Chinese boeren vernieuwen het fundament van de communistische partij; Democratie op blote voeten

Chinese boeren mogen sinds enkele jaren naar de stembus om hun eigen dorpshoofden te kiezen. Ofschoon de verkiezingen het geloof in de partij lijken te versterken, raken de communisten verdeeld. Sommigen vrezen dat stemrecht voor het platteland het begin van een totale, kapitalistische chaos is. Anderen hopen China zo te bevrijden van slechte bestuurders. Een boerendemocratie in ontwikkeling.

“Het gaat goed met Nandongcun!”, schalt het over het schoolplein van het plattelandsdorpje in de centraalchinese provincie Shaanxi. Het publiek mort. Hier en daar wordt gerocheld. Anderen voeren luidkeels een gesprek. Het dorpshoofd, voor een grote stapel nieuwe dekens, laat zich niet uit het veld slaan. Hij is gewend aan dit soort situaties. Eén handgebaar en het geluid van zijn microfoon gaat harder.

“Jonge mensen moeten respect hebben voor de ouderen. Zij moeten luisteren naar hun ouders. Dorpelingen, keert huiswaarts en vertel het verder. Het gaat goed met Nandongcun.” Guo Jiangyun spreekt, en de bejaarde inwoners van Nandongcun zijn allen aanwezig. Voor zitten de mannen, verweerde koppen, gerafelde vuile kragen, in gewatteerde pakken, grijs, blauw en zwart. Daarachter zitten de vrouwen, in dezelfde kleuren, verkreukelde gezichten, appelwangetjes en ieder met een hoofddoek, kleine handdoekjes los op het hoofd gedrapeerd.

Het is 3 november, de dag van de ouderen, en Guo gebruikt de gelegenheid om zijn achterban vertrouwen in te boezemen. Daarmee is hij ruim op tijd want de verkiezingen zijn pas over vijf maanden. Maar, om met Guo te spreken, de ouderen hebben respect voor de autoriteiten en met een nieuwe deken voor de komende winter en een gratis feestmaaltijd in zijn eigen restaurant komt de boodschap zeker over.

Guo is één van de ruim een miljoen dorpshoofden die gekozen zijn via directe verkiezingen. Sinds 1987 heeft het ministerie van burgerlijke zaken eerst op kleine schaal bij wijze van experiment, en later landelijk, verkiezingen ingevoerd op het platteland van China. Het is een voorzichtige poging een element van keuze in te voeren in China's gesloten politiek systeem.

Maar niet iedereen is een voorstander van de ontwikkeling van plattelandsdemocratie. De communistische partij die het land sinds 1949 regeert is in tweespalt. Sommigen denken dat het land in een totale chaos zal raken wanneer de boeren eigen keuzes mogen maken. Anderen vrezen bourgeois-liberalistische invloeden van boeren die kapitalistisch gaan kiezen.

In dat gepolariseerde klimaat vinden de plannen voor de grassroot level-verkiezingen doorgang en vandaar ook dat ze de steun genieten van zeer uiteenlopende persoonlijkheden om zeer uiteenlopende redenen. Peng Zhen, de 93-jarige voormalige voorzitter van het Nationaal Partij Congres (het Chinese parlement), staat bekend als een voorstander van de verkiezingen omdat hij hoopt daarmee het partijfundament te versterken en te zuiveren van incompetent kader. De dissidente schrijver-journalist Liu Binyan daarentegen, gelooft dat de verkiezingen uiteindelijk zullen leiden tot een meer-partijen stelsel.

Kiezen-uit-de-zee

Dorpshoofd Guo Jiangyun (48) is het om het even. Hij is geen lid van de partij en over democratie heeft hij geen uitgesproken mening. “Het is geen onplezierig gevoel gesteund te worden door het dorp”, zegt Guo, die tijdens de eerste verkiezingen in 1989, op tien stemmen na, de hele bevolking van Nandongcun achter zich kreeg. “Maar vroeg of laat was ik het toch wel geworden; mijn kennis is uniek”, zegt hij zonder blikken of blozen.

Het dorpshoofd ontvangt op de bovenverdieping van zijn restaurant. Voor de gelegenheid heeft hij er een fotograaf bijgehaald die als een schaduw achter Guo aanrent en hem voortdurend, in het bijzijn van zijn gasten, van alle kanten belicht. Aan één van de muren in het donkere vertrek hangt een groot schilderij. Het is een artist impression van een nieuwe woonwijk. 'Nandongcun 2000' staat er boven.

