Vioolspelen tussen fluitende kogels; Film over gratis muzieklessen voor kinderen in New York

In de Amerikaanse stad New York zijn wijken waar kinderen niet zomaar buiten mogen spelen. In het gunstigste geval staat er een hoog ijzeren hek om de speelplaats, maar soms moeten de kinderen in de schoolpauzes binnen blijven. Die wijken, Harlem bijvoorbeeld, en de South-Bronx, zijn te gevaarlijk. Criminelen vechten hun ruzies uit op straat. En ze doen dat niet met schoppen en slaan, ze schieten met pistolen. De kinderen moeten binnen blijven omdat ze buiten wel eens door een verdwaalde kogel geraakt zouden kunnen worden.

Het is net als in de stripboeken van Lucky Luke. Als de Daltons op hun paarden een dorp of stadje komen binnenrijden, vluchten alle bewoners hun huizen in. Want voor je het weet houden de broertjes Dalton een vuurgevecht en fluiten de kogels over straat. De dorpsbewoners moeten wachten tot Lucky Luke de boeven komt oppakken, voordat ze weer boodschappen kunnen gaan doen, of een praatje maken met de buren.

Maar in Harlem, in New York, zijn zoveel Daltons dat het zelfs Lucky Luke niet zou lukken ze allemaal op te pakken. De kinderen zitten dus binnen en vervelen zich. Gelukkig kwam in 1980 de violiste Roberta Tzavaras in Harlem wonen en zij bedacht dat ze de kinderen gratis vioolles kon geven. Omdat de meeste mensen die in Harlem wonen arm zijn, zorgde Roberta voor gratis violen.

Onlangs is er een film gemaakt over Roberta en haar leerlingen. De film heet Fiddlefest ('Vioolfeest') en laat zien hoe Roberta elke dag langs de scholen gaat met in haar auto violen in allerlei maten. Want de kinderen die ze les geeft zijn soms zes jaar oud en soms dertien jaar. Omdat de handen van de zesjarigen nog maar heel klein zijn, krijgen zij een kleiner viooltje om op te spelen. Sommige violen zijn nauwelijks groter dan de hand van Roberta.

Natuurlijk kan Roberta niet alle leerlingen op de scholen lesgeven. Daarom wordt er een loterij gehouden. De kinderen doen een briefje met hun naam er op in een zak en Roberta trekt er vijftien uit. Bij de volgende les, als de kindertjes op de grond zitten, vertelt ze wie er mee mogen doen. Het is ontroerend om te zien hoe blij de leerlingen zijn als ze hun naam horen. Ze springen overeind en maken een rondedans. “Ik mag viool leren spelen, hoi hoi, ik mag viool leren spelen,” roept Louis. Alleen èèn jongetje begint hartverscheurend te huilen: 'ik wil het niet, dan moet ik zo hard werken,' snikt hij.

Maar dat valt mee. Tien minuten per dag oefenen is voldoende, zegt Roberta. En toch staat de klas al snel een mooi melodietje te spelen. Ze spelen muziek van de componist Johann Sebastian Bach uit de achttiende eeuw en vrolijke zigeunerdeuntjes.

De film eindigt met een groot concert van alle leerlingen van Roberta in Carnegie Hall. Want ook al wordt Roberta door veel mensen bewonderd om wat ze voor de kinderen doet, een paar jaar geleden kwam ze toch in de problemen. De stad New York wilde toen geen geld meer bijdragen aan Roberta's project. Roberta was niet van plan haar lessen te stoppen en organiseerde een optreden in Carnegie Hall, waarvan de opbrengsten naar de lessen zouden gaan.

Carnegie Hall in New York is een van de bekendste concertzalen ter wereld. Normaal treden daar allerlei beroemde muzikanten op, en nu stonden er ineens honderden kinderen uit Harlem op het podium. Het publiek genoot ervan. Zelfs Isaac Stern, een beroemde violist die met hen meespeelde, was onder de indruk. Voor de ouders in de zaal was dat een grote opluchting. Zij hadden zich voor dit optreden nog zenuwachtiger gemaakt dan hun kinderen.

Fiddlefest is te zien op het Internationale Documentaire Festival (IDFA) in Amsterdam, in de bioscoop Alfa 1 op 8 dec. (20.30u) en 11 dec. (16.15u).