VN'ers verliezen ook laatste wedstrijd

SARAJEVO, 1 DEC. De VN-vredesmacht trekt zich terug. De Bosniërs juichen: “Kom op. Maak ze in!” In hun rood-blauw-oranje pakjes rennen de Bosnische spelers over het veld. Hun snelle passes zijn onbereikbaar voor de soldaten van UNPROFOR. Daar wiekt de rugbybal weer over de lat: 4-0 voor de club uit het Bosnische Zenica. “Het is de laatste keer dat UNPROFOR een spel met ons speelt”, zegt de jonge soldaat op de tribune tevreden.

Weer eens wat anders. Maar erg veel enthousiasme leefde er deze week niet onder de ongeveer duizend bezoekers in het Olympisch stadion van Sarajevo. Om twee uur precies zou woensdag de rugbywedstijd beginnen. Aan de ene kant de Bosnische club uit Zenica, en aan de andere een voornamelijk Frans team van UNPROFOR-soldaten. Geen dikke schouderbeschermers of helmen, gewoon in T-shirt en korte broek treden beide partijen op het veld aan. “Nu UNPROFOR na het vredesakkoord zal verdwijnen, willen we een laatste vriendschappelijke wedstrijd spelen met de mensen die hier vier jaar met ons hebben geleefd”, zegt de Bosnische speaker plechtig. Hij heft zijn vlag. Het spel kan beginnen.

Uit het publiek geamuseerd gegrinnik. Het geworstel en geduw van die mannen in hun korte broekjes wekt niet veel meer op dan hilariteit. Een groepje Bosnische soldaten zit te roken. “Die blauwhelmen vechten niet”, zegt een jonge soldaat, wanneer de Bosnische ploeg de VN weer eens de bal heeft ontfutseld. “Zoals altijd”, zegt zijn maat en klopt een nieuwe sigaret uit zijn pakje. Verderop zitten een paar meisjes bij elkaar. Met hun rug naar de wedstrijd nemen ze het leven door.

De sfeer in het stadion weerspiegelt de manier hoe de inwoners van Sarajevo in de afgelopen vier jaar de VN-vredessoldaten zijn gaan bekijken. Niet vijandig, niet vriendschappelijk, maar totaal onverschillig. “Ik geloof dat ik in al die jaren nooit zoveel over UNPROFOR heb gepraat als nu”, zei Alma (28) bij een kopje koffie voor de wedstrijd. Met haar vriendinnen zaten we achter de gebarsten ruiten van een bar. De kopjes rinkelden op tafel toen er weer een witte VN-tank met veel te hoge snelheid door de straat denderde. “Dit is dus wat we van hen zien”, hadden de vrouwen gewezen. Geen van hen had ooit enig contact met een VN-soldaat gehad. “Ze zitten in hun eigen kazernes, hun eigen wereld. Ze hebben geen idee hoe we leven.” Ook toen UNPROFOR besloot de burgers van Sarajevo dekking te geven bij het oversteken van gevaarlijke punten in de stad was er geen sprake van contact. “Ze waren arrogant en onbeschoft.” Als er gewonden vielen door sluipschuttersvuur waren het nooit de VN-soldaten die met hun tanks kwamen helpen.

Zo kwamen er steeds meer verhalen los. Over de zwarte handel van de Oekraïeners. De prostitutie met de Fransen. Vooral in de donkere dagen van 1993 verkochten veel vrouwen en meisjes zich aan VN-soldaten, in ruil voor voedsel, of de vage belofte de stad uit te worden geholpen. Deze praktijk heeft diepe littekens achtergelaten, in een samenleving waar vrouwen die hun reputatie verliezen uit de gemeenschap worden gestoten. “Toen ik hoorde dat ze al met twee andere mannen was uitgeweest, heb ik het uitgemaakt”, vertelde een verliefde soldaat onlangs. Ze was met anderen uit drinken gegaan. Voor hem was er maar één conclusie: “Ze is een hoer.”

