Documentaire moeizaam terug op de Franse tv

Op het 'International Documentary Filmfestival Amsterdam' is de 'Franse documentaire' dit jaar een van de thema's. Is er nog hoop voor de documentaire op de Franse televisie?

PARIJS, 1 DEC. Vreugde op het Parijse hoofdkwartier van de Franse abonnee-televisie Canal Plus: “Het schijnt dat mensen zich abonneren naar aanleiding van De val van Joegoslavië vanavond”, zegt Anna Glogowoski van de afdeling 'documentaire'. Een documentaire als abonnee-trekker - dat is in het elfjarig bestaan van de zender nog niet vertoond.

Met bijna vier miljoen abonnees is Canal Plus zeker het succesvolste element van de grote veranderingen die zich sinds het begin van de jaren tachtig in het Franse medialandschap hebben voltrokken. De marktpenetratie van deze abonnee-zender kent zijn gelijke in Europa niet en de zender speelt in Europa een belangrijke rol als co-producent van speelfilms.

Andere veranderingen zijn minder bevredigend verlopen: TF1, eens vlaggeschip van de Franse televisie, is geprivatiseerd en tot pulp-zender geworden. De resterende publieke televisiekanalen France 2 en France 3 zijn in de verpulping meegegaan. Eén van de gevolgen: exit de documentaire traditie van de Franse televisie. En daarmee een bedreiging van het genre zelf, omdat net als in Nederland documentaires slechts zelden de bioscoop halen en het daarom van de televisie moeten hebben.

Biedt Canal Plus soelaas voor de herleving van de documentaire? “We hebben 200 mogelijkheden voor het programmeren van een documentaire per jaar, herhalingen niet meegerekend”, zegt Glogowski. Maar voor een belangrijk deel gaat het daarbij om reisverslagen en natuurfilms, waarvan de kijkers maar geen genoeg kunnen krijgen.

“Dat wordt anders”, voorspelt Glogowski. De Franse overheid heeft net nieuwe voorwaarden gesteld aan de verlenging van de zendvergunning van Canal Plus, waarbij het minimum-aantal in Europa geproduceerde films in het totale filmaanbod tot zestig procent wordt verhoogd en de verplichting te investeren in het produceren van Europese films wordt verzwaard. “Op die manier zal het voor ons aantrekkelijker worden te investeren in documentaires, omdat die nog altijd goedkoper zijn dan speelfilms”, denkt Glogowski.

Goede documentaire projekten zijn echter moeilijk te vinden. “De snelle reportage is door de televisie zozeer in zwang geraakt dat de 'auteurs' in het documentaire ontbreken. Er zijn er maar weinigen die een verhaal kunnen vertellen”. Voor het opzetten van internationale coprodukties speelt bovendien nog het bezwaar, meent Glogowski, dat Franse documentaires veelal zeer-Frans zijn geöriënteerd, en derhalve weinig aanspreken over de grens.

Dat laatste vindt Thierry Garrel, hoofd van de Franse afdeling documentaires van de kleine publieke televisiezender Arte, geen bezwaar: “Europa bestaat als een verzameling specifieke culturen, of het bestaat niet”, zegt hij. Arte is een door Frankrijk en Duitsland opgezette publieke zender voor culturele programma's. Garrels afdeling neemt de inbreng aan documentaires voor de Franse helft van de programmering voor zijn rekening, en is eveneens op zoek naar 'auteurs' binnen Frankrijk en daarbuiten. Garrel heeft daarvoor 130 à 140 plaatsen in het programma per jaar ter beschikking, herhalingen niet meegerekend. Documentaires, meent hij, behoren tot een van de belangrijkste opdrachten voor de publieke televisie. “Documentaires zijn een onvervangbaar element in het verwerven van kennis over de wereld waarin wij leven, een maatschappij moet er recht op hebben, zoals zij recht heeft op onderwijs, of gezondheidszorg”.

Garrel denkt niet dat Canal Plus, of in documentaires gespecialiseerde commerciële televisiestations als het het Franse Planète die functie ooit kunnen overnemen. “Dat blijft toch voor een groot deel beperkt tot gemakkelijke natuurfilms”.

Ofschoon het budget van Arte nog geen kwart bedraagt van dat van de traditionele Franse publieke zenders, doet de afdeling van Garrel druk aan co-produktie. Ook hier de klacht aan het gebrek aan 'auteurs' en geschikte projekten. “Er komen bij ons per jaar zo'n 1500 ideeën binnen voor documenmtaires”, vertelt Garrel. “Maar geschikte plannen zijn zeldzaam: ik wil een verhaal uit de eerste hand, met grote kennis van het onderwerp, en een duidelijke betrokkenheid”.

Voor Arte zowel als Canal Plus geldt, dat co-produktie in de eerste plaats internationale co-produktie betekent, en derhalve mede afhankelijk is van een verkoopbaarheid van de documentaire naar verschillende internationale markten. Dat de Nederlandse omroeporganisaties het op de internationale co-produktiemarkt, ook op het Forum voor co-produkties dat in het kader van het IDFA plaatsvindt, zo duidelijk ontbreken, verwondert Glogowski en Garrel dan ook hogelijk.