Viriel gevederd; Een Zwanenmeer van mannen

De Britse choreograaf Matthew Bourne laat de zwanen in Het Zwanenmeer door mannen dansen. Zijn voorstelling trekt nu in Londen volle zalen. “Bourne heeft zijn kroonprins Siegfried op de Freudiaanse sofa gelegd en laat het hele ballet een droom zijn, of een nachtmerrie.”

Vanaf februari gaat Swan Lake op tournee door Engeland. Inl. AMP House, 396 St. John Street, Londen. Tel.: 00.44.171.833.5803. Het Zwanenmeer in de originele uitvoering van Petipa/Ivanov door het Russisch Ballet Sint-Petersburg is t/m 17 dec. te zien in Den Haag, Breda, Amsterdam, Almelo, Maastricht, Heerlen, Enschede, Eindhoven. Inl. 020-6723002.

Niets bedrieglijker dan een zwaan. Het dier staat voor majesteitelijke sierlijkheid, misschien wel juist omdat het als een lelijke eend zijn leven begint. Eenmaal volwassen en de grauwe donsvacht ontgroeid, is het een glanzend, wit of zwart wezen dat de lange, gebogen hals hooghartig naar achteren kan trekken, die zijn getergde blik eens zo boos doen lijken. Het kan hemels dobberen op glimmend water en de vleugels ietwat optrekken, trillend en frêle, om ze het volgende moment tegen de flanken te drukken en, lichtgeraakt en met golfjes rond de borst, weg te glijden. Eén en al in zichzelf gekeerde kwetsbaarheid, een lyrisch dier.

De zwaan heeft ook een andere kant. Als kind werden we daarvoor gewaarschuwd en dat vervulde ons met diep ontzag. Die mooie vogel kon - als hij kwaad werd en dat werd hij omdat wij het ernaar maakten door bijvoorbeeld alleen maar op hem af te lopen - met één klap van zijn machtige vleugel onze armen of benen breken. Hij zou komen aanstormen met gespreide vlerken en doelgericht slaan, op vorstelijke wijze, dus genadeloos en effectief. Het is zijn granieten gratie die onze vaderlandse luchtvaartmaatschappij heeft doen besluiten zich te vereenzelvigen met de zwaan.

Zo wonderlijk is het dus niet, dat de Britse choreograaf Matthew Bourne bedacht dat zwanen net zo goed door mannen als door vrouwen vertolkt konden worden. Uiteraard in Het Zwanenmeer, het ballet der balletten, dat sinds de première van de maatgevende produktie van Lev Ivanov en Marius Petipa, op 17 januari 1895 in het Petersburgse Maryinsky Theater, aanleiding heeft gegeven tot zoveel theorieën, interpretaties en versies - iedere balletleider van naam voegt er wel een toe - dat deze benadering er met gemak bij kan. Al heeft de ingreep consequenties voor het verhaal, dat immers handelt over de gefnuikte liefde tussen prins Siegfried en zwanenkoningin Odette. Maar die consequenties zijn niet desastreus, zo toont Bourne.

Hij heeft er geen camp van gemaakt, in de eerste plaats. Dat zou behoorlijk ouderwets geweest zijn, en avant-garde van twintig jaar geleden, toen Les Ballets Trocadero de Monte Carlo met Het Zwanenmeer nog op veel bijval kon rekenen in Mickery, het internationale walhalla van het baanbrekende theater. Ook toen werden de Zwanen door mannen vertolkt, maar in travestie, met tutu rondom de taille en spitzen aan de voeten. Trocadero bracht en brengt knappe parodie voor de kenners, en knappe kolder voor de leek.

Dat is het dus niet, wat Bourne en zijn groep Adventures in Motion Pictures (AMP) deze maand in het Londense Sadler's Wells Theatre in première deden gaan. Foto's die al weken voor de eerste voorstelling de Britse kranten haalden, toonden Zwanen met ontblote en geblankette torso's boven kuitlange, dichtbevederde broeken. De viriliteit van het beeld wordt benadrukt door de zwarte driehoek op hun voorhoofd, en door hun verre van fragiele poses. Deze Zwanen, inclusief de kleinere cygnets, trippelen niet en pointe over het toneel en laten geen frisson door hun als vleugels gespreide armen en daarmee door het publiek gaan. Ze zijn een krachtdadig elitecorps, onder aanvoering van een sterke leider. 'The Swan' heet hij in het programmaboekje en alleen al de klank daarvan is ver verwijderd van Odette.

Freudiaans

Bourne, die eerder al De Notenkraker en La Sylphide in de futuristische tijdmachine plaatste, ontdoet Het Zwanenmeer radicaal van het sprookjesachtige. We hoeven van hem niet langer te geloven in onder betovering gebrachte vrouwen die gedoemd zijn de helft van het etmaal als zwanen door te brengen - tot de belofte van eeuwige trouw van een prins aan de boze macht van tovenaar Von Rothbart een einde maakt. Er is helemaal geen Von Rothbart - en dus ook geen Odile, zijn dochter en evenbeeld van Odette, die de prins op het bal in de derde akte abusievelijk als zijn uitverkorene aanwijst. Bourne heeft zijn Siegfried op de Freudiaanse sofa gelegd en laat het hele ballet een droom zijn, of een nachtmerrie.

De sofa is een groot bed, met een reusachtige kroon als hoofdeinde, ontworpen door Lez Brotherston die er in zijn decors blijk van geeft te beschikken over een even sterk ontwikkeld gevoel voor symboliek als voor esthetiek. Hij ontwerpt heldere en overzichtelijke partes pro toto, geïsoleerde fragmenten van een paleis of een nachtclub of een park die staan voor het geheel. Op het bed ligt tijdens de prelude van Tsjaikovski's, door de New London Orchestra integraal en live uitgevoerde muziek, de nog kleine Siegfried (afwisselend gespeeld door de 15-jarige Andrew Walkinshaw en de 14-jarige Sid Mitchell).

