Nederland gaat open

NIET LANGER DE winkelsluitingstijdenwet maar de winkeltijdenwet. Veelzeggender kan het nauwelijks. Het nieuwe winkeltijdenregime, waar een meerderheid van de Tweede Kamer zich gisteren achter heeft geschaard, mag gerust een doorbraak worden genoemd. Jarenlang werd de discussie gevoerd conform de bij dit onderwerp toepasselijke kruideniersmentaliteit: een half onsje meer, maar dan wel dun gesneden. Het resulteerde in 1992 tot de wetswijziging die het mogelijk maakte dat winkels niet om zes uur de deur op slot hoefden te doen, maar pas om halfzeven.

De grote stap voorwaarts waar de Tweede Kamer het nu over eens is geworden is symbolisch voor de ontstopping waar een geheel anders samengestelde coalitie toe kan leiden. Wat decennia lang onbespreekbaar was, is ruim een jaar na het aantreden van het nieuwe kabinet opeens wel mogelijk. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat zullen in de loop van het komend jaar winkels van maandag tot en met zaterdag van zes uur 's morgens tot tien uur 's avonds geopend kunnen zijn. Het zal betekenen dat Nederland in de Europese vergelijking verdwijnt van de eenzame onderste plaats en zich bij de middenmoters voegt.

Het had vanzelfsprekend nog ruimer gekund. Waarom bijvoorbeeld niet naar een totale deregulering, waardoor het geheel aan de winkeliers zelf wordt overgelaten wanneer zij hun zaken willen openen? Dit in Frankrijk, Ierland, Spanje en Zweden gehanteerde model bleek voor Nederland duidelijk een stap te ver. Enige regelreving met het oog op aspecten van openbare orde en veiligheid, lijkt redelijk. Zeker voor een land dat tot nu toe zeer strikte regelgeving op dit punt heeft gekend. Voor de winkeltijden geldt bij uitstek dat de praktijk het zal moeten leren. Het is daarom een goede zaak dat minister Wijers (economische zaken) heeft toegezegd dat hij de ervaringen met de nieuwe wet over twee jaar wil evalueren.

HET DEBAT IN de Tweede Kamer heeft zich uiteindelijk geconcentreerd op de vraag of het aan gemeenten moet worden overgelaten of winkels ook op zondag open kunnen zijn. Daarmee werd de aandacht afgeleid van het hoofdpunt, en dat is de aanzienlijk ruimere openstellingstijd door de week. De roep om versoepeling komt in eerste instantie voort uit de gewijzigde werk- en leefpatronen. De rigide winkelsluitingswet sluit daar totaal niet meer op aan. Een probleem dat zich vooral doordeweeks manifesteert. Als het gaat om versterking van economische dynamiek en daaruit voortvloeiende extra werkgelegenheid is de zondag-openstelling niet van doorslaggevend belang.

De zondagskwestie is dan ook meer een kwestie van principe. Moet de centrale overheid dit voorschrijven, of kan de vraag over al dan niet openstelling op de zevende dag worden overgelaten aan gemeenten? Het voorstel van het kabinet had iets halfslachtigs. Openstelling op zondag was verboden, maar gemeenten konden ongeclausuleerd van deze bepaling afwijken. Als het zondagsprincipe zo rekkelijk is, waarom dan de beslissingsbevoegdheid niet overgelaten aan de ondernemers zelf? Als gevolg van een wijzigingsvoorstel van de PvdA-fractie, dat mag rekenen op de steun van het CDA, zal de openstelling nu beperkt worden tot twaalf zondagen. Wat overigens vergeleken bij de huidige situatie nog altijd een uitbreiding met vier zondagen betekent.

POLITIEK GESPROKEN was het debat over de winkeltijden een nieuw voorbeeld van de meer open politieke verhoudingen die met het aantreden van de 'paarse' coalitie in Den Haag zijn gaan gelden. Ook hier een 'vleugje' dualisme, zij het dat eerst nog geprobeerd is via het vertrouwde Torentjes-overleg tot een gezamenlijk standpunt van de regeringsfracties te komen. VVD en D66 hebben hun geschilpunt met coalitiepartner de PvdA over de zondag echter terecht niet te hoog opgespeeld. In het regeerakkoord van de drie partijen stond slechts een sterke vermindering van de restricties van de winkelsluitingswet aangekondigd. Dit verschafte de PvdA de vrijheid bezwaar aan te tekenen tegen zondag-openstelling. Dat deze fractie vervolgens bij het oppositionele CDA moest aankloppen voor het daarvoor benodigde wijzigingsvoorstel met een parlementaire meerderheid, is misschien opmerkelijk, maar ook hoopgevend. Het betekent dat de stemverdeling niet in alle gevallen bij voorbaat vastligt als er eenmaal een coalitie is gevormd, maar dat partijen elkaar de ruimte laten. Aangezien de Tweede Kamer rechtstreeks wordt gekozen en niet het kabinet, komt dit zonder meer ten goede aan de parlementaire democratie. Nederland is deze week opener geworden. In meer dan één opzicht.