Brandweervrouwen: macho-cultuur valt mee

Het aantal vrouwen bij de brandweer in Nederland is de afgelopen vijf jaar verdriedubbeld, zo bleek deze week. Een vrouwelijke commandant ontbreekt nog, hoewel de brandweervrouwen zelf zeggen er klaar voor te zijn.

ROTTERDAM, 2 DEC. “Elke keer als de claxon gaat, spuit de adrenaline door mijn aderen. Je weet nooit wat je nu weer te wachten staat. En dat maakt het zo spannend.” Het zit in haar bloed. Als dochter van een brandweerman maakte T. Remeeus al vroeg kennis met het vak. Nu rukt de 22-jarige Rotterdamse zelf uit bij branden en calamiteiten.

Vijf jaar geleden trad de eerste vrouw aan bij de Rotterdamse brandweer. Inmiddels telt het korps vijf brandweervrouwen, waaronder een officier. Steeds meer vrouwen kiezen voor een loopbaan bij de brandweer. De afgelopen vijf jaar verdriedubbelde landelijk het aantal vrouwelijke brandweerlieden. Waren er in 1990 nog maar 144 brandweervrouwen, dit jaar werken er 441 vrouwen bij de korpsen, waarvan 345 vrijwilligers en 96 beroepskrachten. Dit blijkt uit een onderzoek van het ministerie van binnenlandse zaken dat deze week werd gepresenteerd. In totaal werken er in Nederland bij de brandweer zo'n 26.500 mensen, waarvan een kleine vierduizend in vaste dienst.

Hoewel de brandweer altijd een mannenbolwerk is geweest, vindt Remeeus het wel meevallen met de toegedichte 'macho-cultuur'. “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik me moet bewijzen.” Ook A. van Daalen, die tweeëneenhalf jaar geleden als officier bij het Rotterdamse korps aantrad, heeft zich altijd thuisgevoeld op de kazerne. Wel gelooft ze dat met de komst van meer vrouwen bij de brandweer de mannencultuur aan het veranderen is.

“Vrouwen gaan nu eenmaal anders met emoties om dan mannen. Dat heeft soms voordelen. Wanneer iemand bekneld is geraakt bij een ongeluk, kan een vrouwelijke collega het slachtoffer door veel te praten misschien beter geruststellen. Zelf ben je vooral aangewezen op de ploeg. Na afloop neem je een kop koffie en wissel je ervaringen uit.”

Ondanks de forse toename van het aantal vrouwen bij de brandweer, maken ze nog maar twee procent uit van het totale brandweerpersoneel. Ook loopt het aantal vrouwelijke brandweerlieden bij de verschillende korpsen sterk uiteen. Zo heeft Zutphen relatief de meeste vrouwen in dienst. Hier vormen de 13 brandweervrouwen bijna een kwart van het personeel. Het Amsterdamse korps daarentegen heeft maar twee brandweervrouwen op een personeelsbestand van 580 mensen.

De ongelijkheid is het gevolg van de selectie-eisen die per korps verschillen. Hoewel er landelijke richtlijnen zijn opgesteld, mogen de korpsen die eisen naar eigen inzicht aanpassen. Zo heeft de hoofdstedelijke brandweer volgens een woordvoerder een sportkeuring die veel zwaarder is dan bij de meeste andere korpsen. “Het klopt dat veel vrouwelijke sollicitanten daardoor afvallen. Maar wij achten die eisen noodzakelijk.” De Amsterdamse brandweer begint volgend jaar met een cursus die sollicitanten moet voorbereiden op de selectie.

De korpsen regelen zelf hun personeelsbeleid omdat brandweermensen in dienst zijn van de gemeente. Wel heeft het ministerie van binnenlandse zaken een beleidsambtenaar aangesteld die de korpsen moet helpen bij het werven van vrouwen. Zo bracht het departement onder andere een handleiding uit voor korpsleiders die voor het eerst met vrouwelijke brandbestrijders te maken krijgen. Daarin staan adviezen over bijvoorbeeld seksuele intimidatie, maar ook praktische zaken zoals de aanschaf van kleinere maten brandweerpakken.

Deze week kwamen zo'n 160 brandweervrouwen op een symposium in Maarssen bijeen. Daar spraken ze onder meer over het opzetten van een 'netwerk' en zwangerschapsregelingen. Dergelijke regelingen zijn voor veel korpsen een onbekend gegeven, zo ondervond J. Pronk. Als vrijwilligster draait ze normaal drie keer in de maand een dienst op de Zoetermeerse brandweerkazerne. Daarnaast heeft ze regelmatig 'pieper-dienst' en doet ze eens in de twee weken mee met een oefening. Als de baby geboren is, wil Pronk direct weer aan de slag. “Het is belangrijk dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen bij de brandweer. Uiteindelijk zijn we allemaal op elkaar aangewezen en dan mag er geen twijfel bestaan over de capaciteiten.”

Ook bij de officiersopleiding in Arnhem melden zich steeds vaker vrouwen aan. Op dit moment heeft Nederland nog geen vrouwelijke brandweercommandant en een woordvoerder van Binnenlandse Zaken denkt dat het nog enige jaren zal duren voordat de eerste zal aantreden. “In de eerste plaatst zijn er nog te weinig officieren. Daarnaast is de cultuur binnen de brandweer nog niet rijp voor een vrouwelijke commandant.”

Van Daalen is het niet met de woordvoerder eens. Ze kent een aantal vrouwelijke collega's die sterke ambities hebben om commandant te worden. Zelf wil ze in de toekomst wel de leiding van een korps op zich nemen. “Misschien niet direct bij een groot korps. Maar ik denk niet dat het lang zal duren voordat de eerste vrouw de leiding overneemt.”