Hij is het toonbeeld van isolement, zowel eenzaam als gevangen, vooral na binnenkomst van zijn moeder (Isabel Mortimer), de koningin, die op onnavolgbare wijze kilte speelt. Haar zoon klampt zich vast aan een speelgoedzwaan, waarvan hij meedogenloos gescheiden wordt door een leger in zwart-wit geklede lakeien, die hun ruggen krommen tot een trapje waarlangs de kleine prins afdaalt. Uniformpje aan en koninklijke verplichtingen, zoals het onthullen van een schilderij, nemen een aanvang. Hij en zijn moeder zijn nog net op tijd om op de klanken van de grote wals in de eerste acte op het tot een balkon getransformeerde bedhoofdeinde te verschijnen en het ritmisch geagiteerde volk eronder toe te wuiven.

Uiteraard ligt het hoogtepunt van ook Bournes enscenering in de tweede, vanwege de schemer 'blauw' genoemde acte, waartoe menige uitvoering van Het Zwanenmeer beperkt blijft. Dan althans verschijnen ook in dit geval de Zwanen ten tonele, vijftien in totaal, en ze leveren een fraai, spectaculair beeld op, al die witte torso's en barrevoetse veren-benen. Formaties van de kleine en grote zwanen zijn te onderscheiden, maar de strikte variaties van een 'normaal' Het Zwanenmeer ontbreken. Net als de choreografie is de mise-en-scène afkomstig uit de moderne dans, dat wil zeggen, onvoorspelbaar, pretentieloos in zekere zin, vrij en soms rijkelijk chaotisch. Het hoogtepunt wordt niet bepaald door de wel classicistisch genoemde patronen, de strenge geometrie in deze acte van het toch zo romantische ballet, maar door het pure feit dat het voltallige, uit louter mannen bestaande corps de ballet voor het eerst aantreedt.

En door de dramaturgische ingrepen van Bourne die vanaf dat moment een rol gaan spelen. 'The Swan' heeft zijn eerste lotsbepalende pas de deux met de prins, die even tevoren nog als een dronken lor uit een bar is gegooid. De passage tekent zijn wankelmoedigheid, ingeklemd als hij is tussen een heerszuchtige en met al het hofpersoneel flirtende moeder en haar opdracht zich een geschikte echtgenote aan te schaffen. Het laatste dient, net als in het origineel, te geschieden op het bal, in de derde acte. Bij ontstentenis van Von Rothbart treedt in Bournes versie 'The Swan' aan, in de gedaante van een macho in een leren broek, stomend van sensuele verleidingsdrang, waaraan geen van de vrouwen, ook de koningin niet, weerstand weet te bieden. Of liever: wil bieden.

Rokkenjager

Het is verwarrend, dit gevolg van Bournes benadering. Voor het publiek en voor Siegfried. Misschien moeten we begrijpen dat deze rokkenjager met zijn leren broek een look-alike is van 'The Swan', zoals Odile dat in het origineel van Odette is. Maar waarom breidt hij zijn rooftocht op het bal dan uit - ná de moeder - tot de zoon? Die al die tijd, tijdens de Spaanse en de Italiaans dans-passages, al wanhopig en jaloers heeft lopen smachten? En die, als beider aandacht eindelijk alleen elkaar nog geldt, meedoet aan een vreemd spel van aantrekking en afstoting, van al te graag willen afgewisseld met per se niet?

Bourne overspeelt zijn hand niet, maar zijn interpretatie beleeft wel een zwak moment, dat hij met bluf en met behulp van een door Siegfried gelost pistoolschot weet te verdoezelen. Het treft de jeugdvriendin van de prins, door mama te licht bevonden als zijn verloofde, in het hart en dank zij deze moord belandt de prins in het gesticht, waar acht evenbeelden van zijn moeder hem verplegen. De grand finale is een hernieuwde ontmoeting met 'The Swan' - in de Engelse pers met een zekere opluchting 'de enige min of meer homoseksuele scène' genoemd. Het is in elk geval de mooiste, want de wreedste.

Op de nu opzwepende muziek die bij vlagen overgaat in dramatisch uiterst effectief geschetter, hervinden de geliefden elkaar of bekennen zij elkaar eindelijk volmondig hun liefde. Bournes troef is dat het zo mannelijke zwanenkoor nu gaat optreden als Securitate; half dansend, half mimend scheiden zij het ongelukkige paar en pikken zij hun leider uiteindelijk met hun snavels de dood in. Hij belandt in een soort glazen rookwolk, ter hoogte van de kroon, boven het bed van de prins, die net ontwaakt en daarmee dit hele Zwanenmeer tot een met oedipale en broeierig-erotische reflexen doorschoten droom maakt. Maar droom of niet: de kroonprins is homoseksueel.

De critici hebben Bournes werk direct tot de 'dans-hit van het jaar' verklaard en de uitverkochte zalen doen die voorspelling prompt uitkomen. Het moet te maken hebben met de heldere tegenstelling die Bourne weet te bewerkstelligen tussen het fatsoen, dat koud is en corrupt en het pure, weerloze. En met zijn zichtbare sympathie voor het laatste. Zijn versie is daardoor niet alleen heel wat trouwer aan het origineel dan op het eerste gezicht lijkt, hij vertelt een eeuwig verhaal. Zonder tutu, maar die blijkt dan ook helemaal geen voorwaarde te zijn.