Word wakker kleintje

Het is half drie 's nachts in de bouzouki-tent. Aan de diverse tafels is men wat moe van urenlang dansen, vooral na de laatste, uitputtende en razendsnelle chasaposèrviko. Straks begint het allemaal weer opnieuw, maar nu is het tijd voor een groot meezinglied, een liefdeslied: Ik heb je lief / want je bent mooi / ik heb je lief / want je bent jij / ik heb lief / heel de wereld / want jij hoort erbij / het venster dicht / het venster gesloten / open het aan een kant / zodat ik je beeld zie / ik heb je lief, etc.

Het is een bondig lied van haast soefische kracht, maar de uitvoering vergt veel tijd want in het midden komt een wonderschone bouzouki-solo. Eigenlijk moet die worden uitgevoerd op de sandouri, een uit Perzië afkomstige cymbaal die met hamertjes wordt bespeeld. Aristidis Moschos heeft dit instrument, dat de vroegste rebètika begeleidde, in Griekenland teruggebracht en de mooiste vertolking die ik van het lied heb gehoord was die van hem en acht leerlingen, allemaal aan een eigen sandouri.

Het was ook Moschos die dit lied heeft teruggevonden, dat waarschijnlijk in Smyrna in het begin van deze eeuw is geboren. Het is een zogenaamd adèspoto, met andere woorden er is geen componist (despoot, meester) van bekend. Loslopende honden heten hier ook adèspota. Tot de adèspota behoren de mooiste liederen, zoals 'Als ik dood ga op het schip, wat zullen ze zeggen', prachtig gezongen door Sotiria Bellou - die deze week een uur uit het ziekenhuis mocht om de kliniek te bezoeken waar Andreas Papandreou wordt verpleegd - en 'De kinderen van je buurt plagen mij', teruggevonden door de rebètis Kostas Roukounas, bijgenaamd de Kleine Samioot.

Een andere verliefde serenade die geschikt is wat rust te brengen in een bouzouki-nacht heet 'Mineur van de Dageraad'. Hiervan wordt wèl een despoot genoemd, twee namen zelfs. Een zekere Chalkiàs moet de melodie in de Verenigde Staten hebben bedacht, waarna de Atheense rebètis Peristèris er in 1932 een lied van maakte. Ook hier het talloze malen bezongen dichte venster, met de wachtende en wakende man buiten, doorgaans in de regen: Word wakker kleintje / en luister naar een minore van de dageraad/voor jou is het geschreven / vanuit het snikken ener ziel / open je venster / werp me een lieve blik toe / en laat me dan maar doven m'n kleintje / in een hoek voor je huis.

De man die niet of nauwelijks aan zijn trekken komt, een steeds terugkerend motief. Er zijn daarentegen in de Griekse liederenvoorraad prachtige liederen van de totaal verzadigde vrouw, maar de meeste zijn van na de rebètika. ìì

Rena Koumioti is een andere zangeres die met haar vibratieloze stem deze totaliteit kan laten klinken. We horen niet meer zoveel van haar, maar ergens in een Atheense nachtclub zingt ze deze winter met Mimis Plessas aan de piano, de componist van de meer genoemde elpee 'O dromos' waarvan ook dit lied is, op tekst weer van een man, Lefteris Papadopulos: Als een zwaluwtje op mijn balkon / ben je teruggekeerd naar je eerste nest / je bent op mijn laken gaan liggen / zodat de kamer zich met vogels vulde / het water stroomt langs je lichaam / en daarna langs het mijne / geef me m'n jongen je mond / dat ik verdrink in je diepe kus / mijn leven begint in jouw handen / ook gisteren was ik ongeboren / neem me, m'n jongen, in je armen / en doe maar met me wat je wilt.

Kan een man zich ook zo overgeven aan een vrouw? De jong gestorven componist Manos Luïzos heeft in die trant liederen geschreven, maar zij horen niet meer thuis in de wereld van de bouzouki. Dit zijn liederen van de Neo Kyma, de Nieuwe Golf, die in de jaren zestig opkwam, en zij worden gezongen in de intieme (daar hebben de Grieken overigens geen woord voor) sfeer van de boîte. Een instelling die ook alweer aan het uitsterven is helaas.

De begeleiding wordt gevormd door een gitaar, soms een piano, en als er aan een tafeltje wordt gekletst is de betovering verbroken (waarom komen de Grieken niet vaker met sssst?). De woorden van dit lied kunnen ook van een vrouw zijn, maar doordat na de componist-tekstschrijver steeds mannen het hebben gezongen, komen ze nu over als erotiek van de man: Ik volg je / ik glij in je zak / als een muntstukje zo klein / ik volg je en ik weet dat ik pas / in het plooitje dat je op je hals hebt / kom, hou me vast en leid me / in je magische diepte / neem me mee in je diepe kus / laat me niet alleen, verloren / ik volg je en kleef op je / als een zomerhemdje / ik volg je, raak je aan en lijd pijn/ik sluit mijn ogen en volg je.