Het leven als zonnedans

Dick Schouten: De maaier. Uitg. Prometheus, 243 blz. ƒ 34,90

John Melville, de verteller in Dick Schoutens vierde roman De maaier, is een soort man die alleen in romans bestaat. Meer dan dat hij een uit het leven gegrepen gedaante is of wordt, blijft hij de hele roman de papieren incarnatie van een idee. John Melville heeft onwankelbare opvattingen over hoe het leven in elkaar steekt - wat het 'mysterie' ervan is, vooral - en dus over hoe het geleefd moet worden. De kern van die levensfilosofie is een metafoor, die weer een intrigerende legende is.

Melville identificeert zich, dankzij zijn in Amerika verdwenen vader, met een wreed Indiaans ritueel waarin de dood wordt uitgedaagd: de Zonnedans. Die ceremonie is 'een complexe wisselwerking tussen onbegrijpelijkheid, liefde, glorie, vreemdheid, kracht, onmetelijkheid, nederigheid en wildheid'. Het leven is volgens Melville alleen zinvol - want alleen dan legendarisch - als het die ingrediënten ook bevat.

De maaier vertelt hoe Melville dat leven dacht te benaderen als beroeps-dobbelaar, hoe hij het kwijtraakte en hoe hij het terug probeert te winnen. De maaier is, met andere woorden, het verhaal van een queeste: Samson op zoek naar zijn haar. En ook van het gevecht met de vijand die, anders dan bij Melville's schrijvende voorvader Herman geen witte walvis is, maar een bepaald slag mensen. 'Realisten', die elk raadsel denken te kunnen ontraadselen. Vooral de psychologie krijgt er geregeld flink van langs.

Ook de vijand, met name Melvilles squaw-achtige geliefde Karin, is een abstractie; niet meer dan de belichaming van een verwerpelijke levenswijze. Het gevecht tussen Melville en de vijand pakt aan het slot verrassend uit. Niet Melville, maar Karin blijkt vatbaar voor het mysterie. De eerste propageert de Zonnedans, de tweede praktiseert hem. Melville is daarmee ontmaskerd als een mythomaan - iets wat je gaandeweg al ging vermoeden. Hij moet uithuilen en opnieuw beginnen: zo makkelijk word je geen legende.

Dick Schouten doet een bewonderenswaardig grote greep in De maaier: een filosofische zoektocht in de vorm van een (ironische) avonturenroman. Maar helaas heeft het boek te weinig van beide. Vooral als traktaat schiet het te kort. Of het aan Melville ligt of aan de schrijver weet ik niet, maar de verteller is iemand die storend vaag formuleert. De hierboven geciteerde omschrijving van de Zonnedans is representatief: veel grote woorden die meer versluieren dan verhelderen.

Een voor het begrip van Melville cruciale term als 'de oorspronkelijke herstelkracht' is daar een voorbeeld van. Geen flauw idee wat dat is, en wat het ergste is: aan het slot weet je het nog steeds niet. Dàt Melville heeft gezocht is dan wel zeker. Maar het wàt is mistig gebleven.