen bij enkele ministeries bevestigen dat op een aantal belangrijke punten nog geen sprake is van overeenstemming en dat beslissingen daarover worden opengehouden totdat sociale partners hierover hebben geadviseerd. Het betreft hier het punt van de uitzendarbeid en de verlenging van de proeftijd van 2 tot 6 maanden. De ministers Wijers, Zalm en Sorgdrager zijn het eens met deze verlenging van de proeftijd, maar niet met de garanties die Melkert wil bedingen voor werknemers.

Melkert wil een opzegtermijn van 2 weken gedurende de proeftijd introduceren en bij opzegging van het dienstverband onder meer de eis van “goed werkgeverschap” stellen. Deze voorwaarden maken het voor werkgevers moeilijk om tijdens de proeftijd van personeel af te komen. De betreffende ministeries wijzen deze beperking van de flexibiliteit af. Op dit moment kunnen werknemers tijdens de proeftijd zonder opgave van reden worden ontslagen. De werkgever hoeft zich daarvoor niet te verantwoorden tegenover de directeur van het arbeidsbureau. Als het aan Melkert ligt komt daar verandering in.

Het meest controversieel ligt echter het voorstel van Melkert om uitzendbureaus te dwingen vanaf het begin uitzendkrachten vast in dienst te nemen. Deze formule staat bekend als 'detachering'.

Pag.15: Melkert wil pensioenrechten en CAO afdwingen

Uitzendkrachten zijn in dienst van het uitzendbureau en worden aan verschillende werkgevers uitgeleend. Het betreft hierbij voornamelijk beter opgeleide arbeidskrachten, die het uitzendbureau makkelijk ergens kan onderbrengen.

Als het aan Melkert ligt krijgen ook laag opgeleide uitzendkrachten dezelfde rechten. Het grootste voordeel voor de uitzendkrachten in deze door Melkert voorgestelde nieuwe opzet is, dat zij loon doorbetaald krijgen, ook als er geen werk voor handen is. Bovendien vallen zij onder een CAO en kunnen pensioenrechten gaan opbouwen. Op dit moment worden uitzendkrachten voor maximaal 6 maanden bij een werkgever te werk gesteld. In de praktijk wordt ook een uitzendtermijn tot een jaar gedoogd. Het uitzendbureau kan de betreffende uitzendkracht telkens voor de duur van de maximale uitzendtermijn bij een andere werkgever te werk stellen. Minister Melkert wil de maximale uitzendtermijn schrappen en vervangen door een vast dienstverband bij het uitzendbureau. De ministers Wijers, Zalm en Sorgdrager zijn het hiermee oneens.

Het kabinet heeft minister Melkert opgedragen een aantal varianten te ontwikkelen die voor advies naar de Sociaal-Economische Raad (SER) worden gestuurd. De ministeries van economische zaken, financiën en justitie gaan ervan uit dat de SER verdeeld zal adviseren. De werkgevers zijn nameljk net als zij fel tegen de door Melkert voorgestelde beperkingen van de flexibilisering. De vakbeweging staat aan de kant van Melkert.

Het kabinet is het wel eens over enkele andere maatregelen. Zo mogen werkgevers in de toekomst een contract voor bepaalde tijd tweemaal verlengen. Als die perioden bij elkaar echter betrekking hebben op meer dan twee jaar, dan is sprake van een vast dienstverband. De ontslagprocedure wordt iets versoepeld. Op dit moment moet een werkgever die van een werknemer afwil eerst een ontslagvergunning aanvragen bij het Arbeidsbureau. Daarna geldt een opzegtermijn, die afhankelijk van de leeftijd van de betreffende werknemer kan oplopen tot 3 maanden. Alles bij elkaar is met een ontslagprocedure al gauw een jaar gemoeid. Melkert wil de aanvrage van de ontslagvergunning en de ingang van de opzegtermijn gelijk op laten lopen, waarmee de werkgever 6 weken tijd wint.