Porsche in Kwattastraat wekt geen bevreemding in Paramaribo

Er zit weer schot in de Surinaamse economie en een groep nieuwe rijken profiteert er zichtbaar van. Intussen komen ze in de psychiatrische inrichting bedden tekort.

PARAMARIBO, 1 DEC. In de Kwattastraat kijken ze niet meer op van een Porsche. Deze ochtend staan er twee geparkeerd bij het winkelcentrum Sky-Port, waar de nieuwe rijken van Suriname boodschappen doen. In de supermarkt op de parterre van het winkelcentrum kan je een blikje Felix kattevoer ('zalm en forel') kopen voor 1.400 Surinaamse guldens (5 gulden in Nederland) en verse bloemkool voor 3.075 Suri-guldens (12 gulden). Bedragen waarvan een modale Surinamer een week moet eten.

Op de eerste verdieping voorziet Sky-Port ook in ontspanning. Achter een meters brede bar staat een kalende Colombiaan, het glas whiskey nonchalant tussen duim en wijsvinger. Er is een poolbiljart waar met gouden kettingen en ringen omhangen creoolse tieners een stootje wagen. In de hoek een boetiekje met jurken en lingerie. En in een andere hoek de 'Ideeshop', die zich nu al, eind november, volledig op kerstmis richt. Een plastic denneboom, inclusief ballen, piek en zilveren slingers, doet 45.000 Surinaamse guldens (bijna 200 gulden). Winkelmeisje Mavis Resosemito (22) vindt zo'n boom wel mooi, zegt ze, maar in haar huis “past het niet zo”. Kan ze het dan wel betalen? Ze verdient, vertelt ze, per maand nog niet de helft van de prijs van de boom.

Sky-Port is nog geen doorslaand succes, vertellen diverse winkeliers. Het bestaat circa anderhalf jaar en de loop wil er niet inkomen. “Maar dat hoeft niet”, zegt boetiekverkoopster Urnita Das. “De mensen die hier rondlopen zijn kopers, geen kijkers.”

Het zijn niet alleen blanken die hier komen. Vandaag koopt een creools echtpaar twee karretjes vol in de supermarkt - met vier flessen Courvoisier à 100 Nederlandse guldens per stuk - omdat ze vanavond “een feestje” hebben. Een hindoestaanse vader geeft zijn dochter gelegenheid wat luxe kleding te kopen, vlak voordat ze weer naar Nederland vertrekt. En op het terras bij de bar zit een groep Colombianen, Venezolanen en Nederlanders die zich 's ochtends al te goed doen aan blikjes bier en glazen rum-punch. Ze vieren een geslaagde zakelijke transactie, zeggen ze.

De opkomst van nieuwe rijken in Suriname is een gevolg van de economische politiek, die er de laatste jaren op is gericht de koers van de Surinaamse gulden stabiel te houden om een verbeterd investeringsklimaat te creëren. De hyperinflatie in Suriname kwam het afgelopen jaar tot stilstand. Maar voor veel mensen met lagere inkomens was het toen al te laat: de aanhoudende prijsstijging bracht hen op de rand van een menswaardig bestaan.

Aan de Waterkant, in het centrum van Paramaribo, begeleidt psychiatrisch verpleegkundige Glenn Darius op een middag een groepje van twaalf tieners, stuk voor stuk gestoken in een felgroen T-shirt. Een creoolse jongen van een jaar of 14 met grote, nieuwsgierige ogen stapt voortdurend uit de groep en vraagt blanke Nederlanders of ze toerist zijn. Als een Nederlander hem de wedervraag stelt, vertelt hij op kinderlijk-naïeve toon dat hij “patiënt” is. Patiënt? “Ik heb marihuana gerookt.”

Samen met zo'n 300 andere 'patiënten' woont hij in de psychiatrische inrichting van Paramaribo, gelegen naast het voetbalstadion waar twintig jaar geleden de onafhankelijkheid van Suriname officieel werd ingeluid. Er staan diverse barakken en schuren en helemaal aan het eind, een tweehonderd meter van de openbare weg, werkt een broeder. Hij heet Strijdhaftig en heeft circa twintig mensen onder zich die bekend staan als de moeilijkste van de inrichting. Het is een mengeling van jong en oud en van allerlei soorten patiënten: sommigen zijn zwaar psychisch gestoord, anderen zijn 'slechts' ex-verslaafde.

