Interactieve slaafjes van de computer

Douglas Coupland: Microserfs. Uitg. HarperCollins, 371 blz., ƒ 31,20. (De vertaling, Microslaven, wordt in maart verwacht bij Uitg. Meulenhoff)

Douglas Coupland, de Canadese auteur van de cult-roman Generation X, is er opnieuw in geslaagd een boek te schrijven van waaruit de adem van de tijdgeest ons vol in het gezicht blaast. Een eerder vluchtige dan onwelriekende adem is het, en als lezer kun je er vrolijk high van worden.

Zes jonge briljante computerslaafjes werken zeven dagen per week, achttien uur per dag voor computergigant Microsoft. Ze wonen op de campus van het bedrijf, eten louter junkfood en besteden hun beetje vrije tijd aan computertijdschriften, domme tv-programma's en het tot piramides stapelen van hun lege blikjes Cola-light. Gek genoeg schreef Coupland een buitengewoon geestige en bezielde roman over deze geeks (IQ ± 800), die soms door een briljante vondst ineens miljonair zijn maar geen tijd hebben om daar ook maar voor een stuiver van te genieten. Voor sociaal leven ('FaceTime') is geen tijd, dus ook niet voor seks - microserfs werken zich te pletter om er op hun dertigste achter te komen dat ze al acht jaar lang met niemand naar bed zijn geweest. Pas de oudere geek, dus een van achter in de twintig die niet lang meer bij zijn bedrijf zal kunnen blijven, beseft dat zijn 'have-a-life-factor' gevaarlijk dicht bij het nulpunt is gekomen.

De zes computerslaafjes die Coupland volgt beginnen een eigen bedrijfje in Silicon Valley en realiseren zich een voor een dat hun 'program des levens' méér aankan dan werken en slapen. 'I thought I was going to be a Read Only file, I never thought I'd be... interactive.'' De volstrekte eenzaamheid van de computerfanaten en het elegische van hun wegvloeiende jaren geeft Microserfs naast een hilarische ook een onverwacht ontroerende lading.

Coupland verrijkte de taal met de uitdrukking 'Generatie (Ni)X' en ook door Microserfs zullen wel woorden in het literaire taalgebruik worden opgenomen. Haast onmerkbaar tussen al het ook voor leken begrijpelijke PC- en 1.0-geweld vlocht hij computerwoorden in die een volmaakt acceptabele 'normale' betekenis kregen: he inserted himself between them, she e'd me, I can barely input the letters.

Ver boven de microserfs staan de 'cyberlords', net zoals er een verschil bestaat tussen geeks en de minder slaverige 'nerds': 'Nerds tend to have cats, not dogs.'

De Brave New World van Douglas Coupland (1961) ligt akelig dichtbij. Zijn verslaafde slaafjes zijn tragi-komisch maar niet ongeloofwaardig. Ze geloven er oprecht in dat ze de wereld aan het verbeteren zijn. En we zijn, op een alleramusantste manier, gewaarschuwd. Niet de zachtmoedigen maar 'the geeks' zullen het aardrijk beërven.