Jaloers op recensenten

Boekmancahier nr 25. Uitg. Boekmanstichting, Herengracht 415, Amsterdam. Prijs ƒ 17..TE: De Amsterdamse Boekmanstichting, die een bibliotheek heeft met 40.000 boeken over kunst, cultuur en beleid en verder het oog houdt op het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied, viert een feestje met het 25ste nummer van het kwartaalschrift 'Boekmancahier'. Het extra dikke jubileumnummer heeft een zilveren omslag en bevat onder andere een aantal 'feestartikelen' van de redacteuren, die na het redigeren van bijdragen van anderen nu zelf wel eens een stukje wilden schrijven.

Nog steeds mochten zij echter geen originele bijdrage aan hun blad leveren: ze hebben zichzelf tot taak gesteld te schrijven over een publikatie die op hen een onuitwisbare indruk maakte. Zo zijn er bijdragen over 'Uiteenspattingen', 'geloof!', 'kunstluizenlectuur' en 'Sterrendwang'.

De merkwaardigste bijdrage van de redacteuren is wel die van Dick van Zuilen, die schrijft over 'De kunst van het recenseren'. Hij zegt ontzettend van lezen te houden en van het bezitten van boeken. Hij verzamelt al dertig jaar boeken, hoewel die duur zijn en ruimte innemen. Van Zuilen noemt zichzelf een boekenwurm en een bibliofiel. Hij vulde zijn kasten met docentexemplaren die hij aanvroeg door de uitgevers voor te houden dat ze wellicht geschikt waren 'voor massale aanschaf door onze studenten.' Hij is ook jaloers op recensenten die van hun bibliomanie hun vak hebben gemaakt, en snel een stukje tikken met als uiteindelijk doel het boek in hun kast te zetten.

Het stuk in de vorige 24 Boekmancahiers dat de meeste indruk maakte op Van Zuilen was een recensie van directeur Cas Smithuijsen van Vrijheid, autonomie en emancipatie van Hans Blokland. Het was een goede recensie, maar zo vraagt Van Zuilen zich af, 'waar is het boek?' Omdat Van Zuilen daarop geen antwoord geeft, heb ik het Smithuijsen zelf gevraagd. Er bestaan twee versies van het boek, waarvan de eerste door hem werd gekraakt. Beide versies staan uiteraard in de bibliotheek van de Boekmanstichting. “Het recenseren was gewoon werk,” zegt Smithuijsen, een mededeling die Van Zuilen geheel zal ontnuchteren.

Verder zijn er, naast de gebruikelijke boekbesprekingen, onderzoeksberichten en congresverslagen, een aantal 'gewone' artikelen. Het aardigste en actueelste daarvan vind ik 'Het maecenaat van de toekan: kanttekeningen bij de discussie over privatisering van theaters' door Ivo Kuypers. Hij beschrijft de financiële en artistieke problemen bij gemeentelijke schouwburgen en culturele centra. Een aantal gemeenten (Almelo, Veendam, Roermond en Breda) heeft de kunstgebouwen overgedaan aan Van der Valk, die een handiger exploitant zou zijn. In Veendam werd Veenlust echter alsnog gesloten.

In Breda zette de gemeente vlakbij Het Turfschip van Van der Valk toch het eigen Chassé Theater neer. Van der Valk gaat nu weer een feestzaal aan het Chassé Theater vastbouwen, het Turfschip wordt afgebroken en Joop van den Ende wordt betrokken bij de programmering van het Chassé Theater. Zo blijven ze bezig in Brabant: het gaat meer om uiterlijk prestige dan om kunst.