“De helft staat er al”, zegt Guo. “Gebouwd door onze mensen van het geld dat we bij elkaar hebben gelegd.” Binnen vijf jaar moet het af zijn. Dan is het oude dorp met zijn zanderige straten en huizen van gele aangestampte aarde nutteloos geworden. Alle dorpelingen, op dit moment 1880 mensen, wonen dan in moderne wit betegelde flats, op loopafstand van het nieuwe marktplein en openbaar zwembad. Althans dat is de bedoeling. Nu liggen het plein en vier omliggende gebouwen, die al gereed zijn, er nog wat troosteloos bij. Guo legt uit dat het werk de laatste maanden heeft stilgelegen omdat de boeren druk zijn geweest met het binnenhalen van de oogst.

“Ik kon het niet langer aanzien dat ons dorp, geografisch zo gunstig gesitueerd, economisch achterbleef”, zegt Guo. Nandongcun ligt dichtbij de pas geasfalteerde weg naar Xian, de provinciehoofdstad van Shaanxi, driehonderd kilometer richting westen. Via die weg hoopt Guo het kapitaal naar het dorp te lokken. De appartementen zijn volgens Guo geschikt voor kleine bedrijven omdat het er veel goedkoper zou zijn dan in de stad.

Het dorpshoofd lacht tevreden na afloop van zijn betoog. “Kijk, dat is de reden waarom ik zeker weet dat ik herkozen wordt. Ik ben nog altijd boer en samen met mijn kennis van de economie, die ik heb opgedaan in het restaurant, sta ik voor vernieuwing. Ik heb niet de tekortkomingen van het traditionele kader dat doorgaans geen benul heeft van economie.”

“Vroeger was het droevig gesteld met het leidinggevend kader”, zegt Li Xihuang, hoofd burgerzaken van het districtsbestuur in Huayin, op enkele kilometers van Nandongcun. “Toen was er sprake van mensen die niet precies begrepen wat de massa nodig had. Zij functioneerden slecht en bezetten vele jaren achtereen dezelfde posten. Dat is sinds de verkiezingen veranderd.” Volgens Li heeft alle kader in zijn district, met in het totaal 230.000 inwoners, zijn of haar post verkregen omdat zij daartoe gekozen zijn. “Als het volk zijn leiders niet langer wenst, dan liggen ze er binnen drie jaar weer uit.”

Li vertelt dat de dorpelingen het recht hebben naast het dorpshoofd ook een dorpscomité te kiezen. Daartoe maken ze gebruik van de zogenaamde haixuan of 'kiezen uit de zee'-methode. Iedereen krijgt een blanco vel overhandigd waarop de naam van een dorpsgenoot-naar-keuze geschreven moet worden. Na afloop van de geheime stemming worden de namen waarop het meeste is gestemd op een schoolbord geschreven. Het dorpscomité, het dagelijks bestuur van gekozen dorpelingen, besluit wie van de genomineerden kandidaat wordt gesteld voor de volgende kiesronde. Dan pas hebben de eigenlijke verkiezingen plaats en bepalen de dorpelingen tijdens een geheime stemming, aan de hand van een kieslijst, wie zij in het dorpsbestuur wensen te zien.

Volgens Li is het een succesvolle methode. De gemiddelde opkomst is ruim 95 procent; 52 van de 186 dorpshoofden hebben na de eerste verkiezingen zijn of haar positie verloren, een overtuigend bewijs dat het volk “kiest voor het beste”. “De mensen die nu leiding geven worden alleen gekozen op grond van hun prestaties. Daardoor is hun manier van praten veranderd. Ze spreken het vocabulair dat overeenkomt met de denkwereld van het volk”, aldus Li. Volgens het hoofd burgerzaken werkt dat door op de economie, “daarom gaat het de laatste jaren ook zo goed op het platteland.”

“Foute” keuzes worden nooit gemaakt, weet Li te vertellen. “We vertrouwen op de oprechtheid van de mensen. Iedereen kent elkaar, het zijn tenslotte kleine gemeenschappen. Je kiest toch geen criminelen? Daar heb je alleen jezelf mee.”

