Bolland

Ger Groot vraagt zich in de boekenbijlage van 25 november bij zijn recensie van Bolland, een biografie van Willem Otterspeer af, waaraan Bolland zijn succes te danken heeft.

De vraag is ironisch als met dat succes zou worden bedoeld, dat Bolland zoveel lieden wist te bedwelmen en te begoochelen. De vraag wordt interessant wanneer deze slaat op Bollands succes anderen door de bombast heen te doen kijken. Daardoor richtten zij zich serieus op zijn filosofie en verschaften zich een weids perspectief op hun eigen filosofie-beoefening. Het ging hier om een gezelschap van niet de minsten, onder wie B.M. Telders, de Leidse hoogleraar volkenrecht.

Het antwoord is dan: omdat het Bolland, zoals Ger Groot terecht opmerkt, om iets wezenlijks was te doen en wel denken over de werkelijkheid. Daardoor werd hij zich er onder meer van bewust, dat wat men denkt niet 'klaar ligt', maar in fases wordt bereikt. Dit bewustzijn heeft hij niet aan Hegel ontleend, maar ontstond na jarenlange bestudering van de werken van vele filosofen en ten slotte door bestudering van Hegels filosofie. Het begrip voor de gedachte dat men wat men denkt al denkende voortbrengt vereist grote inspanning, die men zich wel of niet kan getroosten; in het dagelijkse leven kan men er eigenlijk buiten. Maar, doordat de biograaf, zoals Ger Groot opmerkt, “het waarschijnlijk in het geval van Bolland niet interessant en misschien niet eens relevant genoeg vond”, “blijft wat de man filosofisch dreef in de biografie een dode letter”.

Naast de beschrijving van de persoon Bolland bevat de biografie overigens een interessante documentatie over de beweging in de wereld van de filosofie in die dagen. Dit verschaft een goed inzicht in de animositeit tussen de verschillende personen uit die wereld. Ook hier blijkt dat de filosoof niets menselijks vreemd is.