Een goed schutter is nooit uitgeschoten

DORDRECHT, 1 DEC. Op maandagochtend is Mark Traas op het schoolplein of in de kantine altijd snel uitgesproken met zijn klasgenoten. De tiener geeft niet om voetbal omdat hij er “heel gewoon geen moer” aan vindt. Als enige van de twaalfhonderd leerlingen die zijn middelbare school telt, zit hij op schieten. Een sport waarvoor de interesse niet alleen marginaal is, maar waarover ook nog eens veel misverstanden bestaan, weet de scholier. “Je bent al gauw een crimineel”, zegt hij lachend.

Traas kan het weten, hij spreekt uit ervaring. Wanneer hij met iemand zo maar wat zit te praten, is er niets aan de hand. Maar zodra hij vertelt over zijn hobby, zijn sport, dan vertrekt menig gezicht nogal eens. Dan wordt hij vreemd aangekeken, alsof hij opeens niet meer helemaal pluis zou zijn. “Mensen bekijken de schietsport met heel verkeerde ogen, ze associëren het met misdaad”, zegt Traas. “Dat is jammer, want schieten is een prachtige concentratie-sport waarbij ook uithoudingsvermogen en zelfbeheersing een grote rol spelen.”

De 19-jarige schutter is één van de honderdvijftig deelnemers aan het Nederlands kampioenschap luchtgeweer knielend, dat deze week in Dordrecht wordt gehouden. Met het luchtgeweer, één van de zes wapengroepen binnen de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA), kan in wedstrijdverband ook liggend of staand - de olympische klasse - worden geschoten. Traas koos uiteindelijk voor knielend, omdat hij daar “heel gewoon” het beste in is.

Het NK vindt plaats in de accommodatie van Schietsportvereniging Diana. De godin van de jacht is op een affiche aan één van de muren een modieuze, stoere meid die weet wat ze wil. De circa twintig schutters die op deze woensdagavond in een aparte ruimte achter glas hun serie afwerken ogen minstens zo flink en zelfverzekerd, maar zijn wél overwegend van het andere geslacht.

Inclusief oefenpogingen heeft iedereen vijf kwartier de tijd om veertig schoten op het op tien meter afstand staande schijfje met blazoen. De knielende houding is vermoeiend en maakt het extra moeilijk om het lichaam bewegingloos te houden. Om de doorstroming van het bloed te bevorderen, hebben veel schutters een kussentje gelegd onder de wreef van het been waarop wordt gesteund. Schoenen met een vierkante neus en een rechte, harde zool zorgen voor extra balans, handschoenen voor extra grip op het één meter lange geweer. Naast concentratie zijn verder een uitstekende spier- en ademhalingsbeheersing noodzakelijk om tot een goede prestatie te komen.

Na ieder schot verwisselt de schutter met behulp van een transporter het schijfje voor een nieuwe en laadt hij zijn geweer opnieuw met een minuscuul kogeltje. Een schot in de roos - met een doorsnede van 0,5 millimeter niet meer dan een potloodstip - levert tien punten op. De schutter die de hoogste score haalt, is kampioen.

“Eigenlijk is het een behoorlijk stomme sport, want je herhaalt constant dezelfde handelingen”, vindt Dirk van Loopik, die binnen de ruim 40.000 leden tellende KNSA verschillende functies bekleedt. “Maar het fascinerende is dat je alles zelf moet doen. Jij alleen gaat de strijd aan met je doel. En je bent nooit uitgeschoten, want je kunt jezelf altijd blijven verbeteren.” De 57-jarige Van Loopik is al ruim drie decennia lid van de KNSA. In de jaren daarvoor leefde hij zich met een geweer uit bij het foto-schieten op de kermis, de enige attractie die hem kon bekoren. Pas toen het zoveelste plakboek met actie-kiekjes van zichzelf vol was, besloot hij in wedstrijdverband te gaan schieten. “Ik was toe aan een nieuwe uitdaging.”

De uitdaging van Jan van Vliet is het verbeteren van het nationale record, dat met een score van 395 op zijn naam staat. Voor twee toeschouwers presteert de titelverdediger met 390 punten op het NK echter beneden zijn kunnen. Zijn lijf deed niet wat hij wilde, klaagt hij na afloop van zijn serie. “Ik lag gewoon een beetje met mezelf overhoop. Dat heb je soms, hè.”

Omdat in Dordrecht maar een beperkt aantal schutters tegelijk kan schieten, is het NK over vier dagen verspreidt en weet Van Vliet zondagmiddag pas of hij zich opnieuw nationaal kampioen mag noemen. Dan weet ook Mark Traas op welke positie hij met zijn 360 punten is geëindigd. Maar zelfs wanneer het een goede klassering betreft, een dag later op het schoolplein zal het hem niet gegund zijn daarover uit te weiden.