Broeikas

DE VERHOGING VAN de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer gedurende de afgelopen decennia is mede het gevolg van menselijk handelen. Het is niet langer waarschijnlijk dat de temperatuurstijging uitsluitend een natuurlijke oorzaak heeft.

Met deze behoedzaam geformuleerde, maar stellige conclusie van het Intergouvernementele forum over klimaatverandering (IPCC), dat afgelopen week op een speciale conferentie in Madrid bijeenkwam, is een einde gekomen aan een periode van officiële onzekerheid. Tot dusverre wilde het IPCC, de VN-organisatie bestaande uit klimaatonderzoekers en regeringsdelegaties uit 96 landen, zich niet uitspreken over de vraag of het zogeheten 'versterkte broeikaseffect' werd veroorzaakt door menselijk ingrijpen of dat de temperatuurverhoging het gevolg is van toevallige variaties of natuurlijke oorzaken. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er een einde is gekomen aan dit wetenschappelijk debat - wetenschappelijke discussies worden niet met hand ophouden beslecht. Volledige consensus komt zelden voor in de wetenschap.

De conclusies in Madrid hebben dan ook geen wetenschappelijke betekenis, maar uitsluitend een politieke. Geen enkele regeringsleider kan nu nog langer het broeikaseffect wegwuiven als een verzinsel van enkele verhitte onderzoekers; het is officieel vastgesteld door deskundigen die door de deelnemende landen zelf zijn afgevaardigd.

OVER DE GEVOLGEN van het versterkte broeikaseffect bestaat overigens nog weinig zekerheid. Dat de zeespiegel zal stijgen lijkt waarschijnlijk - vooralsnog niet zozeer door het smelten van de poolkappen als wel door thermische uitzetting van het zeewater. Wanneer deze stijging maar lang genoeg aanhoudt, is het onvermijdelijk dat belangrijke landbouwgebieden, die voornamelijk in lage delta's zijn gelegen, verloren gaan. Ook enkele laaggelegen bevolkingsgebieden, waaronder Nederland, zullen in de problemen komen. Sommige landen, zoals de kleine atol-staatjes in de Stille en Indische oceaan, zullen zelfs volledig verdwijnen. Daarnaast is het waarschijnlijk dat er een globale verschuiving van klimaten zal optreden. Een verwoestijning van mediterrane gebieden behoort tot de mogelijkheden, terwijl het barre noorden wat minder guur wordt. Het ligt voor de hand dat verschillende landen anders oordelen over de veranderingen die ons te wachten staan. Vooral in kwetsbare landbouwgebieden, zoals het middenwesten van de Verenigde Staten, vreest men de verwoestijning. In Rusland daarentegen wordt er opgewekter tegen een klimaatverandering aangekeken. Maar veel zekerheid over de regionale klimaten bestaat er niet: veranderingen van de Golfstroom of van andere belangrijke zeestromingen kunnen het huidige klimaatpatroon volledig in de war sturen. Door een afbuiging of verzwakking van de Golfstroom kan het klimaat in Europa zelfs kouder worden. Het is daarom voor de verschillende landen nog veel te vroeg om hun belangen te bepalen bij het al dan niet beëindigen van het versterkte broeikaseffect. Globaal kan men echter stellen dat de huidige bevolkingsverdeling over de aarde is aangepast aan het huidige klimaat. Belangrijke veranderingen hebben grote geografische en demografische consequenties, die in de toekomst tot politieke spanningen kunnen leiden.

IS HET MOGELIJK de 'antropogene opwarming', zoals het broeikaseffect nu al genoemd wordt, te vermijden? Daarvoor is het al enige tijd te laat. De verhoging van het CO-gehalte in de atmosfeer valt niet meer terug te draaien. En dit broeikasgas wordt maar uiterst langzaam door de oceanen, door geologische processen en door plantengroei weggenomen. Wel kan men de uitstoot verder zoveel mogelijk beperken. Ook kan op korte termijn een einde worden gemaakt aan de lozing van de andere broeikasgassen, zoals methaan, lachgas en chloor-fluor-koolwaterstoffen (cfk's). Met dit laatste is al een begin gemaakt, omdat cfk's ook als oorzaak worden gezien van de afbraak van de ozonlaag.

Of de politieke wil tot dergelijke maatregelen bestaat mag ten zeerste betwijfeld worden. Snel expanderende economieën als die van China en India zijn grotendeels gebaseerd op steenkool. Zij zullen niet zonder compensatie bereid zijn van die economische groei af te zien om eventuele theoretische klimaatveranderingen te voorkomen. De zelfbeperking die het Westen zich bij de CO-uitstoot voorneemt, heeft in dit licht bezien slechts een symboolfunctie. Dat paar procent vermindering of zelfs stabilisatie nergens wordt gehaald, zegt al genoeg.