Hoe Russen hun pelmeni bereiden

Anatoli Rybakov: Stof en As. Vert. Aai Prins. Uitg. Bert Bakker. 406 blz. ƒ 55,-

Kinderen van de Arbat, een lijvige roman van de toen al 75-jarige Anatoli Rybakov was in 1987 dè sensatie in Rusland. Het was een van de eerste vruchten van de glasnost. Het boek beschrijft het leven van een aantal jonge mensen in een huizenblok aan de Arbatstraat in het centrum van Moskou. Het is het begin van de jaren dertig en Stalin die een van de hoofdpersonen in de roman is, begint de duimschroeven aan te draaien, wat aan de kinderen van de Arbat niet ongemerkt voorbijgaat.

Rybakov had zich goed gedocumenteerd en beschikte over een ongelooflijk inlevingsvermogen. Kinderen van de Arbat was het eerste deel van een tetralogie over de jaren dertig die Tolstoj's Oorlog en Vrede in omvang evenaart. Stof en As, dat nu in vertaling is verschenen, is het laatste deel. We zijn inmiddels aan het eind van de jaren '30 en het begin van de jaren '40 aangekomen. De Sasja uit het eerste deel heeft zich door de terreurperiode heengeslagen door veelvuldig van de ene provinciestad naar de andere te verhuizen en de oorlog komt voor hem als een verlossing. Hij wordt chauffeur bij een legereenheid en maakt, praktisch en doortastend als hij is, een voorspoedige carrière.

Voor Stof en As geldt wat ook voor de voorgaande drie delen gold: ze hebben positieve en negatieve kanten. De positieve zijn het spannende verhaal, de vlotte stijl, de gedetailleerde weergave van de paranoia van zowel de bevolking als van de leiders in het Kremlin - en de kijkjes in de keuken van het Kremlin en Stalins hersenpan.

Vakkundig is het woord om het boek te karakteriseren. Maar daarmee is het nog geen grote literatuur. Rybakov haalt wel de kwantiteit, maar niet de kwaliteit van Tolstoj. Het storendst is dat Rybakov te veel wil beschrijven en verklaren. Hij kan het Russisch nationale gerecht 'pelmeni' niet vermelden, zonder uitgebreid op de bereidingswijze in te gaan en mee te delen dat je die het beste kunt maken van een mengsel van runder- en lamsgehakt. Ook heeft het boek een zekere oppervlakkigheid. De personages zijn, met uitzondering van Stalin, nogal zwart-wit en stereotiep en Rybakov schuwt het cliché niet.

Voordat hij aan zijn magnum opus begon, was Rybakov in Rusland vooral bekend als schrijver van spannende jongensboeken. Ook dit boek heeft veel kenmerken van een boek voor de oudere jeugd. De vier boeken geven - voor jong en oud - vooral een leerzaam beeld van een van de gruwelijkste periodes uit de recente geschiedenis der mensheid en van de zeer verschillende manieren waarop de bevolking zowel als de leiders deze probeerden te overleven.