Windkracht 10

Kunstvereniging Diepenheim, Grotestraat 17, Diepenheim. Ma t/m vr 10.30-16.30u, za 14-16.30 en zo 12-16.30u. T/m 10 dec. Prijzen ƒ 400,- tot ƒ 4.000,-.

Kunstacademies timmeren steeds nadrukkelijker aan de weg met hun jaarlijkse tentoonstellingen en catalogi van afgestudeerden. Het mes snijdt aan twee kanten: de studenten krijgen de gelegenheid om hun werk te presenteren en de academie kan zo haar bestaansrecht bewijzen. Na de talentenjacht van galeriehouders en andere professioneel geïnteresseerden volgen in de herfst meestal de eerste solo- en groepstentoonstellingen van de nieuwe oogst, zoals onlangs Start in twee Amsterdamse galeries en nu ook in de Kunstvereniging in het Overijsselse Diepenheim. Hier geven tien beeldhouwers die in 1995 afstudeerden aan de AKI, de academie in Enschede, acte de présence. Windkracht 10 is de tweede expositie van afgestudeerden van de AKI die de Kunstvereniging organiseert; de eerste, getiteld Oostenwind, vond in 1993 plaats.

Ook al is het beslist geen sinecure om een bestaan als beeldend kunstenaar op te bouwen, toch is het Nederlandse klimaat in het algemeen niet ongunstig. Uit angst om iets belangrijks te missen, wordt ontluikend talent met welwillende aandacht begroet. Zo blijkt niet alleen uit deze tentoonstellingen, maar ook uit de ruim zeventig startstipendia die het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst jaarlijks toekent.

Ondanks, of misschien juist dankzij, deze zorg is het in Diepenheim een vrij matte bedoening. Elke deelnemer toont twee tot vier werken; van sommigen zijn ook collages en foto's te zien. Een aantal leunt nog zichtbaar op grote voorbeelden als Bruce Nauman en Anish Kapoor, anderen komen niet verder dan een soort vormoefeningen, bijvoorbeeld met een stoel als uitgangspunt. Verder zijn er veel objecten vervaardigd van ongewone materialen, zoals een gammel fietsmandje in geel schuimrubber, een wankele stellingkast gemaakt van een soort piepschuim en een elektrische zaag met het zoete roze-gele uiterlijk van een spekkie. En ook de onvermijdelijke afgietsels van gezichten en huisraad in slap latexrubber ontbreken niet.

Deze beschrijving is misschien tè negatief en het oordeel voorbarig: elke jonge kunstenaar leert immers door imitatie en oefening en deze beeldhouwers staan pas aan het begin. Toch blijft het gebrek aan intensiteit en durf die uit deze tentoonstelling spreekt, opvallend. In plaats van zich te concentreren op het bepalen van een persoonlijk standpunt, op het vormen van eigen ideeën, lijken vooral de recente ontwikkelingen in de kunstwereld voor de deelnemers maatgevend. Als er werkelijk een flinke tegenwind opsteekt zullen, vrees ik, maar weinigen zich kunnen handhaven.

    • Din Pieters