Tekeningen onder politietoezicht tentoongesteld

MOSKOU, 1 DEC. Staatssecretaris Nuis (cultuur) heeft gisteren in Moskou een Nederlandse tentoonstelling geopend die het Russische publiek moet duidelijk maken dat de Koenigs-collectie één geheel is en in Nederland thuishoort. De expositie werd gekritiseerd in de Pravda met een artikel dat herinneringen opriep aan de tijd dat Rusland nog ontkende de beroemde collectie tekeningen in bezit te hebben.

De expositie van dertig werken van verschillende Europese meesters, in het Russisch getiteld 'Gesprekspartners' en in het Engels 'Counterparts', is een aanvulling op een lopende tentoonstelling in het Poesjkinmuseum waar 307 werken uit dezelfde verzameling te zien zijn. De Nederlandse regering heeft tot het houden van de expositie besloten nadat Nederlandse medewerking aan de tentoonstelling in het Poesjkinmuseum van Russische zijde was geweigerd.

“Franz Koenigs had een verzameling die een hoge mate van eenheid bezat, een eenheid die ruw is verbroken door de oorlog. Deze expositie laat zien hoe ruw die verbreking was”, zei Nuis gistermiddag. Een voorbeeld vormt een studie van Lorenzo di Credi, die op eenzelfde passepartout was bevestigd als een studie die nu in het Poesjkinmuseum hangt. Het passepartout is in de oorlogsjaren, zo is op de nieuwe expositie te zien, ruw doormidden gescheurd.

De Koenigscollectie is behalve een kunstschat ook een gevoelig politiek onderwerp in de Nederlands-Russische betrekkingen. De verzameling kwam één maand voor het begin van de Duitse inval in mei 1940 in handen van de havenbaron Van Beuningen, die nog geen jaar later 526 werken doorverkocht aan een Duitse kunstexpert die voor Adolf Hitler een 'Führermuseum' opzette. In Duitsland raakten de tekeningen kwijt. Pas in 1992, na jaren van ontkenningen, bevestigde Moskou dat een deel van de kunstwerken destijds door het Rode Leger zijn meegenomen. In 1993 heeft een Russisch-Nederlandse commissie 309 werken geïdentificeerd, 183 anderen worden er nog vermist. Nederland eist ze allemaal terug.

Eind september ging in het Poesjkinmuseum een tentoonstelling open van de 'voormalige Koenigscollectie', zoals de Russische organisatoren dat noemde. Directeur Irina Antonova van het museum weigerde Nederlandse medewerking aan de tentoonstelling, omdat zoals zij op de openingsdag zei, “het gaat om het tonen van òns werk”. Zij doelde op de voortreffelijke staat van onderhoud waarin de kunstwerken verkeren. Antonova is een bekend tegenstander van teruggave van de zogeheten 'trofeeën-kunst', die zij beschouwt als een geringe compensatie voor de schade die de Russische cultuur in de oorlogsjaren is aangedaan.

De Nederlandse expositie wordt nu gehouden in de Bibliotheek voor Buitenlandse Literatuur. Het gebouw, dat in schoonheid en status niet kan tippen aan het Poesjkinmuseum, is niet gebouwd voor tentoonstellingen. De dertig kunstwerken hangen niet allemaal even goed verlicht in een zaaltje, dat slechts te bereiken is via een duister poortje en een binnenplaatsje.

Maar de Bibliotheek voor Buitenlandse Literatuur biedt misschien wel een 'natuurlijke' omgeving voor de expositie, want directrice Jekaterina Genijeva geldt als een bekend voorstander van mogelijke teruggave van de kunst die in de Tweede Wereldoorlog uit andere landen is meegenomen. “Wij proberen de mentale en sociale benadering tot het probleem te veranderen”, zei Genijeva gisteren. “Zonder publieke tentoonstelling van de werken komen we nooit tot een wijze politieke beslissing.”

De organisatie is niet zonder slag of stoot verlopen. Directrice Genijeva vertelde dat zij enkele keren 'in de persoonlijke sfeer' is gewaarschuwd dat zij zich met deze tentoonstelling op 'gevaarlijk terrein' begaf. Zij wilde over de politieke druk niet uitwijden. “Het belangrijkste is dat we officieel toestemming hebben gekregen”, onderstreepte zij. Die toestemming van de Russische autoriteiten bleek ook uit de aanwezigheid van de onderminister van cultuur bij de opening.

Het nog immer communistisch georiënteerde dagblad Pravda publiceerde gisteren een artikel waarin werd gemeld dat Nederland in 1993 geld heeft geboden voor de teruggave van de Koenigscollectie. “Geen letter van waar”, was het commentaar van staatssecretaris Nuis. In het artikel werd de bibliotheek ook verweten een te hoge eigendunk te hebben. Het gebouw zou voor expositie van zulke waardevolle werken als die uit de Koenigs-collectie onvoldoende beveiligd zijn, zo schreef de krant. De veiligheid is voor de tentoonstelling opgevoerd. Dag en nacht staat er in de zaal met de tekeningen een politieman met een automatisch wapen.