Kusje

In normale omstandigheden zou ik de blik hebben afgewend. Nu deed het me wat: Danny Blind in de armen van Erica Terpstra, nog wel voor een kus met gesloten ogen. Twee drenkelingen die elkaar omhelsden. Niet om aan te zien, maar het belangrijkste was: Ajax leefde nog.

Het had anders gekund. Je kan je beter dooddrinken dan zonder permissie boven Siberië willen vliegen. Toen ik hoorde dat de KL 8623 rondjes aan het draaien was in het Russische luchtruim kreeg ik geen hap meer door de keel. Ik zag ze daar met z'n allen, hoog in de wolken, al cirkelen rond hun eigen dood. De hele tijd spookte die Koreaanse Boeing door mijn hoofd. Nu alweer enkele jaren geleden in een flits weggeblazen tot een massagraf van miljoenen schilfers in hetzelfde luchtruim. Als KLM vergeet je zoiets toch niet, zeker niet wanneer er godenzonen aan boord zijn? Het verzuim om aan een geüniformeerde mijnheer in Chabarovsk wat gastvrijheid te vragen was dus van een dodelijke lichtzinnigheid: nooit meer KLM!

Zou Louis van Gaal ook aan die Koreaanse Boeing hebben gedacht? Zoals hij een etmaal later te keer ging op het Museumplein zou ik denken van wel. Dansend als een geëlectriseerde hoepelrok, schreeuwend als een Salvadoriaanse generaal, drinkend met de gulzigheid van een Rus verscheurde hij zichzelf. De strenge leermeester sloeg helemaal op tilt. Dit was geen uitbundigheid meer, dit was (verlate) doodsangst. De opeenvolgende successen van Ajax bevestigen het keer op keer: juichend volk is de mensheid op haar lelijkst. Zeker met een Toyota-beker in de hand.

Dat de kleine Davids, de De Boertjes, Van der Sar en zelfs Litmanen zich voor zo'n wereldbekertje nog naar het delirium dansen is ontroerend. En authentiek: geluk heeft veters. Maar eens de veertig voorbij maak je van lijf en leden toch geen botsauto meer voor wat armzalige penalty-winst op Gremio. Je moet wel heel eenzaam zijn om dan nog op een podium te staan roepen: 'Wij zijn de besten, de besten van Amsterdam, van Rotterdam, van Eindhoven en van Europa.' Wat schiet een diepe veertiger daar nou mee op? Wie anders dan een vrouw of een goed boek kan de haren dan nog doen opwaaien? Een enkele keer.

Het kozakkenpodium op het Museumplein scherpte ineens een groot gemis aan. Wat verlangde ik naar de norse roerloosheid van Willem van Hanegem. Zo hij al voor de microfoon was gekomen dan was het om een seconde lang te glimlachen. Of je had hem in een grijns zien denken: vandaag hero, morgen zero.

Het hele jaar door als professor doctor Van Gaal door het leven schrijden, verplicht tot sobere vreugde bij het volksfeest. Zoals Wim Kok niet in een geel jasje naar het Elysée kan gaan en prelaten tijdens een beatmis op afstand horen te blijven van de buikdanseres, zo kan Louis van Gaal zich niet meer aan zijn stad en de wereld presenteren als een soort stakingsleider. Want achter zijn wilde peptalk dansen de miljoenen en de gouden lettertjes van zijn successtory. Toch raar dat zo'n intelligente machiavellist zich een paar keer per jaar hardnekkig als een laveloze dorpeling in het bal populaire blijft verliezen. Ligt hier niet een taak voor Elsemieke Havenga?

Over mediatraining gesproken. De meest karikaturale verschijning van de week op de buis was Wouter Huibregtsen. De voorzitter van de NOC*NCF mocht bij Nova een verwarrend verhaal komen houden over de financiële nood van de Nederlandse sportverenigingen. Iemand moet Huibregtsen hebben ingefluisterd dat het van Olympisch belang was om, mede gezien zijn leeftijd, een viriele en sportieve indruk te maken. En ja hoor, het jasje ging uit, de satraap verscheen in korte hemdsmouwen. Nu is er welgeteld een televisieprogramma van de zevenentachtig zenders waar dat niet kan: bij Nova. Vooral niet als Charles Groenhuijsen, die als journalist én als hofdignitaris is geboren, co-presentator is. De hoveling en de hofnar, het contrast deed pijn aan de ogen.

Buiten was het vijf graden onder nul, binnen zat Huibregsten in zomerhemd te peroreren over de maatschappelijke betekenis van de sport en over het sturen van signalen naar de politiek. Nee, niet naar Erica Terpstra, de moeder van alle speerwerpers, naar het kabinet. Erica bleef Erica: een vriend des huizes. Haar kusje wilde Huibregtsen niet verspelen. Zelden een bobo zo zien zweten om zijn eigen onzin en dubbelzinnigheid.

We gaan straks met een heel oude man naar Atlanta. Wel in korte hemdsmouwen.