Strafblad

In Peking, op het ministerie van burgerzaken, dat bekend staat om zijn liberale inslag, kent men echter ook andere verhalen. Wang Zhenyao, adjunct-directeur van het departement voor 'basis bestuur', dat het democratiseringsproces coördineert, vertelt dat tijdens de verkiezingen in de oostelijke kustprovincie Zhejiang een kandidaat met een strafblad in het dorpsbestuur werd gekozen. “Hij was de voormalige partij-secretaris van het dorp en had een aantal jaren daarvoor een man in elkaar geslagen. Zijn straf had hij uitgezeten, maar de autoriteiten ter plaatse vonden het toch niet zo'n goed idee hem als dorpshoofd te installeren.” Het districtsbestuur wist de kandidaat ervan te overtuigen dat hij er verstandig aan deed zich tijdelijk terug te trekken. “Zo vlak na zijn gevangenisstraf was het beter geen publieke functies te vervullen. Maar het volk had hem gekozen op grond van zijn bestuurlijke talenten en in principe was de aanstelling rechtsgeldig. Drie jaar later deed hij weer mee en werd hij alsnog gekozen.”

Wang, zelf een boerenzoon, met een zeer directe en open uitstraling, vertelt dat hij geregeld te doen heeft met bestuurlijk kader dat tegen de invoering van de verkiezingen is. “Ze zeggen meestal bang te zijn voor chaos. 'Het is nu al een chaos, dat lukt toch nooit', is het argument. Of 'de boeren zijn ongeschoold, hoe kunnen ze dan keuzes maken?' Ik vertel hen dan dat ze maar eens bij een aangrenzend district moeten gaan kijken, dan raken ze vanzelf overtuigd.”

Uiteindelijk gaan de meeste tegenstanders wel om, maar dat resulteert volgens Wang doorgaans in hun volledige nederlaag. “De reden dat zij tegen zijn, heeft meestal te maken met het feit dat ze niet goed liggen bij de bevolking. De verkiezingen zijn ongenadig. Beval je niet dan verdwijn je.”

Dat op die manier ook veel partijkader verdwijnt is volgens Wang geen enkel bezwaar. Landelijk is sinds 1987 zo'n 40 procent van het communistische kader vervangen door niet-communisten. “Sommige academici uit het Westen zijn van mening dat het democratiseringsproces in de dorpen de doodsklok is voor de communistische partij. Dat is niet waar. Integendeel zelfs, de partij wordt gezuiverd van slechte bestuurders en aangevuld met jong en fris talent.”

Tractor

Terug in Shaanxi, op het platteland van Huayin, laten de boeren zich gemakkelijk overtuigen door de partij. De verkiezingen lijken hier het geloof in de partij te versterken. Waar de communisten in de stad hun basis zien afkalven, omdat steeds meer stedelingen hun geld zelf verdienen en niet begrijpen waarom zij de partij daarvoor dankbaar zouden moeten zijn, is op het centraalchinese platteland de steun voor de partij nog altijd aanzienlijk. De boeren, aan het begin van een periode van relatieve rijkdom, zijn de partij dankbaar voor de economische en politieke liberalisering van de laatste jaren.

“Ik heb nu veel meer vrijheid”, zegt een 43-jarige boerin, terwijl ze gedroogde maïs van een kolf pulkt. “Vroeger, toen de communes nog bestonden, moesten we alles afstaan. Nu is een groot gedeelte van de oogst van ons en verkoop ik mijn produkten op de vrije markt.” Tegen de muren van haar zandstenen huis staan grote aardewerken potten, tot de rand gevuld met graan. Het is de laatste oogst, en het graan dekt het levensonderhoud voor de komende winter. De boerin legt uit dat het wachten is op een goede prijs, dan pas worden de potten geleegd.

Een lichtend voorbeeld van de economische vooruitgang op het platteland rond Huayin is Gong Mengxiao. Hij is de enige boer langs de modderige dorpsstraat van Xinyaocun, op twee uur rijden van Huayin, met een bakstenen huis. Het witbetegelde voorportaal van zijn huis is het overtuigende en voor iedereen zichtbare bewijs van Gongs succes. De veertigjarige boer zakt neer op zijn hurken en rolt een sigaretje.

