Een ei uit het keldergat

Het boek 'De geschiedenis van het belcampisme' is “een uiterst speelse en lichtvoetige benadering van Belcampo's filosofie en een blijmoedige kijk op de filosofiegeschiedenis”, vindt Jean-Paul Franssens. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

'De filosofie van het belcampisme' is verkrijgbaar na overmaking van ƒ 35,00 onder vermelding van de titel, op girorekening no.: 1523911, t.n.v. M. Arian-Schönfeld Wichers, Amsterdam.

Met niet geringe trots vertrouwde Belcampo mij eens toe dat hij, in tegenstelling tot vele van zijn nationale en internationale collega's, nimmer in de ramsj was terechtgekomen.

Naast me ligt De filosofie van het belcampisme. Er staat een opdracht voor me in. “Van de bordeelsloper Belcampo 16-11-'72”.

In Groningen betrok ik in de oude binnenstad in een steeg een huis, dat in zijn gloriedagen als druk bezocht bordeel had dienst gedaan. Een pand zinderend van verderf. Er zaten werkkamertjes in met gluurgaten en alarmbelletjes. Ontuchtbehang van beduimelde rozen. Ik sloopte de hele troep er uit en Belcampo hielp me er bij. We zullen ons op de kwajongensachtige manier waarop we soms met elkaar konden omgaan, wel hebben uitgeleefd in onze fantasieën wat die wanden ooit hadden gehoord en gezien. Ik herinner me nog, dat de bordeelhouder voor het open zomerraam, op de trekharmonica speelde. Als de meisjes bezet waren speelde hij vrolijke musettes en als een klant naar binnen mocht een treurmars. Zodra hij aanbelde en de trap besteeg, was het weer een en al vrolijkheid wat er door de steeg schalde.

Als Belcampo, die ik in het begin van de jaren zestig ontmoette en met wie ik tot aan zijn dood in 1990 bevriend ben gebleven, een verhaal had geschreven, las hij dat in de meeste gevallen aan zijn vriendenkring aan het Schuitendiep in Groningen voor. Daar waren genoeglijke, ouderwetse gezellige avonden. Beetje kneuterig. Maar dierbaar. Hij kon prachtig voorlezen, en ik was me als snotneus zeker van de eer bewust dat ik bij zo'n doop aanwezig mocht zijn.

Zijn filosofie bleef tot het verschijnen in 1972 voor ons een gesloten boek. We wisten dat hij er mee bezig was. Hij praatte er wel over. Maar er hing over het werken er aan een waas van geheimzinnigheid. Wel voorspelde hij dat het een opzienbarend boek zou worden. Niet een die 'alle andere boeken overbodig' zou maken, maar dat het heel wat stof zou doen opwaaien. Vooral onder de levende filosofen, filosofiestudenten en de heren die meenden dat ze het recht hadden op Hogescholen te moeten vertellen hoe het nu eigenlijk met de filosofie in elkaar stak. Hoe je behoorde te filosoferen. Ik zie nog die filosofiestudent in een discussie met Belcampo naar zijn hoofd grijpen: “Maar zo mag u dat niet zien. Dat mag niet, dat mag niet!”

Belcampo: “Van wie niet?” Quasi stoïcijns. Dat lachje van hem met die neus omhoog.

En toch: verramsjt.

Het moet voor hem, die vanaf het begin van zijn schrijversschap op een gestaag groeiende lezerskring kon bogen, een teleurstelling zijn geweest. Ik geloof dat de enige die er gewag van maakte Jeanne van Schaik-Willing was. In de Groene Amsterdammer. Belcampo wilde zijn trots dat hij nog nooit was verramsjt niet prijsgeven. Hij kocht de hele handel op en deponeerde hem in de kolenkelder van zijn herenhuis. Inderdaad een zwart gat. Af en toe kwam er één naar boven, dan had hij aan een argeloze bezoeker een te koop aangeboden. Ik ben er wel eens bij geweest. Iedereen die boeken schrijft weet hoe men het in veel gevallen als vanzelfsprekend aanneemt dat de auteur ze met kwistige hand uitdeelt. Nooit heb ik van mijn bakker een brood cadeau gekregen. De beteuterde koper: “Je 'filosofie van het belcampisme', hoeveel?”. “Dat is dan vijftig gulden zestig, winkelprijs”.

