Opgepast, jongeman!; Desperate verwondering in verhalen van Giorgio Bassani

Giorgio Bassani: Binnen de muren. Verhalen. Vert. Tineke van Dijk. Uitg. Meulenhoff. 224 blz. Prijs ƒ 36,90.

Is het iemand wel eens opgevallen dat er over de grootste verschrikkingen zulke dunne boeken worden geschreven? Een Auschwitz-epos of een gaskamertrilogie zal niet gauw geschreven worden. Een schrijver heeft afstand nodig, en hoe krijgt hij die wanneer hij tot in zijn slaap wordt achtervolgd? Net als Primo Levi is de Italiaan Giorgio Bassani al vrij snel na de oorlog gaan schrijven over de shoah, maar net als bij Levi word je bij hem het meest getroffen door wat er niet wordt gezegd. Niet dat er iets wordt verzwegen, maar steeds voel je dat er iets niet gezegd kan worden, omdat er geen woorden voor zijn, en zelfs geen onuitgesproken gedachten om het te begrijpen.

Binnen de muren bevat de eerste vijf verhalen die Bassani schreef. Ze werden voor het eerst gebundeld in 1956, onder de titel Cinque storie ferraresi, maar verschenen pas in 1973 in hun huidige vorm.

Op het eerste gezicht lijken de verhalen teder, zachtmoedig en vol verwondering over het voorbijgaan der dingen. Pas gaandeweg merk je dat de schrijver niet anders kan, dat verwondering, bij gebrek aan een verklaring, zijn enige houvast is - en het begint je op te vallen dat het een nogal desperate verwondering is. Zoals in 'Een gedenkplaat in de via Mazzini', waar Geo Josz, als enige overlevende uit de Duitse kampen in Ferrara teruggekeerd, tot zijn verbazing zijn eigen naam op de vergulde dodenlijst naast de ingang van de synagoge leest. Hij wijst op het misverstand, maar merkt allengs dat hij niet zo gemakkelijk van de lijst afkomt: de bevolking van Ferrara wil hem met alle genoegen eervol herdenken, dus hoe kan hij zo smakeloos zijn om de gang van zaken te komen verstoren? Haast kluchtachtig beschrijft Bassani de hardnekkige pogingen van Josz om zich een plaats te verwerven in het kleinsteedse Ferrara. Maar juist het kluchtige van de hele situatie grijpt je naar de keel, want je beseft dat deze bangige, provinciaalse, al te herkenbaar correcte houding veel venijniger is dan het afstandelijke, haast historisch klinkende fascisme. En aan het eind van het verhaal is Josz even stilzwijgend verdwenen als destijds richting de vernietigingskampen. Niemand weet waar hij is gebleven. Sommigen menen dat hij naar Palestina is geëmigreerd of naar Zuid-Amerika, anderen denken dat hij zich heeft verdronken in de Po. ' 'Als hij wat meer geduld had gehad...' voegden ze er met een zucht aan toe, en ze meenden het weer oprecht nu, ze waren weer oprecht met hem begaan.'

Zo sarcastisch is Bassani overigens zelden. Hij lijkt, als verteller, op de man die hij in 'Een nacht in '43' beschrijft, een hinderlijk aanwezige zwijger die, verlamd in de stoel, de hele dag met een verrekijker aan het raam zit, schuin boven het populaire Caffè della Borsa aan de Corso Roma. Hij houdt de plek in de gaten waar op een decembernacht in 1943 van onder de bogen van het café elf burgers met een mitrailleur werden neergemaaid. Elke Ferrarees zal die kant van de straat mijden. Alleen vreemdelingen passeren er af en toe niets vermoedend - en dan houdt het terras van Caffè della Borsa de adem in. 'Het is alsof het stenen trottoir aan de overkant plotseling zal worden opengereten door een mijn, tot ontploffing gebracht door de vreemdeling, de argeloze die dadelijk per ongeluk met zijn voet de ontsteking zal raken.' En vervolgens wacht het terras op de verlamde man achter het raam, die 'Opgepast, jongeman!' zal roepen of 'Kijk uit!' om de voorbijganger te waarschuwen voor iets wat allang voorbij is, maar tegelijk altijd blijft bestaan.

Daar gaan de verhalen van Bassani over: over iets wat niet gezegd maar evenmin vergeten kan worden, ze gaan over het leven dat niet meer komt omdat de dood niet meer weg wil gaan.