“Het land moedigt de boeren aan hun talenten te gebruiken,” zegt hij, terwijl hij zijn krantenpapieren shagje aansteekt. “Ik heb een paar goede oogsten gehad, en van het geld dat ik daaraan heb overgehouden heb ik een tractor gekocht.” Gong wijst op de driewieler met laadbak voor zijn huis. In het dorp, met 1500 inwoners, zijn maar twintig tractoren. “In het begin gebruikte ik de tractor alleen voor mijzelf.” Na enkele maanden echter, besloot Gong een andere graansoort te gaan verbouwen, waardoor hij eerder dan de andere boeren zijn oogst binnen had. Op die manier kon Gong op het moment dat zijn dorpsgenoten aan de oogst begonnen, zijn tractor verhuren. Daarvan is hij rijk geworden.

Hoeveel hij precies verdient, wil Gong liever niet zeggen, maar een rondgang door zijn huis zegt genoeg. De kamers zijn sober maar groot en gevuld met nieuwe meubels. Zijn drie kinderen hebben allen een eigen kamer en voor hemzelf en zijn vrouw is hij bezig met een nieuw slaapvertrek in het voorportaal van het huis. Het blank houten bed en het wandmeubel heeft Gong al gemaakt, maar, aldus de boer, ze ontberen nog een laagje verf. Het aangrenzende betegelde hurktoilet, de grote trots van Gong, is al af.

In Xinyaocun zijn de verschillen in materiële welvaart groot. En hoewel er niet echt sprake is van armoede, is het duidelijk dat de meeste dorpelingen het aanzienlijk minder goed voor elkaar hebben dan Gong Mengxiao.

Bij de buurman van Gong wordt juist gegeten. De 32-jarige boer en zijn twee kinderen eten mantou (deegbroodjes) en rijstsoep. Dat is de dagelijkse kost en veel meer kan het gezin zich niet veroorloven. Jaarlijks verdient de boer met de verkoop van zijn graanoogst zo'n vierhonderd gulden. Maar dit jaar zal dat aanzienlijk minder worden, vertelt hij, want het heeft weken achtereen niet geregend in Xinyaocun en de oogst is tegengevallen.

Toch is ook deze boer redelijk optimistisch over de toekomst. Hij vertrouwt erop dat het hem in een paar jaar tijd beter zal gaan. De bakstenen voor het nieuwe huis dat hij dan wil bouwen, heeft hij al op zijn erf opgeslagen. Het wachten is op voldoende geld voor de aankoop van hout en specie. “Mijn kinderen gaan naar school, over een poosje bouw ik een nieuw huis en als het weer een handje meehelpt, haal ik goede oogsten binnen”, zegt hij zonder veel enthousiasme.

“Geduld, geduld”, zegt dorpshoofd Kong Zhongxue. “Het is allemaal een kwestie van geduld, want het wordt ieder jaar beter hier in Xinyaocun.” Kong is een man met initiatieven. Toen hij in 1987 door de partij werd aangewezen als dorpshoofd was het een chaos in Xinyaocun. “Nadat het land hier in de jaren vijftig door een overstroming onbruikbaar werd, is het dertig jaar lang onbewoond geweest, toen de bewoners in 1986 weer terugkeerden was niets geregeld. De mensen kenden elkaar niet, hadden geen vertrouwen in de zaak en zonder een gezamenlijke aanpak kwam niets van de grond.” Kong besloot dat er iets gebeuren moest en organiseerde eigenhandig verkiezingen. “Ik dacht, als de mensen kunnen kiezen, dan ontstaat er vanzelf vertrouwen in de gemeenschap. En zo is het ook gegaan.” Kong werd door middel van handopsteking gekozen en toen in 1990 de officiële verkiezingen werden geïntroduceerd behaalde hij 780 van de 820 stemmen. Dat getal staat feilloos in zijn geheugen gegrift en is voor het dorpshoofd hét bewijs dat de bevolking van Xinyaocun in hem gelooft.

“Het belangrijkste is dat de inwoners in dit dorp zo snel mogelijk rijk worden”, zegt Kong. Dat is geen moeilijke opgave, weet Kong te vertellen, maar wel een kwestie van geduld. “We moeten ervoor zorgen dat de opbrengst per mu (0,0667 hectare) toeneemt. Vijf jaar geleden bracht één mu vijftig kilo op, nu, met behulp van nieuwe landbouwtechnieken is dat ruim 300 kilo. Van het extra geld dat we daarmee verdienen kunnen we investeren.”

