Portia in Den Haag

Misschien wel de bekendste 'courtroom scene' is die uit Shakespeare's 'The Merchant of Venice'. Antonio heeft Shylock als onderpand voor een schuld een pond beloofd van zijn eigen vlees. Een overeenkomst die een jurist alle betrokkenen zou hebben afgeraden, maar daar gaat het nu even niet om. De schuld wordt niet op tijd betaald, en Shylock eist, gewapend met een scherp mes, zijn onderpand op. De spanning in de rechtszaal nadert het breekpunt. Maar dan blijkt dat Portia, Antonio's verdedigster, een juridische spitsvondigheid in petto heeft: Shylock kan zijn pond vlees krijgen, maar hij mag daarbij geen druppel bloed van Antonio afnemen. Dat kan natuurlijk niet; en in de epiloog wordt Shylocks juridische overmoed flink afgestraft.

Portia - die helemaal geen juriste is, maar zich voor de gelegenheid als 'doctor of law' heeft verkleed - is sindsdien de heldin van juristen. Legio juristenverenigingen en -dispuutgezelschappen (vaak van vrouwelijke juristen) zijn naar haar genoemd. Eigenlijk zou zij beter op haar plaats zijn als naamgeefster van de sociëteit van senarioschrijvers van 'courtroom' televisieseries. Want als theater is haar optreden van hoge kwaliteit, maar als recht zeker niet.

Toch vindt Portia ook in het 'echte' recht van tijd tot tijd navolging, en dan vaak wèl met juridische kwaliteit. Neem het volgende geval.

Bankier X geeft een bankgarantie af voor ƒ 100.000.-, betaalbaar zodra bij onherroepelijk vonnis is vastgesteld dat de schuldenaar dat geld inderdaad schuldig is aan degeen, aan wie de bankgarantie wordt gegeven. In de garantie staat dat de bank bij deurwaardersexploit van het vonnis in kennis moet worden gesteld, en dat de garantie een beperkte geldigheidsduur heeft, waarbinnen hij moet worden ingeroepen. Er komt een onherroepelijk vonnis. Dat wordt aan de bank gestuurd. De bank correspondeert daarover met de crediteur (en erkent daarmee, dat hij het vonnis heeft ontvangen). Dan verstrijkt de termijn waarbinnen de garantie kon worden ingeroepen - en daarna merkt de crediteur, dat het vonnis niet, zoals de garantie dat voorschreef, per deurwaardersexploit aan de bank was medegedeeld. Hij doet dat dus alsnog; maar nu beroept de bank zich erop dat de termijn voor het inroepen van de garantie verstreken is, en dat er binnen de termijn geen geldig beroep op de garantie is gedaan.

Natuurlijk volgde er een procedure. Daarin geeft de appelrechter de bank gelijk: bankgaranties vervullen in het handelsverkeer een cruciale rol. Banken moeten zich stipt aan de condities daarvan houden, ook met het oog op de andere belanghebbenden (zoals de debiteur voor wie de bank de garantie heeft afgegeven).

Bij de Hoge Raad vocht de crediteur deze beslissing aan. De bank verdedigde die natuurlijk. I crave the law, the penalty and forfeit of my bond, zegt Shylock, en zoiets moet de bank ook gezegd hebben. En daarin kreeg de bank ook gelijk: de Hoge Raad accepteerde dat bankgaranties strikt naar hun letter moeten worden toegepast, ook in het belang van de verdere betrokkenen bij zo'n transactie. Dus de bank wint, denkt de lezer, en hij wil al teleurgesteld verder bladeren - maar nee, de laatste slag moet nog gespeeld worden. En die laatste slag heeft wel wat weg van een kaart uit de mouw. Natuurlijk, zegt de Hoge Raad, moet een bank strikt aan de voorwaarden van een bankgarantie vasthouden. Maar als een bank kan zien dat een crediteur, kennelijk zonder zich daarvan bewust te zijn, die voorwaarden niet goed nakomt, is die bank verplicht om de crediteur te waarschuwen, als er nog tijd is om het verzuim te herstellen.

Die verplichting was de bank niet nagekomen; en daardoor kon de bank toch nog aansprakelijk zijn.

U begrijpt waarom ik aan Portia moest denken. Niet omdat bankiers mij aan Shylock herinneren - mijn eigen bankier behandelt zijn lastige klant altijd met geduld en voorkomendheid. Vanwege de onverwachte wending die het verhaal neemt, dat komt al meer in de richting. En vooral: omdat de contractsclausule waarachter de bank zich veilig meende te kunnen opstellen, bij een nauwkeuriger juridische analyse juist een extra verplichting ten laste van de bank bleek op te leveren, en dus het tegendeel van de veilige haven waarvoor de bank die had aangezien - ongeveer even paradoxaal als in Shakespeare's ontknoping.

Heel af en toe blijken goed theater en goed recht toch met elkaar samen te kunnen gaan.