Op het veld is de score inmiddels opgelopen tot 8-0 voor de Bosniërs. Een beetje bedrukt staan de Franse toeschouwers erbij, samengepakt op de voorste rijen. Ook hier in het stadion duurt de apartheid tussen UNPROFOR en bevolking voort. “Nee, ik heb er nooit eentje gesproken”, antwoordt een Franse parachutist op de vraag wat de Bosniërs volgens hem van zijn VN-macht denken. “Maar ik geloof dat ze ons niet mogen.” Veel kan het hem trouwens niet schelen: 'Le boulot c'est le boulot', werk is werk. “Allez Lou lou”, moedigt hij zijn club aan.

Even lijkt het te helpen. UNPROFOR gaat in de aanval en scoort. Op dat moment ontstaat op het veld een vechtpartij. Een oude opa op de tribune heft zijn armen omhoog. “Het zou beter zijn geweest als ze vier jaar lang dit hadden gedaan, in plaats van oorlog voeren.” Op elke knie heeft hij een bleek kleinkind. Heeft hij meer vertrouwen in de IFOR, de internationale vredesmacht van de NAVO die straks de blauwhelmen zal vervangen? De man haalt zijn schouders op. “Nu is het de VN, straks is het de NAVO die met ons speelt.”

Enes Terzic is de manager van het Olympisch centrum in Sarajevo, en tevens directeur generaal bij het ministerie van sociale zaken. Hij laakt de 'weinig energieke manier' waarop de internationale gemeenschap is opgetreden. “Weet u hoeveel VN-voertuigen er zijn gestolen. Hoeveel wapens en hoogwaardige communicatie-apparatuur? Waarom reageerde UNPROFOR nooit? Zelfs niet als hun eigen soldaten werden gegijzeld en beschoten?” Zijn bitterheid is die van velen. Vier jaar lang opgesloten in een 'veilig' gebied dat alles behalve veilig was, onbeschermd door degenen die zouden moeten beschermen.

Zoals steeds komt de discussie op de val van Srebrenica. “Misschien konden de Nederlanders militair weinig uitrichten. Maar ze konden toch ten minste weigeren méé te werken aan de deportatie van zoveel mensen? Wisten ze dan echt niet wat de Serviërs met de mannen zouden doen?” Bosnië accepteert het vredesplan van Dayton, zegt Terzic. “Maar vergeef ons als we bepaalde misdaden niet zullen vergeten. Ooit zei de wereld: nooit meer. En de wereld heeft zich daar niet aan gehouden.”

Naast het weifelende UNPROFOR was de 'snelle reactiemacht' RRF deze zomer een 'opluchting', meent Terzic. Hij heeft ook meer vertrouwen in de ruggegraat van de nieuwe NAVO-macht dan in die van hun blauwgehelmde voorgangers.

“Zoals de Serviërs Servië hebben, en de Kroaten Kroatië, zo zal de NAVO het leger van Bosnië worden”, zegt een jongeman in het stadion enthousiast. Twee jaar geleden verloor hij aan het front zijn armen. Met de stompjes die over zijn moedigt hij nu de Bosniërs aan. Hij scandeert met zijn vrienden de oude voetballeuzen die ze voor de oorlog zongen. 'Je bent alles wat ik op dit moment bemin: Zenica speel, Zenica win!' Dit rare rugbyspel interesseert hun niet, maar het is leuk weer eens ouderwets te supporteren. 'Ubiti', moord, moord, joelen de jongens wanneer UNPROFOR de stand toch nog naar 7-8 schopt. Twee spelers van Zenica worden per brancard het veld afgedragen. Maar uiteindelijk blijft de zege toch van hen.

Met glimmende ogen en roze wangen loopt het publiek om half vijf het stadion uit. Tussen het prikkeldraad, langs het kerkhof, terug naar hun koude huizen. De Franse VN-soldaten klimmen in hun witte tanks. Toeterend en vol gas rijden ze door de massa. “Geweld wint het altijd van beschaving”, glimlacht een oudere man. “Dat is wat we de laatste vier jaar in Sarajevo hebben geleerd.” Laten we hopen, zegt hij nadenkend, dat ook de rest van de wereld dat nu heeft begrepen. “Wil er ooit vrede komen, dan zal de nieuwe NAVO-macht meer bereidheid tot geweld moeten tonen dan de VN hebben gedaan.”