Op die manier heeft het dorp een weg aangelegd, stromend water gekregen en een school gebouwd. Kong: “Die weg was een voorstel van vijftien families. Met elkaar hebben we toen besloten dat iedereen vijftig yuan (tien gulden) moest inleggen en verplicht was mee te bouwen. Zo hebben we toegang tot de buitenwereld gekregen.”

Fruit op sap

Het dorpshoofd vertelt dat, wanneer tien families een voorstel indienen - iedere familie heeft een vertegenwoordiger in het plaatselijke volkscongres -, het volkscomité (van gekozen dorpelingen) vervolgens het idee in overweging dient te nemen. Doorgaans wordt het voorstel dan aangenomen en ten uitvoer gebracht.

Kong heeft grote plannen met zijn dorp. Nu de weg is aangelegd wordt het volgens hem ook lucratief plattelandsbedrijven op te zetten. Kong denkt aan een 'fruit op sap'-fabriek. “De plattelandsindustrie is de hoop voor de toekomst”, praat Kong een slogan op de buitenmuur van de vergaderruimte van het volkscomité na. “Over een paar jaar staan hier tien bedrijven”, zegt hij. Maar waar haalt hij de expertise vandaan? Boeren worden niet van de één op de andere dag fabrieksarbeider of ondernemer.

Maar ook daar heeft Kong over nagedacht. “We beginnen eenvoudig. Voor een fruit op sap-fabriek heb je niet veel kennis nodig, bovendien hebben we in Xinyaocun veel getalenteerde mensen.” Voor een leegloop van plattelandarbeiders is hij niet bang. “Er zullen altijd voldoende boeren overblijven. Sommige mensen doen het nu eenmaal beter op het platteland dan in een fabriek. Bovendien, boeren zijn noodzakelijk voor China. Daarom moeten wij hun levensstandaard verhogen, anders zullen ze uiteindelijk allemaal naar de stad vluchten of bij plattelandsbedrijven gaan werken. We mogen het belang van de boeren nooit uit het oog verliezen.”

In de zuidelijke provincies van China, waar economische en democratische hervormingen in een vergevorderd stadium zijn, is duidelijk te zien welke kant het op kan gaan op het Chinese platteland. Daar bestaan inmiddels vele plattelandsondernemingen en verdienen de boeren niet zelden een relatief hoog inkomen van tussen de twee en de vierduizend gulden per jaar.

Dat heeft ook zijn doorwerking op de plattelandspolitiek. De verkiezingen die op sommige plaatsen in het zuiden al voor de derde keer zijn gehouden, boezemen zichtbaar vertrouwen in bij de bevolking. In tegenstelling tot het noorden van China, waar gelijksoortige ontwikkelingen zich nog in een beginstadium bevinden, hebben de boeren in het zuiden inmiddels begrepen dat het maken van een 'juiste' keuze verandering kan betekenen. Daar voeren sommige kandidaten voorafgaand aan de verkiezingen ook campagne. Ze maken posters of gaan 's avonds op huisbezoek bij dorpsgenoten om hen uit te leggen dat de 'juiste' keuze verschil maakt.

Volgens een gerenommeerde politicoloog op het Chinese instituut voor sociale wetenschappen in Peking, is de steun voor de communistische partij op het platteland in het zuiden ook veel minder groot dan in het noorden en het centrum van China. “In het zuiden zijn de magen al langer gevuld dan in het noorden, de mensen denken daar inmiddels na over politiek en economie. Het zou kunnen dat die gedachten op den duur niet meer overeenkomen met hetgeen de communistische partij zou willen horen”, aldus de politicoloog die anoniem wil blijven.

Tong Zhipeng, ambtenaar in dienst van het provinciebestuur van Shaanxi en belast met de coordinatie van de plattelandsverkiezingen in zijn provincie, gelooft heilig in de alleenheerschappij van de communistische partij. Tong, die regelmatig op het platteland verkeert, krijgt een brok in zijn keel als hij over het boerenleven praat. “Ik verlang nog altijd naar het platteland, mijn ouders zijn boeren, dus ik weet wat het is.” Daarom weet Tong ook dat er maar één partij is die China kan leiden. “China is een land van boeren, de communistische partij is een forum van boeren, zij kunnen niet zonder elkaar - de verkiezingen zullen dat bevestigen!”