De laatste jaren heeft de inrichting ernstig moeten bezuinigen, vertelt een medewerker die anoniem wil blijven omdat de directeur verbiedt dat er met de pers wordt gepraat. Zo is er zelfs in de groep van broeder Strijdhaftig niet meer op alle dagen voor iedereen een bed beschikbaar. De patiënten slapen dan op de zandgrond of op een verzameling aan elkaar gezette lessenaars. Ook talrijke medicijnen mogen wegens bezuigingen niet meer worden voorgeschreven, zodat er bij gebrek aan kalmeringsmiddelen in de groep van broeder Strijdhaftig steeds vaker knokpartijen uitbreken. En na afloop ontbreekt het meestal aan pleisters en verband om de wonden te behandelen.

In macro-economisch opzicht is Suriname echter op de goede weg. Wie de Anton Drachterweg langs de Surinamerivier afrijdt in de richting van Leonsberg ziet dat de meest riante huizen in aanbouw zijn of net gereed gekomen. Volgens de creolen zijn het vooral hindoestaanse zakenlui die er hun rijkdom uitstallen, volgens hindoestanen zitten er ook volop creolen tussen, en volgens politiemensen gaat het meestal om patsers uit de drugsmafia.

Het laatste is een overdreven beeld, zegt de baas van de politie, minister S.K. Girjasing van justitie en politie. “Suriname is geen narcocratie. Dit land wordt niet beheerst door drugs. Wel zijn we een doorvoerhaven - omdat er in Europa zoveel behoefte aan is”, aldus de minister. Hij wacht dezer dagen in spanning op een verzoek van ambtgenoot Sorgdrager om de Nederlandse justitie in staat te stellen onder meer oud-legerleider Bouterse te horen in een Rotterdamse verdovende-middelenzaak. Zolang het verzoek officieel niet binnen is, wil hij er niets over zeggen. “Maar het staat voor mij vast dat we het drugsprobleem in dit land niet uit kunnen roeien. Dat zou een illusie zijn.”

In zekere zin vormen de nieuwe rijken van Suriname een oude groep. De rijkdom in de voormalige Nederlandse kolonie concentreert zich immers historisch in een kleine kring families van zakenlui en politici. Zo is het in grote lijnen nog steeds. De eigenaar van winkelcentrum Sky-Port is een broer van minister van justitie Girjasing. En een van de succesvolste Surinaamse zakenmensen van het moment, A. Mungra, is een broer van minister van buitenlandse zaken B. Mungra.

Zakenman Mungra, een vlot sprekende vijftiger en ex-directeur van de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM), doet momenteel van zich spreken omdat hij het gezicht is van een nieuwe potentiële motor van de Surinaamse economie. Met geld van twaalf investeerders riep hij kortgeleden een nieuwe verzekeringsmaatschappij in het leven, Parsasco, die beoogt een bestaand kartel van verzekeraars te doorbreken. In reclamespotjes presenteert Parsasco zich als jong, flitsend en taboedoorbrekend. Een WA-verzekering voor een auto is bij Parsasco 20 procent goedkoper dan elders. “Volgens de beste tradities van het kapitalisme gaan wij de marktwerking in deze branche in ere herstellen”, zegt Mungra.

Hij legt uit dat zijn werk voor de verzekeraar tijdelijk is. Als over vier maanden alles op de rails staat, zal hij zich aan volgende projecten zetten. Mogelijkheden genoeg. In het goud, het hout, het graniet, de rijst, de landbouw - overal bloeien nieuwe initiatieven en als “consultant” begeleidt Mungra ze. “We staan aan de vooravond van een golf investeringen. Suriname staat er sterk voor”, zegt Mungra, die ook lid van de adviesraad van de regerende VHP is.

En hijzelf? Hoe sterk staat hij ervoor? Mungra strijkt met zijn linkerhand over de blanke boord van zijn roodgestreept overhemd. “Met mij”, zegt hij, “gaat het niet slecht.” Hij lacht.