Een ballet van vallen en opstaan; De wisselende gedaantes van beeldend kunstenaar K. Persoon

In het werk van K. Persoon duikt vaak de figuur van Persoon zelf op. Soms is hij groot, dan weer kabouterklein, maar zijn gestalte dient steeds om de maat der dingen te bepalen en daarmee zijn eigen maat en positie. K. Persoon is altijd herkenbaar, maar nooit dezelfde, zo blijkt op een expositie in Breda.

Qua K. Persoon, schilderijen, tekeningen en installaties, 1990-1995. De Beyerd, Boschstraat 22, Breda. T/m 7 januari. di t/m vr van 10-17u, za, zo en feestdagen 13-17u; Op 10 december (15.00u) is er een openbaar interview met Kars Persoon.

Waarom Kars Persoon zichzelf Kars Persoon noemde wist niemand toen hij in 1984 als dertigjarige zijn solodebuut maakte in de toen zo bruisende Amsterdamse drie-hoogachter galerie The Living Room. Hijzelf waarschijnlijk ook niet, want met de zeldzame exposities die daarop zijn gevolgd leek hij vooral op zoek naar zijn eigen vorm. Die heeft hij nu, zoals in De Beyerd in Breda te zien is op de tentoonstelling Qua K. Persoon, schilderijen, tekeningen en installaties uit de laatste vijf jaar. Zijn schuilnaam waaiert er vol en bloemrijk open.

K. Persoon blijkt een figuur te zijn die wel steeds herkenbaar is, maar nooit dezelfde. Hij is telkens in de volle lengte van opzij en tamelijk schematisch afgebeeld, heeft geen herkenbare trekken en meestal ontbreekt de mond. Bij wijze van compensatie zijn heel klein en verspreid over het doek of papier cryptische woorden geschreven. Ze lijken een stem te vertegenwoordigen die nauwelijks hoorbaar en zo summier mogelijk een indicatie geeft van de gedachtenwereld die in de figuren schuilgaat en waaruit ze zijn ontstaan. Zo lezen we aan het begin van de tentoonstelling op een schilderij met twee achter elkaar staande, gelijksoortige figuren 'le même et l'autre', dezelfde en de ander, een notitie die in combinatie met het beeld meteen doet denken aan het 'Ik is een ander' van Rimbaud. Je zou het als een leidmotief van Persoon kunnen zien.

Ik, of de figuur K. Persoon, lijkt op een dertigtal schilderijen in de eerste twee zalen zichzelf als het ware uit te proberen. De vorm is er al, steeds weer die levensgrote staande gestalte en profil die vaak wordt benadrukt door de lange smalle vorm van het schilderij. Maar de invulling heeft de aard van een zoektocht, een aftasten en uitvinden, alsof Persoon zich als meerdere personen tegelijk ervaart.

Neerhangende handen

Het eerste schilderij op de tentoonstelling lijkt dat met de woorden 'Prima via' ook aan te geven. Er staan vlak achter elkaar twee figuren op, die met elkaar te maken hebben. Dat zie je niet alleen aan de grote witte boxershorts die ze beiden dragen en aan hun witte gezichten als maskers, maar ook aan hun handen en voeten. In die lichaamsdelen klopt het bloed en de energie zo te zien op een andere manier dan in de rest van het lichaam, want ze hebben afwijkende kleuren en zijn ook anders geschilderd. Vooral de neerhangende handen vallen op, mosgroen bij de ene persoon, vurig oranje bij de andere. Ze wekken het idee van verschillen en overeenkomsten in lichaamstemperatuur en daarmee van gemoedsgesteldheid.

De gedachte aan temperatuur wordt nog versterkt door een naburig schilderij waarop een grote gele thermometer is afgebeeld. Verderop, wanneer hij als sculptuur terugkomt, zal die thermometer een geheimzinnig ding op zichzelf worden, maar hier functioneert die meer als iets waarmee de kunstenaar ons op zijn spoor wil zetten. De thermometer geeft een zekere context aan de vele personen die nog zullen komen, doordat hij verwijst naar de processen die zich afspelen binnen het omhulsel van het lichaam.

Dat zijn lichamelijke processen als warmte, kou en het stromen of blokkeren van energie. Persoon schildert ze bijna analytisch op een uitgebreide reeks smalle panelen, waarbij hij de figuren opbouwt met korte, ronddraaiende of schraperige penseelstreken tot ze een pasteuze, klodderige of vlekkerige verfhuid hebben. Die huid, zo toont hij, is verraderlijk. Of ze nu dun is of dik, ze biedt geen enkele zekerheid of veiligheid. Op het prachtige schilderij Qua bijvoorbeeld is de huid een pokdalige laag van witte, bruine en grijze moppen verf die als een schubbig harnas de gehele persoon bedekt.

In andere gevallen lijkt de huid zo transparant te zijn dat dat wat zich van binnen afspeelt direct aan de oppervlakte zichtbaar wordt als lichte of donkere, rustige of turbulente plekken. Vaak treden daarbij concentraties op in de voeten, handen, oren en hersenen, wat wordt aangegeven met een sterkere kleur, meer detaillering of spiraalvormige kronkels.