Menig journalist die bij hem om een interview aankwam wimpelde hij steevast af. “Koop mijn 'Filosofie van het belcampisme', daar staat alles over me in wat u behoort te weten, stort maar vijftig gulden zestig op giro zo en zo, plus portokosten en het wordt aan huis bezorgd.”

Geheel ten onrechte viel het boek in het zwarte keldergat. Ondanks de vleugels waarop het de lezers meevoert. Het is een uiterst speelse en lichtvoetige benadering van Belcampo's filosofie en zijn blijmoedige kijk op de filosofiegeschiedenis. Blijmoedigheid en schalksheid. Je zelf niet altijd serieus nemen, noch de gevestigde orde in de filosofie, is in de meeste gevallen niet het uitgangspunt van de ware denker. Als ik het boek in aanwezigheid van een filosoof dan ook te berde breng, tref ik een meewarig gezicht aan. “Het is niet wetenschappelijk onderbouwd.” Hoe zou een fantasieverteller die in zijn fictie het liefst alles losdraait dat vast behoort te zitten, met een gefundeerd filosofisch geschrift kunnen aankomen? Ik ben er weer lekker in aan het lezen. Ik laat me weer helemaal door die onbevangen kijk op het denken meenemen. Het is een verrukkelijke zwerftocht. Hier spreekt geen tobber. In een vraaggesprek in deze krant een paar maanden voor zijn dood, toen hij vond dat zoiets nu eindelijk wel mocht, zegt hij: “Ik ben de kampioen van het gelukkige leven op aarde”.

Denk niet dat zijn Filosofie van het belcampisme een parodie is. Een speeltuin, helemaal voor jezelf alleen. Hij schudt aan de bestaande orde, maar laat haar op zijn plaats. Ik weet zeker dat hij het liefst een filosofie had geschreven voor miljoenen en niet in de eerst plaats om die vijftig gulden zestig. Belcampo voelde zich een filosoof. Hij nam zichzelf als denker serieus en wilde, bij alle speelsheid, serieus worden genomen.

“Wat is filosoferen?” Wie het ruim opvat zal zeggen: beschouwen van iets uit een algemeen gezichtspunt.

Dit filosoferen zal nooit ophouden zolang de mens bestaat want het beantwoordt aan een fundamentele eis van zijn geest, de eis tot ordening. Het bloed stroomt misschien beter door een ordelijke herseninhoud dan door een chaotische, wie weet. “In den beginne was de aarde woest en ledig” moet misschien gelezen worden: “In den beginne waren de voorstellingen omtrent het aardse woest en ledig”, dat wil zeggen chaotisch.

Dat waren de eerste regels en nu de laatste uit zijn filosofie:

“Eens, toen de schrijver zich uitstrekte na het ontwaken op de hooizolder van een grote boerenschuur, vloog een kip luid kakelend bij hem op en legde in zijn vlucht een ei. Zo'n ei is het belcampisme. Maar in plaats van beneden te pletter te vallen, zoals het echte ei deed, blijft dit zweven of slaat meteen twee vleugels uit en heeft vrij spel met alle eieren, die op de stokjes van hun absolute waarheid staan.”

Op de achterkant van 'De filosofie van het belcampisme' heeft de schrijver laten drukken: “De vrije adem die door deze bladen vaart zal ze naar alle windstreken verspreiden”.

Ik weet zeker dat Belcampo, ergens daar ginder, gelukkig is dat hij, weliswaar een beetje afgeprijsd, zijn vrije adem kan verspreiden.