Tot zover is het allemaal nog gerommel in een cocon. De volgende stap is het aftasten van de omgeving. Dat gebeurt aanvankelijk voorzichtig. De figuren trekken een kledingstuk aan, een nauwsluitend pak of een boxershort, en richten hun energie vervolgens op hun omgeving. Op het schilderij met de naar de lichaamstemperatuur verwijzende titel, 37,5ß8 is dat bijna letterlijk gemaakt met een in het wit geklede figuur die spiraalvormige trillingen uitzendt. Een subtieler effect bereikt Persoon wanneer hij zijn personen contact met de wereld buiten zich laat zoeken via voorwerpen. Dan kunnen mooie beelden ontstaan waarbij tussen de figuur en het voorwerp een zinderende verbondenheid bestaat.

Verkennen

De tentoonstelling is zo opgebouwd dat de bezoeker meegaat in het ontwikkelingsproces dat K. Persoon doormaakt. De veranderingen die zich in hem voordoen doordat hij buiten zichzelf treedt en zijn omgeving begint te verkennen, worden als derde fase in de derde zaal naar voren gebracht. Er hangen uitsluitend tekeningen en hun losse karakter past perfect bij wat aan de orde komt en wat precies in het midden van de tweede zaal al werd aangekondigd door een voor Persoon ongewoon hard schilderij met een vuurrode persoon in een witte boxershort tegen een zwart fond. De strakke kleurstelling, ingehouden penseelstreek, scherpe contour en afwezigheid van details (op het oor na, dat uiterst gevoelig onze kant op luistert) geven hem het aanzien van een sjabloon of een afdruk, 'The second of two' in de woorden van de kunstenaar.

K. Persoon heeft zich hier verdubbeld, nog met een pas op de plaats, maar de grote stap die hij op de tekeningen zet, moest er wel op volgen. Die stap is eigenlijk meer een ballet van vallen en opstaan, vliegen en landen, aftasten en uitproberen door een zich voortdurend in meerdere gedaantes splitsende figuur. 'Mut zum Neu' staat er ergens bij, en dat lijkt bij al dat pijnlijke zoeken en leren een woord van troost.

De wereld komt nu in beeld, dat wil zeggen de wereld van concrete objecten en materialen, De vierde zaal staat en hangt er vol mee en de figuur van K. Persoon staat er driedimensionaal tussen. Soms is hij groot als een kind, andere keren kabouterklein, maar telkens lijkt zijn gestalte, vaak met een meettouw over zijn schouder, er te staan als een middel om de maat van de dingen buiten hem te bepalen en daarmee zijn eigen maat en positie. Die dingen (die door Persoon zijn gemaakt of bewerkt) zijn tegelijk zijn hulpmiddelen. Ze hebben allemaal met passen en meten, inventariseren en rubriceren te maken of krijgen die betekenis. In deze fase van het leerproces moeten maat, afstand en relaties worden vastgesteld, in de ruimte en in de tijd. Tijd is geschiedenis en sterven. Ouderwets aandoende flesjes met op het etiket 'Keepfit' getuigen daarvan en bejaarde kartonnen doosjes met dia's lijken symbool te staan voor het vastleggen van tijd en gebeurtenissen.

Grote tekeningen op karton volgen, waarop een grote bedrijvigheid valt te zien. Alle drukte en indrukken moeten worden verzameld en verwerkt. Het verzamelen, zo blijkt uit een diapresentatie, gebeurt in beelden. We zien dia's van planten, dieren, anatomische plaatjes, oude kinderprenten, kledingstukken, Griekse sculpturen, historische bouwwerken, folkloristische gebruiken, kortom te veel om te bevatten. Persoon ontpopt zich hier als een verzamelaar van alles wat de wereld en de wereldgeschiedenis te bieden heeft, en dat is erg overvloedig.

In een meterslange heuphoge vitrinekast worden tekeningen en handgeschreven teksten naast, boven en onder elkaar gecombineerd met allerhande foto's en prenten, maar een logische lijn valt er niet in te ontdekken. Persoon heeft bij het zoeken naar de betekenis van de beelden en hun onderlinge betrekking duidelijk niet op het verstand gebouwd, maar op zijn associatievermogen en zijn intuïtie. Dat maakt het niet makkelijk om hem hier te volgen en vaak doen de combinaties nogal hermetisch aan. Maar boeiend is het wel. Steeds weer lijkt hij mensen, dingen, de geschiedenis, begrippen en beelden opnieuw te willen bezien door ze op een strikt persoonlijke manier in scène te zetten.

Betekenissen gaan daardoor wankelen, niets is meer wat het was. 'Het is niet dit en niet dat dit en ook niet dat andere' schrijft hij met rode letters op een tekening. De zin overbrugt de afstand tussen een lange figuur links en een lantarenpaal rechts, maar houdt ze ook gescheiden. Persoon wil niets definitief benoemen, alles moet open blijven maar wel duchtig worden onderzocht, K. Persoon incluis. Want die beweegt mee met wat zich in en rondom hem afspeelt, alsof hij zichzelf is en ook al het andere.